Vandaag, 29 maart, stond mijn laatste vooraf geboekte excursie gepland.
Ik ga op pad met een Maori in het subtropisch regenwoud, waarbij hij van alles vertelt over de bomen en planten en wat de Moari daarmee doen.
Ik vertrok op tijd want het was een uur rijden naar de opstapplaats. De rit verliep heel voorspoedig waardoor ik al een half uur voor de afgesproken tijd op de ontmoetingsplaats was. Dat was een gewoon huisadres. Om de mensen daar niet op te zadelen met een veel te vroege gast reed ik nog even wat in de omgeving rond en zo'n 10 minuten voor de vertrektijd kwam ik opnieuw aan.
Ik reed de oprit op en zag toen op de deur een brief hangen waarop stond dat er een nieuwe opstapplaats was, zo'n 30 km verderop! Vaag herinnerde ik me ineens dat ik, toen ik 2 dagen in NZ was, een mailtje hierover had gehad van mijn reisagent. Stom, stom, stom, stom! Destijds dacht ik: o dat is pas helemaal aan het eind van mijn vakantie en had wel het mailtje bewaard, maar het niet aangetekend in mijn map met vouchers en routebeschrijvingen. Om het vervolgens dus helemaal te vergeten.
Ik baalde als een stekker: ik zou nooit in 10 minuten 30 km kunnen afleggen! Met de moed der wanhoop ging ik toch maar op weg, je weet maar nooit. Deze keer heb ik voor het eerst de snelheidslimiet overtreden! Maar uiteindelijk was ik om kwart over 9 op de nieuwe plek, terwijl om 9 uur de groep zou vertrekken. Dus mijn telefoon gepakt. Helaas kreeg ik een antwoordapparaat aan de lijn. Ik sprak een boodschap in dat het mij erg speet dat ik te laat was en dat ik eventueel graag morgen dan nog zou willen gaan.
Wat nu? De hele dag lag nog voor me. Omdat ik mijn telefoonnummer had ingesproken probeerde ik of mijn auto ook handsfree telefoon aan kon. Al draaiend aan knopjes hoorde ik ineens een auto naast me parkeren. Een ouder echtpaar stapte uit. Vrijwel gelijktijdig kwam een busje aanrijden van Te Ureweratreks! Niet alleen de startlocatie maar ook de vertrektijd was veranderd: half 10. Bleek ik dus ruim op tijd te zijn!
Wat een mazzel dat ik niet gelijk rechtsomkeert was gegaan!
We stapten over in het busje. Het echtpaar bleek Nederlands te zijn en uit Bussum te komen. Onze Moarigids was een jonge man genaamd Humi. Na een behoorlijk lange rit waren we eindelijk in het bos. Inmiddels was het weer omgeslagen van een grijze ochtend in een druipende ochtend. Nou ja, we gingen toch naar het regenwoud? We liepen een route, waarbij Humi ons het onderscheid bijbracht tussen de diverse native trees. Het verschil was vooral te zien aan de bast en hoe hoog een boom kan worden. Het zijn vrijwel allemaal bomen uit dezelfde familie van de coniferen. Maar die lijken niet allemaal op onze Hollandse coniferen. Elke soort werd weer voor andere dingen gebruikt. De een om mee te bouwen, de ander voor houtsnijwerk, een derde voor kano's. Een vierde had weinig gebruikswaarde voor wat betreft het hout, maar als je 'm uitholt kun je 'm gebruiken als een soort natuurlijke koelkast. De Maori's bewaarden daarin o.a. de vogels die zij vingen.
De verschillende soorten varens hebben ook allemaal een andere gebruikswaarde. De ene werkt heel goed waterafstotend als je die op je kleding bevestigde, de ander werkte als een antibacterieel middel als je de bladen kookt en weer een ander heeft wortels die verdovend werken, bijvoorbeeld bij kiespijn.
Verder vertelde Humi over de wijsheden die hij van zijn voorouders had geleerd. Echt heel interessant allemaal.
Na de wandeling in het bos vertrokken we naar een andere plek waar we bomen zouden gaan planten. Ondertussen goot het ongelofelijk hard. Aangekomen bij de helling waarop wij bomen zouden planten moesten we heel stijl omhoog klauteren. Door alle regen besloeg mijn bril helemaal en stroomde het water in mijn ogen. Ik zag nauwelijks waar ik liep. Eindelijk waren we boven. Humi zei nog een soort Maori gebed op en we plantten in alle haast 6 boompjes. Humi noteerde de GPS coördinaten en we gingen weer naar beneden. Al glibberend en glijdend zochten we onze weg naar beneden. Ik zag geen hand voor ogen en gleed op een gegeven moment uit en ging op mijn billen over de helling naar beneden. Dit was niet leuk meer!
Humi liet ons gauw in het busje stappen en bracht ons naar een camp waar we een lunch kregen aangeboden. Onder een tentdak. Humi maakte een vuur zodat we ons wat konden warmen, maar we waren tot op onze onderbroek nat, dus dat hielp niet veel. Als afsluiting van het geheel kregen we een soort oorkonde: E tipu, e toro, e tu (Groei, wordt langer, sta) was de wens in Maoritaal die was uitgesproken bij de boompjes. Dit staat vermeld op de oorkonde en een dankbetuiging voor het helpen herstellen van het regenwoud van Te Urewera en voor onze bijdrage aan het behoud van de natuurlijk omgeving: Kia ora mo o tautoko i te kaitiakitanga o te putaiao
Voorjaar 2015 maakte ik een reis door Nieuw-Zeeland. Door de Maori's ook wel Aotearoa genoemd, wat zoveel betekent als 'Het land van de lange witte wolk'. Maart 2016 maakte ik opnieuw een reis door Nieuw-Zeeland. Maart-April 2018 nog een klein stukje Nieuw-Zeeland en een eerste verkenning van Australië, namelijk de oostkust van Melbourne naar Sydney. Maart 2020 opnieuw naar het Zuidereiland maar helaas door corona de reis af moeten breken. Oktober 2022 daarom in de herkansing.
zondag 29 maart 2015
Naar Rotorua
Van the middle of nowhere naar het zeer toeristische Rotorua.
Onderweg daar naartoe beland ik voor het eerst in vulkanisch gebied. Weer een heel nieuwe look. Hier lage begroeiing, o.a. paars bloeiende hei en heel veel ' Flags'. Zo'n graspol met van die witte pluimen (die wij in de winter altijd moeten inpakken tegen de kou). Het gras van de flags wordt door de Maori gebruikt om mee te weven: wanden van huizen, tasjes, schoenen e.d.
Ik zie een afslag naar Whakapapa. Dat ligt in het Tongariro National Park. Daar bevinden zich 3 vulkanen, waarvan een in de Lord of the Rings voorkomt als Mount Doom. De echte naam van de vulkaan is Ngauruhoe. Ik had een stille hoop dat ik er met de auto naar toe zou kunnen rijden, maar dan moet je toch echt een wandeling van minimaal 2 uur, vrij stijl, gaan maken. Dat was mij een beetje teveel van het goede.
Het informatiecentrum liet films zien van grote uitbarstingen en je kon er allerlei informatiepanelen bestuderen over de werking van vulkanen, onderscheid naar lava, puimsteen en lavabombs. Daar was ik een half uurtje zoet mee en daarna vervolgde ik mijn weg weer.
Op een gegeven moment rijd je een hele tijd langs Lake Taupo. Dit is het grootste meer van Nieuw Zeeland. Het is eigenlijk een grote krater die is volgelopen met water. Een mooie omgeving die heel geschikt is voor watersport.
Op een gegeven moment zag ik een bordje Crater Moon Valley. Dus weer afgeslagen. Het bleek een klein gebied te zijn met vulkanische activiteit, dat wil zeggen: er kwam stoom uit de grond en bubbelende modder. Je kon door het gebied heen wandelen over houten vlonders. Daar mocht je absoluut niet van afstappen, want de grond ernaast kan instabiel zijn en heet en er kan zomaar kokend hete stoom uit ontsnappen. Ik vroeg nog bij de ingang of ik een jas mee moest nemen en de mevrouw keek me meewarig aan: It's hot out there! Nou, inderdaad! Gelukkig was het nogal bewolkt, want zonder de zon was het al warm genoeg. Na een wandeling van een uurtje was ik weer bij het beginpunt.
Rotorua was gauw gevonden, het plaatsje waar mijn B&B zich bevond iets moeilijker. Dit was de eerste keer dat ik de weg heb moeten vragen. Het is een heel chicque B&B die regelmatig prijzen had gewonnen. Christine is de gastvrouw. We hebben gezellig samen Indiaas gegeten. (Had ik even in het dorp gehaald). Behalve ik, waren er nog 2 stellen. Een daarvan was een Duits stel dat ook in Wellington in Booklovers B&B had gezeten. Het andere stel was Japans. Ze waren vandaag pas aangkomen (na 2 dagen vliegen) en hadden om precies te zijn 4 dagen om het Noordereiland te bereizen. Daarna moesten ze weer terug. In Japan kan je nauwelijks vrij krijgen, anders is je baan al door een ander ingepikt. Je kunt het je bijna niet voorstellen, als je zelf 5 weken vrij hebt!
Onderweg daar naartoe beland ik voor het eerst in vulkanisch gebied. Weer een heel nieuwe look. Hier lage begroeiing, o.a. paars bloeiende hei en heel veel ' Flags'. Zo'n graspol met van die witte pluimen (die wij in de winter altijd moeten inpakken tegen de kou). Het gras van de flags wordt door de Maori gebruikt om mee te weven: wanden van huizen, tasjes, schoenen e.d.
Ik zie een afslag naar Whakapapa. Dat ligt in het Tongariro National Park. Daar bevinden zich 3 vulkanen, waarvan een in de Lord of the Rings voorkomt als Mount Doom. De echte naam van de vulkaan is Ngauruhoe. Ik had een stille hoop dat ik er met de auto naar toe zou kunnen rijden, maar dan moet je toch echt een wandeling van minimaal 2 uur, vrij stijl, gaan maken. Dat was mij een beetje teveel van het goede.
Het informatiecentrum liet films zien van grote uitbarstingen en je kon er allerlei informatiepanelen bestuderen over de werking van vulkanen, onderscheid naar lava, puimsteen en lavabombs. Daar was ik een half uurtje zoet mee en daarna vervolgde ik mijn weg weer.
Op een gegeven moment rijd je een hele tijd langs Lake Taupo. Dit is het grootste meer van Nieuw Zeeland. Het is eigenlijk een grote krater die is volgelopen met water. Een mooie omgeving die heel geschikt is voor watersport.
Op een gegeven moment zag ik een bordje Crater Moon Valley. Dus weer afgeslagen. Het bleek een klein gebied te zijn met vulkanische activiteit, dat wil zeggen: er kwam stoom uit de grond en bubbelende modder. Je kon door het gebied heen wandelen over houten vlonders. Daar mocht je absoluut niet van afstappen, want de grond ernaast kan instabiel zijn en heet en er kan zomaar kokend hete stoom uit ontsnappen. Ik vroeg nog bij de ingang of ik een jas mee moest nemen en de mevrouw keek me meewarig aan: It's hot out there! Nou, inderdaad! Gelukkig was het nogal bewolkt, want zonder de zon was het al warm genoeg. Na een wandeling van een uurtje was ik weer bij het beginpunt.
Rotorua was gauw gevonden, het plaatsje waar mijn B&B zich bevond iets moeilijker. Dit was de eerste keer dat ik de weg heb moeten vragen. Het is een heel chicque B&B die regelmatig prijzen had gewonnen. Christine is de gastvrouw. We hebben gezellig samen Indiaas gegeten. (Had ik even in het dorp gehaald). Behalve ik, waren er nog 2 stellen. Een daarvan was een Duits stel dat ook in Wellington in Booklovers B&B had gezeten. Het andere stel was Japans. Ze waren vandaag pas aangkomen (na 2 dagen vliegen) en hadden om precies te zijn 4 dagen om het Noordereiland te bereizen. Daarna moesten ze weer terug. In Japan kan je nauwelijks vrij krijgen, anders is je baan al door een ander ingepikt. Je kunt het je bijna niet voorstellen, als je zelf 5 weken vrij hebt!
Abonneren op:
Posts (Atom)

