zaterdag 31 maart 2018

Beetje lui...

Gisteren was het een prachtige dag. Volop zon, dus genieten maar. Ik besloot vandaag twee van de vele baaien te verkennen. De eerste was Okains bay. Volgens een folder die in de silo lag was daar ook een museum over de eerste bewoners van het schiereiland, de Maori’s en de eerste Fransen. Leek me weer leuk en leerzaam, maar helaas: gesloten. Waarschijnlijk omdat het Easter Friday was.
Dus wat doe je dan: doorrijden naar het strand en je handdoek uitspreiden en jezelf neervleien. Heerlijk, dat zonnetje!  Lekker een boekje lezen, appeltje eten. Je kent dat wel.



Twee uurtjes later door naar de volgende baai. Eerst weer bergopwaarts slingeren naar de summit road en in het volgende dal weer naar beneden slingeren, dit keer Le Bons Bay. Ja, hier vind je af en toe een Franse naam terug. Inderdaad een mooi baaitje, met welgestelde (vakantie?)-huizen aan de baai. Overal staan speedbootjes, waterscooters enz. bij de huizen uitgestald en met enige regelmaat wordt er een te water gelaten of er juist weer uitgehaald. Leuk om naar te kijken, en ook hier weer mijn handdoekje neergelegd. Wandelingetje langs de waterkant, pakje sap opdrinken. Het leven is een luilekkerland.

De tijd draaide op zijn gemakje door en rond vier uur ging ik weer naar Akaroa. Mijn vreselijke maaltijd van gisteren indachtig besloot ik geen gok te wagen en gewoon weer terug te gaan naar het restaurant waar ik eergisteren zulke lekkere pasta had gegeten, l’Hotel geheten. Eerst nog een long black en een almond orange cake, een hoofdstukje lezen langs de waterkant en op naar l’Hotel. Daar waren ze blij me weer te zien. (Allo again!) De pasta ‘of the day’ was dezelfde als ‘ the day before’ dus koos ik deze keer voor een vegetarische risotto. En ook deze keer werd ik niet teleurgesteld, het was yummie. De ober wenste me ‘eet smakelijk’ toe en bleek drie jaar in Nederland gewerkt te hebben. Toen ik de kaart vroeg voor een ‘toetje’ vond hij dat heel leuk. Hij vond het zo’n grappig woord. Het werd een Sticky dade cake met karamel en ijs. Weer helemaal tevreden vertrok ik naar huis, na eerst nog wat leuke huisjes gefotografeerd te hebben.


De volgende ochtend alles weer ingepakt. Op naar het vliegveld van Christchurch, op naar Melbourne. Ik was vrij vroeg op het vliegveld, maar dat gaf wel een rustig gevoel: alle tijd om de auto in te leveren en in te checken. Wachtend bij gate op het boarden probeerde ik uit te zoeken hoe ik van het vliegveld in Melbourne naar mijn short stay apartment midden in de stad moest komen. Er blijkt een bus te rijden (Skybus) en via hun site raakte ik aan de chat met André. Ik vroeg hem welke lijn ik moest nemen. Hij kwam met een paar suggesties, maar die bleken niet haalbaar omdat ik na 5 pm aankwam of omdat het Paasweekend is. Dat was ik al bijna vergeten. Ik besloot ter plekke wel te kijken wat ik zou doen. De vlucht met Virgin Airlines duurde maar vier uur. Goed te doen dus. Ik kreeg zomaar een maaltijd aangeboden omdat iemand zijn portie niet had genomen, dus dat scheelt weer gedoe als ik aangekomen ben. Hoef ik niet meteen naar een restaurant. Als ik Nieuw-Zeeland onder me zie verdwijnen springen de tranen me toch weer even in de ogen. Nu alweer heimwee...
Eenmaal aangekomen besloot ik de makkelijkste optie te nemen: met de taxi. Duur, maar snel en zonder gedoe. De wegen in en rond Melbourne zagen er nogal ingewikkeld uit, dus ik hoop dat ik over twee dagen de weg de stad uit weet te vinden. Daar ga ik me morgen maar eens over buigen.

Ik merk dat ik weer een beetje overweldigd raak door zo’n grote stad. Het appartement ligt echt in het centrum. Morgen de boel verder verkennen. En dan eerst een tentje vinden om te ontbijten, want het is eerste  Paasdag. De man van de winkel om de hoek, waar ik even water en wat simpele eetwaar ging halen gaf me  nog een chocolade haasje mee: ‘happy Easter!’.

En morgen is het ook zomertijd. Klok vooruit? Of juist terug, hier aan de andere kant van de wereld?
Ik zal het wel zien. Vrolijke Pasen allemaal!

donderdag 29 maart 2018

Allemaal beestjes

Het was weer hoog tijd voor een excursie, dus vandaag stapte ik de katamaran van Black Cat Cruises op. We gingen een tocht langs de kust van Akaroa maken.  Akaroa ligt in feite in de krater van een oude vulkaan. Het schiereiland is door enorme uitbarstingen ontstaan. Je ziet het overal terug in de kust.  Je ziet allemaal lagen van lavastromen, van elkaar onderscheiden door een dun laagje as. Juist op die aslaagjes, die zachter zijn, nestelen veel vogels. Wat we vooral zagen waren verschillende soorten aalscholvers (shags heten ze hier).



Natuurlijk waren hier ook dolfijnen te vinden, de kleinste soort die er is namelijk de Hector dolfijnen. Het is me niet gelukt om ze op de foto te krijgen. In de eerste plaats omdat er niet zoveel waren en omdat ze niet echt uit het water sprongen. Zodra je ze door je lens gevonden hebt ben je alweer te laat met afdrukken. Jullie zullen me op mijn woord moeten geloven. Ook heb ik vier exemplaren van de kleinste pinguins gezien, de Whiteflippered Blue Pinguin. Die komen alleen hier aan deze kust voor.
Natuurlijk zul je hier de zeehonden ook vinden. Zo schattig hoe de jonkies in poeltjes aan het spelen zijn!


Het was heel lekker weer, af en toe een beetje grijs, af en toe de zon erbij. Ik zat lekker te genieten op het dek. Voor de zekerheid had ik pilletjes tegen zeeziekte ingenomen en ik heb inderdaad nergens last van gehad. Dus toen we na twee uur weer aan land gingen had ik best zin in een lunch. Lekker op een terrasje van een broodje met brie genoten, samen met een long black ( zwarte koffie). Als toetje dan ook nog maar een ijsje genomen. 




Even langs de winkeltjes geslenterd. Natuurlijk de overbekende NZ souvenirs: alles met een kiwi er op of een van de andere native  birds, sieraden van Paua schelp (de opaal van de zee) of van jade (greenstone). Ik ben bezweken voor een sjaaltje met kiwi’s er op. De bewoners van de Banks Penninsula, waar Akaroa deel van uit maakt, waren met name Fransen en nog voor hen een grote Maori gemeenschap. Het stadje heeft dan ook een heel andere uitstraling als andere Nieuw-Zeelandse plaatsen, waar de Engelsen vooral hun stempel op hebben gedrukt. Akaroa is heel pitoresque zogezegd. 

‘s Middags heb de Summit  Road gereden, een prachtige tocht over de kam van de bergen. Af en toe doodeng. Nauwelijks vangrails of hekjes, waardoor je af en toe als je op een scherpe bocht af rijdt het gevoel krijgt dat je zomaar de diepte in kan duikelen. Daar staat dan weer tegenover dat je prachtig uitzicht over de dalen en baaien hebt. 



Wat een juweeltje, deze achtertuin van Christchurch. Ik vermoed dat heel wat CC-stedelingen hier een weekend doorbrengen. Dat blijkt in elk geval uit het gastenboek dat in mijn silo ligt. Diverse mensen uit Christchurch die hier een huwelijksdag vieren of voor een andere gelegenheid worden verrast met een verblijf in de silo. 

Het enige minpuntje aan deze dag was een afschuwelijk maaltijd in de plaatselijke pub hier. Ik had geen zin om weer zo ver van huis te eten dus dacht ik met een kipburger in Little River Hotel goed  af te zijn. Maar de kok daar heeft echt geen verstand van koken. De gepaneerde kipfilet was zwart gebakken en kurkdroog. Ook het broodje had veel te lang op de grill gelegen. Ik heb het voor elkaar gekregen om de helft op te eten, maar het ging me zo tegenstaan dat ik de rest heb laten liggen. 
Morgen toch maar weer naar Akaroa. Maar dan is het wel Goede Vrijdag, dus eerst even informeren wie er allemaal open zijn. 
Nog maar een dagje en NZ zit er alweer op!

woensdag 28 maart 2018

Dat was genieten!

Wat een heerlijke dag vandaag. Eindelijk de hele dag de zon gezien, bij een aangename temperatuur van zo’n 20 graden.

Het was een reisdag vandaag. Van de noordelijke westkust naar het midden van de oostkust.  Ongeveer 400 km rijden. Eerst langs de Westkust. Ik kwam langs de pancakerocks van Punakaiki, waar ik tijdens mijn eerste reis ook ben geweest. Toch maar even een stop gemaakt, omdat het daar zo mooi is. De Tasmanzee beukt hier op de kust met grote golven. Destijds had ik hier ook twee gekrulde varens van aardewerk gekocht en ik had er altijd spijt van dat ik er niet drie van had. Dat kon ik nu gelijk even recht zetten, dus nog  1varenkrul er bij gekocht. Nu nog heelhuids mee zien te krijgen.



Vervolgens kon ik een volgende punt van mijn bucketlist gaan afstrepen, want vandaag ben ik door de Arthur Pass naar het oosten gereden. De eerste reis was ik via de Lewis Pass gereisd, maar de Arthur Pass is nog veel mooier. Eerst reis je door brede rivierdalen. Die enorme rivierbeddingen zijn al spectaculair!  En dan gaat het de bergen in, omhoog kronkelen met vele bochten en door een woest landschap. Echt Lord of the Ring decor! En als de zon daar dan bij schijnt ben ik helemaal happy!



Rond 4 uur kwam ik aan bij mijn laatste verblijf in NZ. En wat een bijzonder onderkomen is dat! Het is een silo. Je loopt een trap op naar boven en stapt dan een ronde ruimte in met een doorsnee van ongeveer vier meter. Op deze verdieping het toilet, een tafeltje met twee stoelen, een keukenblokken en een trap naar boven. Daar een bed en douche + balkonnetje. Allemaal precies pas. Heel slim ingedeeld en heel milieuvriendelijk gebouwd. Het water wordt gerecycled, de isolatie is van wol, licht alleen led. Wat heel grappig (en functioneel) is, is het toilet. Bovenop de stortbak zitten de gebruikelijk twee knoppen om door te spoelen, maar deze bovenkant is tegelijk een spoelbak. Er zit namelijk een kraan op die gaat lopen zodra je doortrekt. Je kunt dan je handen wassen. Het afvalwater daarvan komt in de stortbak terecht en de kraan blijft lopen tot de bak weer vol is. Bij de volgende keer doortrekken wordt dus het ‘ handenwaswater’ ook gebruikt.



Om vijf uur ben ik doorgereden naar Akaroa. Weer zo’n prachtige rit. Dit schiereiland is echt een verrassing, zo mooi en weer zo anders! In Akaroa heerlijk gegeten en rond 7 uur weer teruggereden, want ik wilde niet in het donker al die scherpe bochten rijden.  Morgen ga ik de boel verder verkennen. Heb er echt zin in!

dinsdag 27 maart 2018

Lopen binnen de lijntjes

Eerst maar eens lekker uitgeslapen vandaag. Vervolgens een serieus ontbijt gemaakt met roerei, muesli, yoghurt en fruit. Want het plan is om een flinke wandeling te gaan maken. Ik ben noordelijk van Westport ( zo’n 11 km van waar ik verblijf) de Charming Creek  Walkaway langs de Ngakawau River gaan lopen. Als je die helemaal loopt is die 3 uur lang (enkele reis). Ik heb de helft er van gelopen en weer terug uiteraard, dus 3 uur onderweg geweest.
Het was heel grijs weer, maar wel droog en zo’n 21 graden, dus prima loopweer.

Het is een route die een oude spoorweg volgt en door een kolenmijngebied loopt. Het spoor is daar nog een rest van en onderweg kom je ook nog langs resten van houtzagerijen. Lopen dus tussen de (spoor)lijntjes. Heel geleidelijke stijging, dus heel goed te doen.



Omdat je de rivier volgt kom je vanzelf allemaal watervallen tegen. Door de overvloedige regen de afgelopen dagen klaterde het water met veel geweld naar beneden. Soms voerde het pad door stikdonkere tunneltjes. Ik was vergeten mijn mobieltje mee te nemen, dus had ik geen zaklamp bij de hand. Focussen op het eind van de tunnel en op je gevoel je voeten neerzetten. Best spannend! Op een gegeven moment kwam ik een tunnel uit,  ging de bocht om en ja hoor: een hangbrug ! Als ik ergens een hekel aan heb is dat wel zo’n wiebelige brug. Toch maar mijn hoogtevrees overwonnen en de brug bibberend over gegaan.
Het was de moeite waard want verderop volgde een prachtige waterval.



Op de terugweg kwam ik nog een weka tegen die in de bosjes aan het scharrelen was. Langs de route lag ook nog veel oud materiaal van de mijnbouw, zoals kolentroleys en machine-onderdelen. 

Uiteindelijk bereikte ik moe maar voldaan de auto. En de weergoden waren mij goedgezind geweest. De hele wandeling geen spatje regen maar toen ik in de auto stapte begon het te regenen en niet zo’n klein beetje ook! 
Ik was inmiddels wel nieuwsgierig geworden naar de geschiedenis van dit gebied en besloot naar het Coletown Museum  in Westport te gaan. Want waar kun je beter voor de regen schuilen en toch je tijd nog leuk doorbrengen? Het was een leuke informatieve tentoonstelling waarin aandacht voor de kolenmijnen in de regio, het werk daar en de gevaren, de opkomst van de vakbonden, dagelijks leven in de mijnbouwdorpjes (Denniston en Millerton) en het vervoer van de kolen via de haven van Westport. Het was keihard werken onder gevaarlijke omstandigheden. En wonen in zo’n dorpje was ook heel eenvoudig. Vervoer van de kolen ging op verschillende manieren: met kolentrolleys over een spoor, (de trolleys werden met een kabel aangestuurd), later ook met water via sluizen, op lastige stukken ook door paarden.  In het museum hing zelfs een soort leren masker voor een paard, om in de mijnen niet teveel stof in te ademen.  Later kwamen er meer voorzieningen, zoals wegen en bruggen  zodat je niet meer via een kabelbaantje in een bakje over het water moest worden verplaatst. Het kon in de winter ijzig koud zijn op de hellingen. Schoolkinderen die in de winter naar de wc moesten, die 10 meter van het schoolgebouw af stond, werden soms door de blizzards weggeblazen op de ijzige weg. Kleintjes gingen dan altijd onder begeleiding van een ouderejaars naar de wc.




Het wapen van Nieuw-Zeeland heeft rechts onderin twee hamers staan die de mijnbouw en industrie verbeelden.  Mijnbouw levert een belangrijk aandeel in het BNP. Toch loopt de productie terug van ruim 4 miljoen ton in 2014 naar 2,8 miljoen ton in 2016. Ongeveer 44% wordt geëxporteerd. Met name het Buller District, waar Denniston en Millerton deel van uitmaken, heeft te maken met milieu problemen door de zure drainage uit de mijnen. Maar er worden dus nog steeds wel kolen gedolven. Tegenwoordig meer in dagbouw i.t.t. vroeger toen men onder grond ging. 

Voor wie het weten wil, meer info over het wapen van Nieuw-Zeeland vind je 
hier.

maandag 26 maart 2018

How I’ve met Johnny

Gisteren de rit van Nelson Lakes naar Cape Faulwind aan de kust. Een mooie rit, kronkelend door de bergen. Maar helaas: in de stromende regen. Ik heb nog een klein omweggetje gemaakt naar Lake Rotoroa, maar door de stromende regen was dat geen succes. Geen enkel uitzicht.
Eind van de middag bereikte ik mijn eindbestemming, en eindelijk brak de zon door. Wat een wereld van verschil! Daar knapt een mens van op. Ik zit in een ruime lodge: twee slaapkamers, ruime badkamer, wasmachine, goede keuken, een grote veranda. Heerlijk.

Lekker geslapen en vanochtend weer vroeg op want vandaag zou ik Wild Johnny ontmoeten. Met een hoge 4wheel truck vertrokken we vanuit Westport met een groep van 8 Nederlanders en 2 Zwitsers. Al snel gingen we van de gebaande wegen en reden we dwars door rivieren, bergpassen en weiden naar het onderkomen van Johnny. Onderweg nog gestopt bij een uitkijkpunt van waaruit we grote herten konden zien. Johnny’s huisje is heel basaal: muren,  ramen en een deur. En een heel grote open haard. Geen wateraansluiting of stroom.





We werden verwelkomd door 2 van zijn 5 honden, zijn geit Midnight en zijn varken Winston Churchill. Een mooi stel bij elkaar. We mochten even in zijn huis kijken en later ging  hij met ons mee zijn land op. Op dit terrein vind je ook pancakerocks. Hij heeft ze persoonlijk uitgegraven om ze zichtbaar te maken.


Ook was er een grot waar vroeger Maori’s bivakkeerden. Er zijn resten van vuren en bewoning terug gevonden. En ook een  bot van een Moa, die reusachtige loopvogels die hier vroeger rondliepen. De grootste soort kon wel drie meter hoog worden. We konden de grot ook in.  En zonder nadenken liep ik naar binnen, maar al na een paar meter overviel de claustrofobie mij weer. Elke keer weer word ik er door verrast, maar ik hou er dus echt niet van om onder de grond te zitten!






Johnny vertelde ons over zijn leven, eerst als boerenzoon, later als houthakker en bij gelegenheid ook goudzoeker. Zwaar werk allemaal. Hij had er prachtige foto’s van hangen en vertelde eindeloos over zijn belevenissen en zijn kijk op het leven.
Overal op terrein stonden oude auto’s en werktuigen. Als ze het niet meer doen laat hij ze ter plekke staan en geeft ze terug aan de natuur, zoals hij het noemt. Eerlijk gezegd vond ik dat zo in tegenspraak met zijn inzet voor het behoud van de natuur op zijn terrein, dat ik het onbegrijpelijk vond.

Later op de dag had ik nog tijd om naar de zeehondenkolonie aan de kust te gaan. Een beetje ver weg om goed te kunnen fotograferen, maar je zag de jonge zeehonden in een crèche met elkaar spelen en af en toe komt er een volwassen exemplaar de rotsen op.



‘ s Avonds gezellig met Kirsten, een van de Nederlandse deelnemers van de excursie naar Johnny, gegeten in de plaatselijke pub. Zij reist ook alleen, dus had ik haar voorgesteld om samen te eten. Ze nam ook nog Bruce mee, de eigenaar van haar B&B. Het was een heel genoegelijk avond.


zaterdag 24 maart 2018

Nelson Lakes, whisky en honingdauw

Blijk ik toch gewoon internet te hebben! Dus gelijk maar een stukje schrijven.

Gisteren aangekomen in Kikiwa Lodge, een prachtige oude homestead (herenboerderij). Het ligt mooi in de alpen genesteld. De rit ernaartoe was mooi, maar helaas wel grijs en regenachtig. Eigenlijk is het een heel rijk gebied aan boomgaarden, kiwikwekerijen, wijngaarden, hopvelden. En verder glooiende groene hellingen met vooral veel schapen er op. Een pastoraal landschap zogezegd.


Vandaag begon wederom grijs en regenachtig. Heel jammer, want ik hoopte op een wandeling met mooie uitzichten op een van de grote meren hier: Lake  Rotoiti. ik koos voor een track Whisky Falls geheten, zo’n 1,5 uur lopen. Klinkt veelbelovend nietwaar? In de druilregen heb ik er een uur van gelopen. Het pad begon heel goed begaanbaar, maar ik ben omgekeerd toen het allemaal losse glibberige keien werden. Ik ben toch altijd bang om mijn enkelbanden te blesseren. Maar het mocht de pret niet drukken. Gewoon maar weer een uur teruglopen, helaas zonder een whiskybeloning dus.



Bij de auto even van jas en shirt gewisseld en terug naar Saint Arnaud. Van daaruit kon ik nog de honeydewtrack lopen. Ongeveer een uur. Eindelijk klaarde de lucht op en verscheen er zowaar een zonnetje. De track voerde door een heel mooi bos langs het meer. Prachtige varens, mossen en inheemse planten en bomen. In de berken hier komt een insect voor dat onder de bast leeft. Het neemt de sappen van de boom op en scheidt de restproducten weer af als honingdauw. Ze doen dit dus via een anale tunnel ( sorry voor het vieze praatje) die als een soort lange witte haren uit de bast steken. zie de foto hieronder.



Veel inheemse insecten en vogels leven van deze honingdauw. Wat overblijft valt op de grond, en daar leeft dan weer een zwarte sponsachtige schimmel van die de hele berk vaak bedekt. En daar leven dan weer andere insecten van. Het zit allemaal dus heel mooi in elkaar.
Helaas zijn er sinds WOII wespen uit Europa via vliegtuigen e.d. NZ binnen gekomen. Die stelen nu de honingdauw weg voordat de inheemse soorten insecten zich er tegoed aan kunnen doen. Die worden nu dus in hun bestaan bedreigd. Wetenschappers zijn aan het uitzoeken wat ze aan de wespen kunnen doen.

Weer een heel leerzame wandeling dus. En overal hoor je de bellbirds en tui’s.

donderdag 22 maart 2018

What to do?

 

Half 9 ‘s ochtends en ik ben gesloopt aangekomen in Motueka. Om het Abel Tasmanperk vandaag te kunnen verlaten moest ik zorgen dat ik in het konvooi van 6 - 8 ‘s morgens mee kon rijden. Dus om half 6 opgestaan, muesli naar binnen gewerkt en alles weer de auto in. Het regent doorlopend en hard en het is nog stikkedonker. Tot Takaka gaat het nog wel, maar eenmaal de bergen in is het doodeng rijden met al die regen en de duisternis. Bochten zijn scherper dan je dacht en ineens remt er weer iemand voor je. Na heel veel bochten kom je dan eindelijk op het punt waar het konvooi verzamelt.
Twintig minuten wachten en dan vertrekken we. Gelukkig wordt het eindelijk wat lichter. Je ziet dan  ook heel goed hoe groot de schade is aan de weg. Hele landslides hebben de wanden en stukken weg meegesleept de diepte in. Je snapt niet hoe ze dat weer moeten herstellen! En al die stromende regen helpt dan ook niet echt.

Je bent de hele tijd enorm geconcentreerd aan het rijden, en ik was dan ook blij dat we het eindpunt van het konvooi bereikten. Nog 7 km naar Motueka en daar even bijkomen voor het vervolg van mijn route. Die voert naar de Nelson Lakes, nabij  St. Arnaud. Omdat ik daar geen bereik zal hebben post ik nu dus al een blogje zullen jullie het zonder mij moeten doen tot over 2 dagen.

Ik zit nu te peinzen of er er goed aan doe om hier in Motueka nog op zoek te gaan naar een goede regenjas. Want zoals gisteren doorweekt raken wil ik eigenlijk niet nog een keer. Ik ben bang dat het de komende dagen nog blijft regenen, dus als ik nog wat buitenshuis wil doen is een goede jas wel handig.

Gisteravond na mijn douche kon ik bij mijn verblijf heerlijk dineren. Vooraf lekkere gevulde champignons en als hoofdgerecht ribeye met salade en pomme dauphine. Glaasje wijn er bij en als toetje koffie met amaretto. Ik hoefde immers niet te rijden? Heerlijk geslapen daarna!

Er lag nog een leuk tijdschrift over NZ, met daarin een artikel over hoe het 1 jaar na de aardbeving inmiddels in Kaikoura is. (Daar was ik 2 jaar geleden geweest om met dolfijnen te zwemmen). Ik weet nog dat ik ervan hoorde en zoveel mogelijk er over las in de New Zealand Herald. Het dorp was compleet afgesloten van de rest van de wereld. De State Highway1 lag opengescheurd, het spoor was in het water verdwenen en de haven was niet meer toegankelijk omdat de zeebodem 2 meter omhoog was gekomen en 10 meter landafwaarts was verschoven. Je wist gewoon niet wat je zag op de foto’s. Vreselijk voor het dorp dat volledig afhankelijk is van touristen die komen whalewatchen of zwemmen met dolfijnen en van het vissen op kreeft. Ik zag ook een foto van een landslide bij Ohau  Point waar de zeehondenkolonie was bedolven onder de landslide.
Je denkt echt: dit komt nooit meer goed. Maar wat blijkt na een jaar: er is keihard gewerkt aan de wegen, het spoor en de haven. Kaikoura is weer bereikbaar. Er is gelijk een mooie fietsroute aangelegd. En de verschuiving van de zeebodem heeft nieuwe dingen opgeleverd: een veilige baai om te leren surfen, een wandelroute bij laag tij langs de kliffen, nieuwe waterbronnen werden ontdekt in zee ( je kunt er naartoe  kajakken) , en excursies voor archeologen en geologen naar de verhoogde zeebodem die nieuwe schatten prijs geeft zoals prachtige kogelronde rotsen. Fantastisch om dit te lezen en een pak van mijn hart!
....

Het is gelukt: een nieuwe regenjas! En zoals altijd komt ook deze uit de mensdepartment ( zie foto).

‘t Kan verkeren...


Zo zag het er gisteren uit vanuit mijn kamer. Zon, wolken, lekker weertje. Maar helaas, het kan verkeren. Vandaag een regendag. Het begon met een zacht buitje af en toe, maar eindigde in een doorlopende regenbui.

Vanochtend als eerste naar de Grove Scenic Lookout geweest. Een wandeling door een groen bos met de typische Nieuw Zeelandse begroeiing: varens, mossen, beechtree’s (soort berken), palmvarens, manuka enz. Dat allemaal geplaatst op een limestone ondergrond. Een sprookjesachtige wandeling, die uiteindelijk leidde naar een uitkijkpunt van waar je over de weiden kunt kijken over het estuarium naar Farewell Spit, het uiterste puntje van het Abel Tasman Park.  Helaas was het al regenachtig dus het zicht reikte niet verder dan de weilanden. Ik heb er dus maar geen foto van gemaakt. Wel van het sprookjesbos:



Rond lunchtijd heb ik Takaka wat beter verkend. Er zijn veel leuke winkeltjes, met vooral veel kunst (sieraden, glas, pottenbakkers). Gelukkig ook een heel gezellig eethuisje waar ik een maal met polenta, gegrilde groenten en een soort pesto at. Daarbij een gezondheidsdrankje van gember, appelsap en groene kruiden. Daar zijn ze hier in NZ gek op, die gezondheidsdrankjes. Deze was heel lekker en hopelijk helpt de gember een beetje tegen de keelpijn die ik al sinds ik vertrok heb.



Een volgende stop was bij Pupu Springs. Drie grote waterbronnen, de grootste van NZ, die 14000 liter koud bronwater per seconde  opborrelen. Het is het helderste water van het zuidelijk halfrond. Er schijnen ook heel bijzondere waterdieren voor te komen. Het water was inderdaad super helder. Maar omdat het regende was het water niet glad en kun je het op de foto niet heel goed zien.


Tot slot wilde ik toch nog naar Farewell Spit. Het schijnt daar zo mooi te zijn.... maar niet als het doorlopend regent... Ik liep naar Fossil Point. Een op zich prachtige wandeling door de weiden, tussen schapen en koeien door. Overal hekjes om overheen te klimmen. Heel leuk. Maar ondertussen bleek mijn regenjas toch niet waterdicht te zijn.Ik had mijn wollen jasje er onder aan en een t- shirt. Beiden nat tot op de draad. Mijn broek werd doorweekt en de nattigheid kroop zelfs op tot in het kruis. Mijn wandelschoenen waren doorweekt ( ook van binnen omdat ik ze gisteren had vergeten binnen te zetten en het vannacht had geregend). Kortom: ik was verzopen! Toen maar in mijn onderbroek terug naar huis gereden, alles op de verwarming gegooid, een warme douche genomen en nu deze blog geschreven. Tot morgen.

woensdag 21 maart 2018

Stranden en baaien

Vanochtend vroeg op want om kwart voor 9 begon de kayaktocht. Eerst nog een vlug ontbijtje, vervolgens  3 kwartier om er heen te rijden. Het was een klein gezelschap: een Duits echtpaar dat tegenwoordig in Canada woont en een vriendin uit NZ ( zestigers) een jongeman uit Wellington die oorspronkelijk uit Engeland komt ( dertiger) Verder nog twee gidsen van Golden Bay Kayaks. Na een korte instructie gaan we het water op. We hebben lekker weer, zo’n 21 graden. We peddelden langs de kustlijn en zagen daar veel aalscholvers en zwarte scholeksters. Op een gegeven moment zagen we ook zeehonden. Een nieuwsgierig exemplaar zwom met ons mee en duikelde telkens om zijn as. Heel leuk! Dus ik haal mijn camera uit de waterdichte zak om foto’s te maken. Blijk ik mijn geheugenkaart er gisteravond niet in terug te hebben gedaan.
Dus helaas geen plaatjes bij deze belevenis. Maar gelukkig heb ik altijd nog de herinneringen in mijn hoofd!
Halverwege gingen we het strand op om een bakkie te doen, met een muffin erbij. Dat ging er goed in. Inmiddels begon de wind flink aan trekken, dus werd besloten in de luwte van Wainui Bay verder te peddelen en ons te laten afhalen met de  pick-up truck. Want tegen de wind in roeien met 2 meter hoge golven is niet zo leuk. Al met al een relaxte morgen.
Golden bay is de eerste baai waar ooit Abel Tasman aan land wilde gaan toen hij NZ ontdekte. Hij bleef er een paar dagen liggen met twee schepen. De Moari’s keken het allemaal eens aan vanaf de kant en stuurden een oorlogskano op verkenning. Er gebeurde niets, dus keerden ze terug. Vervolgens dacht Abel Tasman dat hij zijn komst kon aankondigen met een kanonschot. De Moari’s die dit niet kenden waren bang dat hij een van de zeegoden wakker zou maken en besloten met 14 oorlogskano’s aan te vallen. Er vielen 4 doden van Tasman’s bemanning en 1 Moari. Tasman besloot te vertrekken en heeft nooit voet aan land gezet in NZ.



Het bleef heel lekker weer, ondanks nu en dan een spatje water. Dus ‘s middags naar Wharariki Beach gereden. Daar een wandeling door de heuvels en duinen gemaakt. Met dankbaarheid dacht ik aan mijn sportinstructeur terug die me het Random Hill programma op crosstrainer had laten doen, waardoor ik redelijk makkelijk door de heuvels heen kwam.


Vervolgens kom je bij het strand uit.
De ruige Tasmanzee slaat hier op de kust. Grote rotsformaties staan solitair in het water en grotten zijn uitgeslepen in de kust. Weer zo’n mooi stukje Nieuw Zeeland. Echt genieten om op het strand te banjeren. Het was eb dus afnemend water, maar soms kwam het toch ineens nog hoog het strand op. Ik was langs een grot gelopen om foto’s te maken en moest echt een tijdje wachten om weer terug te kunnen komen. Gelukkig kwam het allemaal goed. Echt een heerlijk dagje.

 

dinsdag 20 maart 2018

Herhaling van zetten

Na een heerlijke nacht in het mooie huisje sta ik redelijk fris weer op. Rond half 9 was er ontbijt. Paulina schoof gezellig aan en later ook nog 2 Duitse gasten. Het was heel geanimeerd. Toen ik vertelde dat ik gegoogeld had op Barbara Nielsen kwamen de knipselmappen op tafel. Erg leuk allemaal. Ook in Duitsland bleek ze een plaat te hebben uitgebracht. Maar ze heeft vooral als documentairemaker voor de RVU gewerkt.

Het plan voor vandaag was om simpelweg naar mijn volgende B&B te rijden, midden in het Abel Tasman Park.  Ik had al in Nederland gelezen dat 2 weken geleden een cycloon Gita over het gebied had geraasd en de wegen hersteld moesten worden.  
Je kunt maar via 1 bergweg het gebied in. Helaas was op een heel bochtig stuk de weg nog niet helemaal klaar. (Grappig genoeg precies op de plek waar ik tijdens mijn eerste bezoek aan NZ ook niet het Park in kon omdat er die dag een melkwagen was gecrasht). Op werkdagen kun je het gebied alleen maar in convooi in of uit op vaste tijden, namelijk ‘s morgens tussen 6 en 8 en ‘s avonds tussen 5 en 7. De rest van de tijd is het gebied afgesloten zodat ze zo snel mogelijk aan de weg kunnen werken.

Dus ik moest noodgedwongen de dag doorbrengen tot 5 uur voordat ik het gebied in kon. Gelukkig was het heel lekker zonnig weer en een graad of 21. Eerst ben ik naar Motueka gereden, bekend van mijn eerste reis. Daar heb ik geluncht in hetzelfde tentje als 3 jaar geleden. Ze hadden daar nog steeds heerlijk salades. En wetende dat het avondeten weer een snelle hap zou worden nam ik als lunch een supergezonde bietensalade met quinoa en walnoten. Die vitamientjes hebben we dan maar weer binnen!


Vervolgens wat door het dorp geslenterd. Een schoolklas stond buiten de Haka te doen. Altijd weer een indrukwekkende strijddans! Iedereen in de straat applaudisseerde na afloop.


Rond half 3 naar Kaiteriteri gereden. Een heerlijk strandje dat ik nog kende van de eerste reis.

De schoolvakantie is voorbij, dus wat je nu op het strandje ziet zijn toeristen met campers en figuren zoals ik. Heel relaxed dus allemaal. Handdoekje op de grond, boekje erbij en genieten maar!

Om half 5 met de auto aangesloten in de rij die voor het konvooi klaar stond.

Klokslag 5 begonnen we te rijden. Ondanks dat we heel langzaam reden, kon je niet om je heen gaan kijken. De weg was op sommige stukken echt eng smal. Hele stukken weg waren weggespoeld en grote rotsen waren naar beneden gekomen. Ik ben blij dat ik hier niet was
tijdens de cycloon! Het  was in elk geval weer een goede oefening in het rijden met mijn grote Toyota RAV. Links rijden heb je eigenlijk zo te pakken, maar aan de afmetingen van mijn auto moet ik echt wennen.

Eenmaal aangekomen in Takaka zoek ik eerst een eettentje op. De keus is niet erg groot. Het wordt een afhaalkraam voor curries, burgers en patat. Terwijl ik zit te eten krijgt een man zijn bestelling. Friet in een krant gevouwen. Een enorme portie. Hij biedt mij ook wat aan, maar ik heb voldoende aan mijn curry. En zo raken we aan de praat. Hij vraagt met welk accent ik praat (:-) en als hij hoort dat ik uit Holland kom spreekt hij zowaar in het Nederlands terug. Bleken zijn ouders in de jaren ‘50 naar NZ te zijn geëmigreerd. Hij was toen 1 jaar. Later kwam oma uit Holland ook over.  Zij leerde hem Nederlands, zelf heeft ze nooit Engels leren spreken. De familie kwam oorspronkelijk uit Friesland. Grappig, zulke ontmoetingen.
 Tenslotte rijd ik nog het laatste stuk naar Collingwood en nu zit ik dus alweer te bloggen in mijn nieuwe onderkomen.

Morgen vroeg weer op : kayakken staat op het programma!

maandag 19 maart 2018

Kia Ora



Zie hier mijn onderkomen in Nelson: Joya Garden. Een heerlijk huisje met prachtige waterpartij voor de deur. Deze locatie wordt gerund door Paulina, een hartelijke Nederlandse die hier met haar 2 zonen woont. Afkomstig uit de televisiewereld (wat is het wereldje weer klein) en vroeger ook bekend geweest als zangeres onder de naam Barbara Nielsen
Toen ze begreep dat ik vandaag net was aangekomen na al die lange vluchten bood ze mij gelijk aan om wat mee te eten zodat ik niet op zoek hoefde naar een restaurant. Wat heerlijk! Ik stond namelijk inmiddels letterlijk te tollen op mijn benen. 

De vlucht van HongKong naar Auckland verliep heel voorspoedig. Deze keer absolute rust aan boord en geen huilende baby te bekennen. Heerlijk als het ook zo kan gaan. Ik kon ruim zitten want de twee stoelen naast mij bleven leeg. Wel handig, want toen mijn achterbuurman aldoor in mijn rug zat te duwen met zijn lange benen schoof ik in het donker gewoon een plekje op. Daar had ik geen
 achterbuurman of -vrouw. Alleen wel jammer dat ik niet in de gaten had dat het (verpakte) chocolaatje dat ik nog bewaard had van de maaltijd nog op de nieuwe zitplek lag. Toen ik na een wandelingetje door het gangpad terugkeerde op mijn plek zag ik het gesmolten chocolaatje op de bekleding van de stoel. En uiteraard ook mijn broek zat vol chocola op mijn achterwerk. Heel gênant allemaal. Zo goed en zo kwaad als het  ging schoongemaakt met natte doekjes en een dekentje over de stoel gelegd.
Overigens verdwenen er telkens dekentjes (en kussentjes) uit mijn rij stoelen. Eerst lagen er van elk 3, de steward had mij nog twee gegeven om op de stoel te leggen. Maar elke keer dat ik van mijn plek was geweest was er weer iets weg. Bleek de buurman voor mij ze stiekem weg te snaaien, ook een keer toen hij dacht dat ik sliep. Hij schrok zich rot toen ik mijn ogen open deed.  Ik moest denken aan de titel van een prentenboek van jaren geleden: Timmetje Tim en de dekentjesdief.

Ik had op vliegveld Auckland een selfie willen maken met op de achtergrond levensgroot de tekst Kia ora , een Maori- welkomstgroet. Maar het mocht niet zo wezen. Er werd verbouwd, dus die wand was achter schotten verdwenen. Niettemin voelde ik me toch heel welkom. Zeker ook door de goede zorgen van Pauline voor een maaltje en wat fruit!

Niet zo’n lang verslag vandaag, want ik ga nu eerst de route voor morgen uitstippelen en dan lekker naar bed. 

zondag 18 maart 2018

HongKong Confusion

In tegenstelling tot voorgaande jaren had ik dit keer een lange overstap in HongKong. Vanochtend om 7.15 geland, vanavond om 21.30 weer verder vliegen naar Auckland.
Ik had me daarom voorgenomen eerst een lekker tukkie te doen in het mij inmiddels vertrouwde Regal Airport Hotel en dan ‘s middags HongKong in.
Het tukje liep wat uit doordat ik de wekker een dag te ver had gezet (....). Al met al vertrok ik dus pas om half 3 met de Airport Express naar het Centrum. Tot zover niets aan de hand. Een recht lijntje, met slechts twee stops.
Op het vliegveld had ik nog een plattegrondje meegekregen met bezienswaardigheden en ik had bedacht dat ik bij de uitgang van het station Queens Road Central zou oversteken om de stad in te gaan.

Probleempje: de trein komt aan op een bepaalde verdieping en je moet je weg zien te vinden naar de juiste uitgang.



zie hier de plattegrond. Ik wilde bij C uitkomen, en volgens mijn logica stond op dit overzicht dat ik dan ergens naar beneden moest, rechtsaf en dan weer naar boven. Nou, nergens een mogelijkheid om naar beneden te gaan. Na een half uur zoeken besloot ik dan maar een andere uitgang te pakken en van daaruit verder te gaan. 

En toen bleek ik als wereldreiziger door de mand te vallen.
Ik kwam in een soort Van Hoog Catharijne terecht, met overal afsplitsing, trappen naar beneden naar de straat, voetgangersfly-overs voor grote kruispunten. Ik raakte volledig de kluts kwijt en een lichte paniek begon mij te bevangen. Ongecontroleerd schoot ik lukraak foto’s van ‘herkenningspunten’ om de weg terug te kunnen vinden, die even nietszeggend waren als de Chinese tekens op de borden. Een soort Hans en Grietje die kruimeltjes strooien om het bos weer uit te komen.



Het was overal stampend druk. Zondag, dus een vrije dag. Veel jongelui die aan het streetdansen waren, lekker weertje, zo’n 23 graden. Ondertussen liep ik als een kip zonder kop rond en de tijd draaide door. Ik had me voorgenomen om de trein van 5 uur weer terug te nemen zodat ik mijn blogje zou kunnen schrijven. Op miraculeuze wijze was ik opeens weer in de buurt van het station en inmiddels was het half 5. Ik heb het Centrum dus maar opgegeven, ben gaan rondkuieren waar ik op dat moment was, in de buurt van de pieren en het maritiem museum. Nog even genieten van de zon, 


en vervolgens de trein weer in. Wijze les: volgende keer meer tijd nemen voor een bezoekje aan HongKong!