Zie hier mijn glamping-tent in Tanja Lagoon. Is het niet een romantisch plaatje?
Na een dag aan meerdere strandjes (Nelson Beach, Middle Beach), allemaal even mooi, werd ik gisteravond uitgenodigd bij de schoonouders van Loz die ook op het terrein wonen. David en Libby zijn beide tachtig jaar en met name David vindt het erg leuk om met mensen uit het buitenland te praten. Hij kwam mij ‘s morgens vragen of ik zin had om te komen eten (something simpel) en zullen we afspreken rond ‘ fivish’?
Dus ik weer op zoek naar een fles wijn om mee te nemen en rond vijven naar David en Libby.
Het was een warme dag, zo’n 28 graden en David had duidelijk last van het weer. Het bleek dat hij afgelopen maandag nog een hartaanval had gehad en was gedotterd.
Ondanks alles wilde hij de afspraak door laten gaan. Zijn vrouw Libby kwam er bij zitten. Zij heeft een verlamde arm en de ander arm heeft ze bij het lopen nodig om de wandelstok vast te houden. Een nogal gammel stelletje dus.
Het is altijd grappig om de gesprekken te observeren van mensen die al zo lang samen zijn . Hij bezorgd over haar ( ‘Libby, don’t do that. I will take care of it’ als zij de toastjes laat vallen), zij gewend aan zijn kuren (als zij iets vertelt onderbreekt hij haar en gaat het over totaal iets anders hebben. Ze wacht rustig af en als hij uitgesproken is pakt zij de draad gewoon weer op: ‘Anyway....’).
David verteld o.a. over de kangoeroes. Een jong wordt minuscuul klein geboren, ongeveer een cm of twee en kruipt dan over de vacht naar de buidel. De moeder ‘wijst’ hem de weg door een pad over haar vacht te likken. Eenmaal in de buidel gaat het jong op zoek naar een tepel. Er zijn er twee. Een is voor het nieuwe jong, de ander voor een ouder jong dat nog wel gezoogd wordt maar buiten de buidel leeft. Beide tepels geven verschillende soorten melk, aangepast aan het jong dat er van drinkt. Toch weer bijzonder he?
Hier op de foto een Joey, een jong waarvan de moeder is omgekomen. Deze wordt met de fles gevoed en moet uiteindelijk weer in het wild uitgezet worden.
Ik vertelde David van de beestjes die ik over mijn tent hoor rennen ‘s nachts. Waarschijnlijk zijn het sugargliders, een soort eekhoorntje dat glijvluchten kan maken omdat het een soort vliezen tussen zijn lijf en poten heeft. Het is ook een buideldier.
Met een gerust hart ging ik later weer naar mijn tent. Ik was sowieso niet echt bang voor de geluiden van deze beestjes omdat het duidelijk aan de buitenkant van de tent bleef. Dus toen ik deze nacht weer het licht had uitgedaan om te slapen hoorde ik weer het getrippel op het tentzeil en maakte me niet druk.
Tot slot nog een plaatje van een kookaburra. Gewoon voor de leuk...
Volgende ochtend niet al te vroeg opgestaan. Spullen ingepakt en vertrokken naar Vincentia, ongeveer 400 km rijden. Het werd uiteindelijk vandaag 34 graden, met een hoge luchtvochtigheid. Dus was het niet zo erg om een lang stuk te rijden in een auto met airconditioning. Gelukkig was het landschap wat meer variabel. Open weidelandschap en boswegen wisselden elkaar af, en regelmatig rijd je een kustplaatsje binnen. Morgen weer een dag. Vincentia is mijn laatste adres voor Sydney. De tijd vliegt om!