zaterdag 4 april 2015

Terug door de witte wolken

Vrijdag was het dan zover: het onvermijdelijke afscheid van het land van de lange witte wolk. 
Met pijn in mijn hart pakte ik mijn spullen in. Het lijkt toch nog onverwacht, alsof er nooit een einde aan zou komen. De realiteit is echter dat ik om half 3 met het vliegtuig van Auckland weer naar Hong Kong vertrek.
Eerst nog 3 uur rijden vanaf de Coromandel naar Auckland. Uitgerekend op deze dag, Goede Vrijdag, is zo'n beetje heel Auckland juist op weg naar de Coromandel, een zeer geliefde vakantiestreek. Dus al slingerend langs de kust heb ik weinig last van auto's voor mij, maar wel van heel veel wagens met bootaanhangers als tegenliggers op de krappe wegen. Nog goed opletten dus!
De reis verloopt voorspoedig en voor je het weet ben je op het vliegveld. Eerst de auto nog inleveren en dan de bagage droppen. Ingecheckt was ik al, dus dat is weer een zorg minder. En dan wachten op het vertrek. Uiteindelijk komt het vliegtuig met vertraging binnen, waardoor wij ook een uur te laat vertrekken. Gelukkig werd dat uur tijdens de tocht naar Hong Kong weer ingehaald. Zo hield ik toch 3 uur overstaptijd voor mijn vlucht naar Amsterdam. 
Op het vliegveld in Auckland zat een Chinese man ongegeneerd voortdurend keihard zijn neus op te halen en voluit te proesten. Onwillekeurig dacht ik: Ik hoop niet dat die man naast mij zit in het vliegtuig of vlak bij. Want na 1 uur begin je je er al aan te ergeren, laat staan als je 10 uur met die man onderweg bent! Mijn Nieuw Zeelandse buurvrouw bij de gate dacht er kennelijk hetzelfde over en durfde dat ook hardop uit te spreken.

Uiteindelijk vertrokken we dan toch om half 4. Ik kwam naast een Chinees oud vrouwtje te zitten, dat geen Engels sprak. Af en toe gebaarden we maar wat. Ze had veel last van haar rug. Op een gegeven moment kwam er een plastic zak met Chinese medicijnen te voorschijn. Ze nam het een na het andere in en viel uiteindelijk in slaap. 
Ik moet bekennen dat ik toch wel tranen in mijn ogen kreeg toen ik Nieuw Zeeland onder me weg zag glijden. Na alle hectiek van dingen regelen om je vliegtuig te halen kom je eindelijk tot rust en besef  je dat het nu echt voorbij is.

Op weg naar huis raak je  alle besef van tijd kwijt, want je vliegt terug in de tijd. Buiten is het nog licht, maar het vliegtuig wordt na een warme maaltijd om half 5 verduisterd, zodat iedereen gaat dutten. Pas 8 uur later gaat het licht weer aan en krijg je een warm ontbijt voorgezet en weer een uurtje later stap je uit in Hong Kong. Daar is het dan rond 9 uur in de avond (plaatselijke tijd) en nog 27 graden Celsius!
Drie uur overstaptijd, dus gauw door de douane en op zoek naar de juiste gate. Nog even wat te drinken kopen en dan maar weer wachten. Uiteindelijk worden we naar een andere gate gedirigeerd en moeten we weer wachten. Met een uur vertraging vertrekken we om half 2 's nachts uit Hong Kong.

Ook hier weer dat rare gegoochel met de tijd: Een uur na vertrek (dus half 3 's nachts Hong Kong tijd) krijg je weer een warme maaltijd, het licht wordt weer gedempt en pas anderhalf uur voor de landing (half 6 Nederlandse tijd) gaat het licht weer aan en krijg je weer een warm ontbijt.
Ik moet bekennen dat ik ook wel weer blij was om het vertrouwde beeld van ons overvolle land onder je te zien verschijnen. Ineens kun je niet snel genoeg weer thuis zijn! Fijn om te weten dat John klaar staat om me op te halen. En ook de vertraging is gelukkig teruggelopen tot een kwartier, dus dat valt weer reuze mee.
Wat niet meeviel was de temperatuur toen we uit het vliegtuig kwamen: slechts 5 graden! Twintig minder dan bij mijn vertrek in Auckland. Wat een enorm verschil!
Gauw mijn koffer halen en naar huis!

En ja hoor, het mocht niet mee zitten. Als alle koffers zijn verdwenen van de band is die van mij nog steeds niet voorbij gekomen. Dus alsnog een uur in de rij bij het melden van de vermissing, want slechts 1 jongedame is aanwezig voor afhandeling van vermiste en beschadigde bagage. Ik probeer John nog te bellen, want die staat al een hele tijd te wachten, maar het werkt niet goed met mijn NZ-se SIMkaart. (Later bleek ik mijn Nederlandse SIMkaart nog in mijn portemonnee te hebben zitten, maar ja, daar kwam ik even niet op).
Wat ben je dan blij als je eindelijk door de schuifdeuren de aankomsthal instapt en John staat er nog met een mooie bos bloemen in zijn hand!
Heel chicque heeft hij me met zijn nieuwe oude BMW (voor wie het nog begrijpt) naar huis gereden. En na een kop koffie met John en de eerste verhalen kan ik er dan eindelijk even voor gaan zitten:
De koek is op, ik ben weer thuis. Bij thuiskomst hangt er nog een leuk briefje op de deur met een verwijzing naar mijn belevenissen!



Terugkijkend denk ik dat ik absoluut nog een keer terug wil, want ik heb nog zoveel niet gezien! Wat een GE-WEL-DIG land was het. Wat heb ik genoten van het natuurschoon, van de Maoricultuur, van de gastvrijheid, van de humor, van alle avonturen en ontmoetingen. Fantastisch om dat helemaal op eigen houtje  te hebben kunnen doen en ik ben ik best een beetje trots op mezelf dat ik de uitdaging ben aangegaan!

Nu resten de foto's, de verhalen en de herinneringen.  Ik vond het ook erg leuk om deze blog bij te houden en wat ik ook heel leuk vond waren de reacties op mijn blog. Trouwe lezers en lezers die misschien niet een reactie hebben achtergelaten maar wel hebben meegenoten maken het extra leuk om te schrijven. Dank jullie wel! En misschien keek Pa ook nog wel mee vanaf een wit wolkje.


donderdag 2 april 2015

Het mooiste visje van de zee

Ik kon het natuurlijk niet laten: de laatste dag nog even uitbuiten. Dus toch nog maar een tripje gemaakt met een bootje langs de kust van Mercury Bay. Werkelijk een prachtige kust waar je verschillende rotsformaties tegenkomt.

Wat je vooral tegenkomt zijn witte rotsen van puimsteen (gevormd uit de as van de vulkaan). Dit is heel poreus en daardoor ook heel vatbaar voor erosie. Op sommige stukken  zijn de wanden helemaal glad geschuurd. Op andere plekken zie je de prachtigste patronen door de erosie: holtes, golvende lijnen en grotten. En dat in een azuurblauwe zee, een fascinerend gezicht!
Een van de grotten hier is heel beroemd. Er worden ook vaak trouwfoto's gemaakt. Zo ook vandaag.



Andere rotsen zijn gevormd door lavastromen die gestold zijn. Soms kun je heel goed zien dat het een stroom is geweest, door de vloeiende vormen.
Een andere vorm die je tegenkomt zijn gestapelde platen die schuin omhoog wijzen. Dat zijn stukken ondergronds gesteente dat omhoog gedrukt is doordat twee tectonische platen onder elkaar geschoven zijn.

Wat je hier ook hebt is een stuk strand dat warm wordt tijdens eb. Onder de grond is een vulkanische magmalaag die heet is. Daarboven zit grondwater dat verwarmd wordt door het magma. Als je tijdens  eb een kuiltje in het natte zand graaft om in te gaan liggen, heb je een warm bad. Door een geultje naar de zee te graven met een dammetje van zand er in kun je de temperatuur van je badwater regelen door af en toe het dammetje even weg te halen, zodat het koele zeewater in je warme badje komt. Het is echt een attractie waarvoor mensen in rijen naast elkaar liggen op het strand. Ik heb het alleen maar vanaf de zee aanschouwd

Het water in de zee is heel helder, waardoor het ook heel geschikt is om in te snorkelen. Maar zelfs zonder snorkel kun je de vissen zien zwemmen vanuit de boot. De snappers die ik op de foto heb gezet zijn vast familie van 'het mooiste visje van de zee' uit het boek van Marc Pfister. Ze hebben prachtige fluoriserende stippen op hun lijf. Ieder in een uniek patroon. Het is een soort vingerafdruk. Deze snappers kunnen wel 70 jaar oud worden, en zo'n 1.30 meter lang. Als ze dood zijn vervagen de fluoriserende patronen. Dus een gevangen snapper ziet er nooit zo mooi uit als een levende in de zee!



Al met al dus weer een leuke excursie.
Na afloop lekker geluncht langs de kust. In tijden niet zo lekker gegeten!
Nu nog mijn koffers pakken en vanavond eten bij Luke's in het dorp. En dan is de koek op!

woensdag 1 april 2015

Zon, zee, rust

Zoals gezegd, deze dagen zijn bedoeld om een beetje bij te komen. Niet veel gedaan dus vandaag. Na het ontbijt op mijn gemakje afgedaald naar het strandje dat onderaan de oprit ligt. Languit in de zon en rusten maar.....................

Wat saaaaaaai! Beetje langs de waterkant kuieren, fototoestel ophalen om schelpen te fotograferen, dutje doen, boekje over de Hobbit doorbladeren.


He, he, tijd voor de lunch! Om de tijd te doden naar een plaatsje verderop gereden (weer 20 minuten kronkelen langs de kust), daar een sandwich gekocht voor later. Eerst een kopje koffie met een lemonslice. Ze zijn hier erg van de stevige grote taarten/koeken! En erg zoet. Gelukkig is de koffie lekker sterk. Daar zijn ze in NZ ook goed in: lekkere koffie. Ik neem altijd een Long Black. 
Nog even langs de supermarkt voor een kant en klaar maaltje voor vanavond. Noodles, waar ik alleen even heet water op hoef te gooien. Helaas kennen ze hier niet van die kant en klare salades zoals onze vriend AH heeft. Dat is wel jammer, want om nu een hele krop sla te kopen gaat me te ver. Dan maar een appel er bij. En een bakje yoghurt als toetje.
Dan maar weer terugrijden op mijn dooie akkertje. 

Thuisgekomen vlei ik me neer op een ligstoel met mijn sandwich en een flesje water. Boekje erbij en goed insmeren want de zon is fel....
Na een half uur begint het te heet te worden. Met veel moeite wurm ik me uit de stoel omhoog die vervolgens met een flinke krak inscheurt langs de rand. Oei! Gelijk maar even opbiechten bij gastvrouw Lorraine. Embarresing! Heel lief suggereert Lorraine dat dat er al een tijdje aan zat te komen, dat er al een scheurtje in gezeten had.... 

Rond 5 uur probeer ik in Google maps een kaart te maken van alle locaties die ik in mijn blogs heb genoemd. Kennelijk trekt dat nogal veel van de server, want die weigert regelmatig om op te slaan. Dat schiet dus niet op. Morgen nog maar eens proberen.

Wat zal ik nu eens gaan doen?
Laat ik mijn kamer vliegenvrij proberen te maken. Er is hier een ware vliegenplaag. Gelukkig geen sandflies, maar heel veel vliegen die om je hoofd vliegen of op je benen kriebelen is ook vervelend. Volgens Lorraine is deze plaag na de orkaan Pam begonnen. Die Pam heeft heel wat op haar geweten.
Uiteindelijk heb ik ze er allemaal op 1 na uit gekregen. Vanavond een laatste poging doen.

Met de camera door de tuin sjouwen en proberen de Monarchvlinder vast te leggen. Het zijn hele mooie grote oranje-zwarte vlinders. Maar ze zitten bijna nooit stil, en als dat wel zo is hebben ze hun vleugels dicht gevouwen. Ze kunnen heel mooi op de luchtstroom zweven. Dat had ik vlinders nog nooit zien doen. Dan maar een foto van de rups ervan. Die blijven beter zitten.



Zucht... laat ik mijn blog gaan schrijven....

Morgen toch maar weer een excursie doen?

dinsdag 31 maart 2015

Hobbiton

Op weg naar mijn laatste B&B heb ik nog even een omweg gemaakt naar Hobbiton. Ik kon het niet laten. Hobitton is de filmset van het dorp van de Hobbits, gebruikt voor zowel Lord of the Rings als voor de Hobbit.
Ik vond het in de film altijd zo'n romantisch dorpje, met die groene heuvels, bloemetjes en grappige kleine mensjes met grote voeten en oren. En het blijkt echt de moeite van het omrijden waard!

De set was gebouwd voor de eerste serie (Lord of the rings) in 2009. De grond is eigendom van een boer (dhr. Alexander) die schapen en Anguskoeien houdt. De locatiescout koos voor deze plek omdat er een meer met een grote boom was. Daar zou het feest van Bilbo's 111e verjaardag worden gefilmd.
Voor de rondleiding wordt je met een bus door dat prachtig golvende landschap vol met schapen en koeien gereden naar de set. 
De set was voor de eerste serie films vooral van tijdelijke materialen gemaakt. Na de opnames is er heel veel weggehaald en vergaan.
Boer Alexander leidde wel eens wat vrienden daar rond, maar dat was nog niet echt een georganiseerd iets. Toen de filmmaatschappij later nog eens drie films (de Hobbit) wilde opnemen op dezelfde locatie stelde Alexander als eis dat deze keer gebruik zouden worden gemaakt van materialen die blijvend waren, zodat er uiteindelijk echte rondleidingen gegeven zouden kunnen worden. Zo gezegd, zo gedaan.
Alles wat je daar aan hobbithuisjes ziet is alleen maar een frontje. Je kunt er niet echt in. Binnenopnames zijn allemaal in de studio's in Wellington gemaakt.


Zoals jullie natuurlijk allemaal wel weten waren de Hobbits heel klein en Gandalf de tovenaar was in verhouding heel groot. Door in het dorp met verschillende maten te werken (90 % of 60%) kun je de indruk wekken dat een acteur groot of juist klein is. Opnames met Gandalf zijn dus voor de 60% huisjes gemaakt. En de opnames met Bilbo, de Hobbit, voor de 90% huisjes. Ook de requisieten zijn in dat soort verhoudingen gemaakt.


Ook heel grappig: je moet goed kijken wat echt en wat nep is. In de moestuin vond je zowel requisieten als echte pompoenen, appels enz.
Alles is heel goed doordacht. In het boek wordt verteld dat de hobbitkinderen pruimen van de bomen jatten. Dat shot van 3 seconden zit ook in de eerste lord of the rings film. Maar echte pruimenbomen zijn veel te hoog voor een hobbit, dus zijn voor de film appelbomen gebruikt.
Er staat ook een enorme boom, die volledig nep is. Alle 220.000 blaadjes zijn in Taiwan gemaakt en op de set aan de (nep)boom bevestigd.
Voor de Hobbitfilm is de boom later opnieuw gemaakt, maar dan kleiner. Want het verhaal van de Hobbits is chronologisch gezien eerder dan het verhaal van de Lord of the Rings. Dus moest voor de laatste serie het dorp (en dus ook bomen) er ' jonger' uitzien. Als je nagaat dat het vaak om scenes van secondes gaat en wat daar allemaal voor werk en geld in is gaan zitten!
Er moest ook een weg naar de locatie worden aangelegd. Dat hebben soldaten van het NZ-se leger gedaan, en die hebben ook een moeras drooggelegd. Een aantal van die soldaten hebben later als figurant (zoals de Orks) in de film meegespeeld.

Ach, er is haast teveel om te vertellen. Het is denk ik het leukste om er zelf eens heen te gaan als je de gelegenheid hebt/krijgt.



Aan het eind van de rondleiding kom je in een soort dorpsherberg terecht, de Green Dragon, die nergens in de films voorkomt maar speciaal voor de rondleidingen bij de set is gebouwd. Daar kregen we nog een hobbitdrankje aangeboden. Voor de films was destijds speciaal bier gebrouwen met een laag alcoholgehalte zodat de acteurs tijdens het feest van Bilbo's verjaardag flink konden door drinken. Dit bier is voor de echte fan ook te koop. Echte fans komen hier ook vaak verkleed als Hobbit of Ork naar toe. En je kunt zelfs je bruiloft hier vieren. Dan moet je er wel snel bij zijn, want er mogen maar 4 per jaar worden gehouden...

Rond half 2 vertrok ik om naar mijn laatste B&B in Kuaotunu te rijden. Nog een tocht van ruim 3,5 uur, want het laatste deel gaat langs de kust met allemaal bochten waar je maar et 35 km door heen kunt rijden. Dat schiet echt niet op zeg! Maar je komt wel op een mooie locatie aan de kust terecht. Hier ga ik even bijkomen van alle indrukken om over drie dagen weer op het vliegtuig te stappen!

maandag 30 maart 2015

Lady Knox gewekt en de fazant van Pa teruggevonden

Op tijd opgestaan want vandaag moet ik naar Lady Knox om haar wakker te zien worden.
Ze woont in Wai-o-Tapu, zo'n 20 minuten rijden en ze wil steevast om 10.15 uur gewekt worden. Waar gaat het hier over? Over een geiser. Elke ochtend spuit ze en daar wil ik natuurlijk bij zijn, net als de vele andere toeristen. Om de druk in de geiser op de bouwen wordt er een poeder in gestrooid, waardoor ze precies kunnen bepalen hoe laat ze spuit. Het verhaal dat erbij werd verteld: In deze vulkanische regio stond een gevangenis. De gevangenen werden te werk gesteld, ze moesten bomen planten. Zo ontdekten ze een warme bron, waar ze hun was in deden. De zeep die ze daarbij gebruikten deed de geiser ontwaken... Of het een broodje aap is weet ik niet, maar het is weer een mooi verhaal.


De geiser ligt een een thermaal gebied waar je (wederom) over uitgezette paden en vlonders doorheen kunt wandelen. Je weet gewoon niet wat je ziet. Prachtige kleuren in het stomende water en afgezet aan de randen: rood door het ijzer, geel door het sulfiet en wit door het magnesium. Overal natuurlijk rookpluimen en dampen die een naar luchtje hebben. Je adem inhouden lukt niet, want het gebied is zo groot dat je het einde niet zou halen. Ik heb er de hele ochtend doorgebracht om er mooie plaatjes te schieten.


Na een broodje gezond reed ik terug richting Rotorua. Daar bevind zich aan de rand een 'living Maori village': Whakarewarewa. Dit dorpje ligt op thermale grond. Daardoor zien de houten huizen er soms nogal armoedig uit, want de verf bladdert af door de chemische stoffen in de lucht. In het dorp wordt gekookt in het hete water. Ook gaat men er in badderen. De modder die er in zit schijnt goed tegen reuma te zijn. 
We kregen een show te zien van Moari liederen waarin de bewegingen en attributen voor allerlei dingen uit de natuur staan. Het ziet er heel eenvoudig, maar wel mooi uit. De vrouwen dragen rokjes van stroken van een bepaald soort riet en soms een kleed. De mannen zijn vooral bloot op een geweven rok na en zijn vooral voorzien van mooie tatoos. De mannen dansten en zongen ook de haka, een oorlogslied dat bedoeld is om te imponeren en zichzelf op te zwepen voor de strijd. Daarbij steken ze ook hun tong uit en zetten grote ogen op. Heel intimiderend. Bij rugby wedstrijden , de nationale sport hier, wordt de haka nog steeds uitgevoerd.


Als laatste activiteit vandaag ging ik naar Te Puia. Ook hier kun je naar geisers en thermale gronden kijken, maar het ging mij dit keer om de arts en craftsschool waar de Maori leren houtsnijden en weven. Ze maken de prachtigste dingen. Je kan wel blijven fotograferen.


En bij de weefvrouwen kwam ik de fazant van Pa tegen: geplukt. De prachtige veren worden meegeweven in een kleed, dat als een soort mantel dient. Uiteraard gebeurde dat vroeger meer met kiwiveren. Maar de mevrouw die het hier aan het leren was werkte dus met fazantenveren.


En, oh ja: ik heb hier eindelijk een echte levende kiwi gezien! (In gevangenschap dan welliswaar, maar toch!) Ze zijn nog groter dan ik gedacht had. Het verschil met gewone vogels naast dat ze geen vleugels hebben om te vliegen, is o.a dat hun veren niet van die pennen hebben maar meer een soort haarplukjes en dat hun botten heel massief zijn (een gewone vogel heeft holle botten om licht genoeg te zijn om te kunnen vliegen). Bovendien kunnen ze ruiken en hebben ze grote oren. Weer wat geleerd!

zondag 29 maart 2015

Boomplantdag

Vandaag, 29 maart, stond mijn laatste vooraf geboekte excursie gepland.
Ik ga op pad met een Maori in het subtropisch regenwoud, waarbij hij van alles vertelt over de bomen en planten en wat de Moari daarmee doen.
Ik vertrok op tijd want het was een uur rijden naar de opstapplaats. De rit verliep heel voorspoedig waardoor ik al een half uur voor de afgesproken tijd op de ontmoetingsplaats was. Dat was een gewoon huisadres. Om de mensen daar niet op te zadelen met een veel te vroege gast reed ik nog even wat in de omgeving rond en zo'n 10 minuten voor de vertrektijd kwam ik opnieuw aan.
Ik reed de oprit op en zag toen op de deur een brief hangen waarop stond dat er een nieuwe opstapplaats was, zo'n 30 km verderop! Vaag herinnerde ik me ineens dat ik, toen ik 2 dagen in NZ was, een mailtje hierover had gehad van mijn reisagent. Stom, stom, stom, stom! Destijds dacht ik: o dat is pas helemaal aan het eind van mijn vakantie en had wel het mailtje bewaard, maar het niet aangetekend in mijn map met vouchers en routebeschrijvingen. Om het vervolgens dus helemaal te vergeten.

Ik baalde als een stekker: ik zou nooit in 10 minuten 30 km kunnen afleggen! Met de moed der wanhoop ging ik toch maar op weg, je weet maar nooit. Deze keer heb ik voor het eerst de snelheidslimiet overtreden! Maar uiteindelijk was ik om kwart over 9 op de nieuwe plek, terwijl om 9 uur de groep zou vertrekken. Dus mijn telefoon gepakt. Helaas kreeg ik een antwoordapparaat aan de lijn. Ik sprak een boodschap in dat het mij erg speet dat ik te laat was en dat ik eventueel graag morgen dan nog zou willen gaan.

Wat nu? De hele dag lag nog voor me. Omdat ik mijn telefoonnummer had ingesproken probeerde ik of mijn auto ook handsfree telefoon aan kon. Al draaiend aan knopjes hoorde ik ineens een auto naast me parkeren. Een ouder echtpaar stapte uit. Vrijwel gelijktijdig kwam een busje aanrijden van Te Ureweratreks! Niet alleen de startlocatie maar ook de vertrektijd was veranderd: half 10. Bleek ik dus ruim op tijd te zijn!
Wat een mazzel dat ik niet gelijk rechtsomkeert was gegaan!

We stapten over in het busje. Het echtpaar bleek Nederlands te zijn en uit Bussum te komen. Onze Moarigids was een jonge man genaamd Humi. Na een behoorlijk lange rit waren we eindelijk in het bos. Inmiddels was het weer omgeslagen van een grijze ochtend in een druipende ochtend. Nou ja, we gingen toch naar het regenwoud? We liepen een route, waarbij Humi ons het onderscheid bijbracht tussen de diverse native trees. Het verschil was vooral te zien aan de bast en hoe hoog een boom kan worden. Het zijn vrijwel allemaal bomen uit dezelfde familie van de coniferen. Maar die lijken niet allemaal op onze Hollandse coniferen. Elke soort werd weer voor andere dingen gebruikt. De een om mee te bouwen, de ander voor houtsnijwerk, een derde voor kano's. Een vierde had weinig gebruikswaarde voor wat betreft het hout, maar als je 'm uitholt kun je 'm gebruiken als een soort natuurlijke koelkast. De Maori's bewaarden daarin o.a. de vogels die zij vingen.
De verschillende soorten varens hebben ook allemaal een andere gebruikswaarde. De ene werkt heel goed waterafstotend als je die op je kleding bevestigde, de ander werkte als een antibacterieel middel als je de bladen kookt en weer een ander heeft wortels die verdovend werken, bijvoorbeeld bij kiespijn.
Verder vertelde Humi over de wijsheden die hij van zijn voorouders had geleerd. Echt heel interessant allemaal.

Na de wandeling in het bos vertrokken we naar een andere plek waar we bomen zouden gaan planten.   Ondertussen goot het ongelofelijk hard. Aangekomen bij de helling waarop wij bomen zouden planten moesten we heel stijl omhoog klauteren. Door alle regen besloeg mijn bril helemaal en stroomde het water in mijn ogen. Ik zag nauwelijks waar ik liep. Eindelijk waren we boven. Humi zei nog een soort Maori gebed op en we plantten in alle haast 6 boompjes. Humi noteerde de GPS coƶrdinaten en we gingen weer naar beneden. Al glibberend en glijdend zochten we onze weg naar beneden. Ik zag geen hand voor ogen en gleed op een gegeven moment uit en ging op mijn billen over de helling naar beneden. Dit was niet leuk meer!



Humi liet ons gauw in het busje stappen en bracht ons naar een camp waar we een lunch kregen aangeboden. Onder een tentdak. Humi maakte een vuur zodat we ons wat konden warmen, maar we waren tot op onze onderbroek nat, dus dat hielp niet veel. Als afsluiting van het geheel kregen we een soort oorkonde: E tipu, e toro, e tu (Groei, wordt langer, sta) was de wens in Maoritaal die was uitgesproken bij de boompjes. Dit staat vermeld op de oorkonde en een dankbetuiging voor het helpen herstellen van het regenwoud van Te Urewera en voor onze bijdrage aan het behoud van de natuurlijk omgeving: Kia ora mo o tautoko i te kaitiakitanga o te putaiao

Naar Rotorua

Van the middle of nowhere naar het zeer toeristische Rotorua.
Onderweg daar naartoe beland ik voor het eerst in vulkanisch gebied. Weer een heel nieuwe look. Hier lage begroeiing, o.a. paars bloeiende hei en heel veel ' Flags'. Zo'n graspol met van die witte pluimen (die wij in de winter altijd moeten inpakken tegen de kou). Het gras van de flags wordt door de Maori gebruikt om mee te weven: wanden van huizen, tasjes, schoenen e.d.
Ik zie een afslag naar Whakapapa. Dat ligt in het Tongariro National Park. Daar bevinden zich 3 vulkanen, waarvan een in de Lord of the Rings voorkomt als Mount Doom. De echte naam van de vulkaan is Ngauruhoe. Ik had een stille hoop dat ik er met de auto naar toe zou kunnen rijden, maar dan moet je toch echt een wandeling van minimaal 2 uur, vrij stijl, gaan maken. Dat was mij een beetje teveel van het goede.
Het informatiecentrum liet films zien van grote uitbarstingen en je kon er allerlei informatiepanelen bestuderen over de werking van vulkanen, onderscheid naar lava, puimsteen en lavabombs. Daar was ik een half uurtje zoet mee en daarna vervolgde ik mijn weg weer.
Op een gegeven moment rijd je een hele tijd langs Lake Taupo. Dit is het grootste meer van Nieuw Zeeland. Het is eigenlijk een grote krater die is volgelopen met water. Een mooie omgeving die heel geschikt is voor watersport.

Op een gegeven moment zag ik een bordje Crater Moon Valley. Dus weer afgeslagen. Het bleek een klein gebied te zijn met vulkanische activiteit, dat wil zeggen: er kwam stoom uit de grond en bubbelende modder. Je kon door het gebied heen wandelen over houten vlonders. Daar mocht je absoluut niet van afstappen, want de grond ernaast kan instabiel zijn en heet en er kan zomaar kokend hete stoom uit ontsnappen. Ik vroeg nog bij de ingang of ik een jas mee moest nemen en de mevrouw keek me meewarig aan: It's hot out there! Nou, inderdaad! Gelukkig was het nogal bewolkt, want zonder de zon was het al warm genoeg. Na een wandeling van een uurtje was ik weer bij het beginpunt.



Rotorua was gauw gevonden, het plaatsje waar mijn B&B zich bevond iets moeilijker. Dit was de eerste keer dat ik de weg heb moeten vragen. Het is een heel chicque B&B die regelmatig prijzen had gewonnen. Christine is de gastvrouw. We hebben gezellig samen Indiaas gegeten. (Had ik even in het dorp gehaald). Behalve ik, waren er nog 2 stellen. Een daarvan was een Duits stel dat ook in Wellington in Booklovers B&B had gezeten. Het andere stel was Japans. Ze waren vandaag pas aangkomen (na 2 dagen vliegen) en hadden om precies te zijn 4 dagen om het Noordereiland te bereizen. Daarna moesten ze weer terug. In Japan kan je nauwelijks vrij krijgen, anders is je baan al door een ander ingepikt. Je kunt het je bijna niet voorstellen, als je zelf 5 weken vrij hebt!

zaterdag 28 maart 2015

Waar ben ik nu weer beland?

Na Kapiti Island stond Blue Duck Station op het programma. Dat ligt dus echt in the middle of nowhere. In de routebeschrijving stond:" Bij Owhanga linksaf over het spoor de Oio Road inrijden. Deze blijven volgen. Blue Duck Station ligt 35 km van Owhanga. Het is een uur rijden, want de weg is voor de helft alleen voorzien van gravel en het is nogal bochtig. Na het Memorial Statue door blijven rijden, over de rode brug. Rechts staat dan onze eerste lodge en na 7 km vind je het kantoor en    cafe. Als je mee wil eten moet je dat van tevoren doorgeven, want de winkels zitten meer dan een uur rijden verder op."

Tot mijn grote vreugde belandde ik onderweg in een grote kudde schapen die over de weg werden voortgestuurd door een boer in truck + drijfhonden. Eindelijk iets dat ik van mijn verlanglijstje kan afstrepen!


Ik verdween steeds meer in de bush. Geen huizen meer, een gravelweg, bruggen die op instorten lijken te staan en neerkomend gesteente van de rotsen, soms midden op de smalle weg. Voor een Ford Focus nog een hele tour om daar overheen te gaan!
Eindelijk diende Blue Duck Station zich aan. Ik vond het cafe/kantoor en werd hartelijk ontvangen. Ik wist al niet eens meer wat er precies op het programma stond voor deze dagen, maar het bleek dat ik in elk geval 1 maaltijd in het cafe mee zou eten en dat ik een tochtje in een jetboot zou maken.
Prima!

Eerst naar mijn gloednieuwe lodge. Helemaal alleen voor mijzelf: drie slaapkamers en drie badkamers, en een gezellige living/keuken. Wat een luxe! En wat een verschil met mijn vorige zelfvoorzienende adres. Hier een keurig vierpits inductie fornuis, een magnetron, broodrooster, waterkoker, koelkast (die ik wel eerst moest ontdooien omdat de deur niet goed was gesloten) en voldoende pannen, borden enz.
Maar deze eerste avond zou ik mee-eten in het cafe (mousaka), dus ik daarheen gelopen. Onderweg raakte ik aan de babbel met een Amerikaans meisje dat ook naar het cafe liep. Ze zei: join us, dus nadat ik een sapje had gehaald schoof ik aan bij haar groep. En daar zat  ik ineens midden tussen een groep jagers! Ze zouden 's nachts op zwijnen en geiten gaan jagen. Allemaal jonge Amerikanen en een aantal gidsen. Er gingen heel wat wodka's en andere sterke drank in... Ik dacht nog: als ze maar goed opletten dat ze op een dier richten en niet op bijvoorbeeld mijn lodge!
Later kwamen er meer mensen, die ook kwamen eten. Daar ben ik bij aangeschoven en het was heel gezellig met een Zweeds echtpaar, jonge Ieren en een Nederlandse jongen.
Rond 9 uur terug naar mijn lodge (wat is het toch handig dat er een zaklamp op mijn telefoon zit) en na een douche lekker naar bed. Morgen niets bijzonders op het programma, dus een luie dag.

Twaalf uur later kwam ik pas uit bed en maakte een lekker ontbijt voor mijzelf klaar. Rond twaalven ging ik naar het cafe om te bloggen, maar dat wilde niet echt lukken met die beperkte Mb's zoals jullie gemerkt hebben. Ik werd ontvangen met de mededeling dat mijn zus naar mij had geĆÆnformeerd omdat ze al 3 dagen niets van me gehoord had. Goed om te weten dat er mensen naar me omkijken! Maar ja, zonder internet en zonder bereik wordt het moeilijk contact te houden.
Inmiddels was er een Nederlands echtpaar gearriveerd die die middag een tocht per paard zouden gaan maken.
Dat leek mij ook een leuk plan, dus rond half 3 stegen we op ons paard. Nou ja, voor mij moest er wel even een blok bij gehaald worden want ik was te stijf om even mijn been over de rug van het paard te zwaaien.  Het was inmiddels al 35 jaar geleden dat ik op een paard had gezeten, maar de basics wist ik nog wel. We gingen op weg met een gids (Jack from the UK) en maakten een tocht over de heuvels, door de weiden en het bos. Dat is wel even andere koek dan in de manege. Dat stijl omhoog klimmen en dalen vraagt heel wat van het paard en van jezelf! Ik had wel medelijden met mijn paard die al dat gewicht mee naar boven moest dragen. Hij was wel heel voorzichtig, dus ik had alle vertrouwen in hem (Well done Nick, fluisterde ik telkens in zijn oor).  Na 2 uur een kleine stop om naar een waterval te lopen en dan weer het paard op om het laatste uur vol  maken. Toen ik weer op het paard zat heb ik Jack gevraagd een foto van mij te maken. Hij heeft er 3 gemaakt en ze zijn hilarisch. Als je ze ziet zou je denken dat ik doodsbenauwd was! Geen idee waarom ik zo keek op dat moment maar ik moest er verschrikkelijk om lachen.


's Avonds een lekker maaltje gekookt en op mijn zere billen gezeten. Tjonge, wat heb ik die middag een hoop spieren gebruikt die allang in onbruik waren!

De volgende ochtend stond om 10 uur een tocht met de jetboot op het programma. Richard (een 60-er) die de eigenaar van Blue Duck Station is, nam me op sleeptouw om van alles te vertellen over de natuur en de rivier. Hoewel er officieel 1 uur voor stond was het zo genoegelijk en hadden we zulke leuke gesprekken dat het uiteindelijk 2 uur heeft geduurd. Ik ben zelfs helemaal vergeten foto's te maken!
Daarna had ik nog de hele middag om eens lekker een boek te lezen. Heerlijk!

Al met al een onverwachte plek met onverwachte mensen en onverwachte activiteiten. Erg leuk!

Vervolg Waar is Wally, waar is de kiwi

Inmiddels is het 28 maart en ben ik aangekomen in Rotorua. Veel in te halen dus.

Kapiti Island was de plek waar ik een nacht zou blijven om kiwi's te gaan spotten. Het is een natuurreservaat dat in het bezit is van een Maori familie. Om er te komen word je met een bootje overgezet. Deze komt aanvaren naar het strand van Paraparamau. Daar staat een trekker met aanhanger klaar. Die rijdt achteruit het water in, behoorlijk ver!, en de boot vaart dan de aanhanger in.  Vervolgens trekt de trekker de boot dan het land op en stappen de mensen via een uitklapbaar laddertje uit op het strand. Binnen 20 minuten is de overtocht gemaakt. Ik kwam rond 4 uur aan op het eiland. We (een NZ-stel Wally en Mary-Ann en ik) werden ontvangen door onze jonge Moarigidsen en werden meegenomen naar het hoofdgebouw. Daar volgde eerst een inspectie van onze schoenen en meegebrachte spullen op ongewenste zaden, vruchten e.d. Want er wordt alles aan gedaan om dit gebied vrij te houden van niet-oorspronkelijke invloeden. Daarom staat het eiland ook vol met vallen voor possums, ratten en wezels. Deze bedreigen namelijk de bijzondere vogels die hier leven. In 2009 was het eiland eindelijk vrij van 'pests', zoals ze het hier noemen, maar in 2013 werd er weer een wezel gevangen. Waarschijnlijk was deze op drijfhout naar het eiland gekomen. Gelukkig bleef het daarbij.
Om het hoofdgebouw scharrelden allemaal zeldzame vogelsoorten. Vergeef me als ik de (Moari-)namen allemaal niet meer weet. Maar het is heel bijzonder om te weten dat je naar een vogel kijkt waarvan er nog maar 200 in de wereld zijn!




Sowieso zijn de Nieuw-Zeelandse vogels heel bijzonder. Zij waren de enige bewoners nadat NieuwZeeland was weggedreven van Australiƫ. Er was geen enkel vierbenig zoogdier op Nieuw Zeeland! Moeilijk voor voor te stellen he? Wat er nu aan zoogdieren is (honden, katten, koeien, schapen, egels, herten, geiten, possums, ratten, zwijnen) is door de mens binnengebracht, en is meestal tot een pest geworden voor de oorspronkelijke flora en fauna. Vandaar dat er flink op de meesten wordt gejaagd.

We kregen ons eigen slaapplekje aangewezen. Het was een soort cabine met glazen schuifdeuren. Twee bedden er in en 1 stoel, + 1 ledlampje op batterijen en 1 zaklampje. Als je naar de wc wilde of douchen moest je in het stikkedonker naar het hoofdgebouw lopen. Na 10 uur is de generator uit, dus geen licht.

Omdat het een erg droge zomer was geweest en ze hier afhankelijk zijn van regenwater moesten we zuinig omgaan met water. Dus alleen bij een grote boodschap mocht er worden doorgetrokken: Is it brown, flush it down; is it yellow let it mellow! ;-)

Na het avondeten kregen we de nodige info over de kiwi. De soort die wij gingen zoeken is de kleine gevlekte kiwi, waarvan er 2000 op het eiland leven. Kiwis vormen paartjes voor het leven. Het vrouwtje legt een ei dat ca. 2/3 van haar lichaam in grootte is! Na deze zware klus neemt het mannetje het op zich om 75 dagen te gaan zitten broeden. Als de eieren uitkomen zijn de jonge kiwis kant en klaar. Er zitten al veren aan en ze leven gelijk zelfstandig.
Om 9 uur was het donker genoeg om op zoek te gaan. Kiwis zijn namelijk nachtdieren. Met een rode zaklamp (die niet vaak aangedaan werd) gingen we met onze gids op pad. Ik heb altijd veel moeite met in het donker lopen (begin dan altijd te zwalken) dus ik was erg geconcentreerd op de schaduw voor mij. Dat was Mary-Ann. Achter mij liep Wally. Ongelofelijk hoe zacht die kon lopen! Ik keek telkens achterom of hij er nog wel was, want ik hoorde hem helemaal niet.
Regelmatig bleven we doodstil staan, luisterend of we de roep van de kiwi hoorden, dan ging de zaklamp even aan om rond te kijken.
Maar je raad het al: Na twee uur lopen geen kiwi gezien!

Wel zat er ' s nachts een pinguin onder mijn vlonder. Wat een lawaai maken die beesten zeg! Maar wel grappig dat ik die nu in het wild heb gezien van zo dichtbij!

De volgende ochtend om 9 uur zat ik weer in het bootje naar Paraparaumo Beach om mijn weg over het Noordereiland verder te vervolgen.

donderdag 26 maart 2015

Waar is Wally, waar is de kiwi?

Inmiddels loop ik 2 dagen achter met mijn verhalen omdat ik op Kapiti Island geen tijd had om te schrijven en nu zit ik ergens in the middle of nowhere, waar alleen internet in het cafe is. Probleem is dat ,wanneer je zonder dat aan te kondigen, even offline bent mensen zich zorgen gaan maken. En dat is heel vervelend. Excuses aan iedereen die zich zorgen heeft gemaakt! En fijn om te merken dat men dan meteen in actie komt! En dan nu verder met mijn reisverhalen:

Van Wellington had ik alle tijd om richting de haven van Paraparauma Beach te rijden, om daar op de ferry naar Kapiti Island te stappen. Op de weg erheen stopte ik nog in Porirua, n.a.v. een tip van Jane. Daar was een centrum met leuke kunsttentoonstellingen, een mooie giftshop en een library! Ja heus.
Dus daar moest ik natuurlijk even stoppen. Er waren meerdere tentoonstellingen: een fototentoonstelling met portretten van vrouwen van 60 jaar, en een tentoonstelling over hoe NZ-kunstenaars naar modern AziĆ« kijken. De laatste tentoonstelling bevatte vooral veel glitter en plastic. Inderdaad ook het beeld dat ik van hedendaags AziĆ« heb (als je het tenminste over bijv. Japan en China hebt). 
Hier in NZ zijn de Chinezen als toeristen in opkomst en men heeft er moeite mee, hoe er mee om te gaan. Het zijn eigenlijk helemaal geen natuur / outdoor mensen. Alles wat ze doen is georganiseerd met bussen ergens naar toe, uitstappen, foto maken (liefst frontaal voor anderen gaan staan die ook een foto willen maken) en de bus weer in. Geen idee wat ze in NZ te zoeken hebben.
Natuurlijk ook de bieb in geweest. Niet erg interessant.

De volgende stop was op Pekapekabeach. Heerlijk langs gewandeld, gebabbeld met een plaatselijke bewoner en mooie schelpen gezocht.

Ik stop nu even met de blog, want het aantal Mb is beperkt en erg duur. Misschien vandaag nog wat meer, anders waarschijnlijk pas over 2 dagen, want morgen zit ik nog steeds hier.

maandag 23 maart 2015

Te Papa en Weta Workshop

Een dagje Wellington, hoofdstad van Nieuw Zeeland, waar ook het parlement zetelt. Het is de een  na grootste stad van NZ met 200.000 inwoners. Voor zover ik er indrukken van heb gekregen (en dat beperkt zicht tot het stadscentrum) zijn er veel jonge mensen. Vreemd genoeg lijken die er een mode van te maken om op blote voeten te lopen. 's Avonds wordt er veel gefeest en is het een beetje een hippiesfeer.
De bouwstijlen lopen allemaal door elkaar. Hele strakke moderne appartementen en kantoorgebouwen, maar ook veel Victoriaanse houten   huizen. Veel daarvan hebben aan de buitenkant een trappetje vanaf de eerste verdieping. Ik stel me zo voor dat dat bedoeld is als nooduitgang. Het lijkt me me nogal gevoelig voor brand. Sommige huizen bladderen helemaal af, andere zitten strak in de verf. De Victoriaanse huizen zijn vaak heel smal, maar wel diep, en zijn vaak ook versierd met mooi houtwerk dat soms net kant lijkt. 

Mijn B&B is ook een Victoriaans huis. De eigenaresse Jane is schrijfster, momenteel werkt ze aan een boek over de NZ-se vrouwen in de eerste wereldoorlog in Europa. Het is echt wel een portret, deze dame. Ze houdt van mooie dingen. Het huis is heel leuk aangekleed en ze werkt er ook met zorg aan. Gisteren liet ze 3 mooie nieuwe mokken zien, van Engels fabrikaat. 
Het ontbijt vanochtend was heel gezellig aan een grote ronde tafel, vol met mooi delfstblauw porselein. Heerlijke jams in mooie schaaltjes, een schattige theepot en ga zo maar door. Ze vertelde dat ze vandaag een bod had gedaan op 3 mooie kopjes op een veiling. Ze gaat er nooit heen, maar biedt wel online en krijgt zo soms mooie dingen te pakken.



Natuurlijk is een dag veel te kort om alle interessante plekken te zien, dus heb ik me beperkt tot twee.
Eerst ben ik naar het nationale museum Te Papa Tongarewa gegaan. Toegang is hier gratis en je kunt er  makkelijk een dag doorbrengen. Ik heb me laten rondleiden door een gids, die met name het deel over de Maori-cultuur de aandacht gaf. Zelf was ze ook Maori. Natuurlijk veel aandacht voor het houtsnijwerk, met name van de heilige huizen, de marae. Het zit vol verhalen en betekenisvolle figuren. Onze gids Lucy zong voor ons de welkomstgroet, die de Moari altijd geven aan bezoek. Dat doet een Maorivrouw met aanzien. Dan wordt gevraagd wie je bent en wat je komt doen. Als je daarop hebt geantwoord mag je naar binnen. Dan worden handen geschud en wordt er met de neuzen geknuffeld.

En zo valt er enorm veel te leren in het museum. Ook over de oorspronkelijke natuur van NZ, de bedreigingen ervan, het ontstaan van de eilanden door natuurkrachten en de Maori-verhalen daarbij. Maar ook verhalen van immigranten in NZ. Hoe zij daar gekomen zijn en hoe hun leven nu is. Je zag een tijdstabel op de grond met jaartallen en welke bevolkingsgroepen in die jaren naar NZ kwamen en waarom. Ik kan nog heel lang door gaan, maar het wordt teveel.

's Middags ben ik meegegaan met een tour naar de Weta Workshops. Dit zijn de werkplaatsen waar (o.a) voor de Lord of the Rings de requisieten zoals de wapens en de kleding van de acteurs worden gemaakt. Maar ook de schaalmodelen van locaties en de digitale animaties en geluids- en lichteffecten. In dit geval kreeg je een kijkje in de keuken van de requisietenwerkplaats. Natuurlijk mochten we geen foto's maken, want er wordt gewerkt aan nieuwe projecten, dus wie weet zie ik binnenkort iets bekends terug in een film. Niet alleen voor de Lord of the Rings en The Hobbit werden hier dingen gemaakt, maar ook voor bijv. Planet of the apes , King Kong en Kuifje.
Echt heel leuk om dat allemaal te zien. En uiteindelijk was The Lord of the Rings oorspronkelijk mijn  reden om naar Nieuw Zeeland te willen. (Niet zozeer het verhaal, maar vooral de locaties). Mocht je een replica willen hebben van het een of ander dan betaal je al gauw 400 NZ dollars. (En dat is dan nog een koopje!) Voor het pand van Weta stonden een paar figuren uit The Hobbit die je wel mocht fotograferen, dus bij deze:



zondag 22 maart 2015

Nieuw eiland, nieuwe avonturen

De oversteek naar het Noordereiland markeert een punt in de tijd: de helft van de reis zit er alweer op! Ik kan het zelf bijna niet geloven, zo snel is de tijd omgevlogen! Ik heb ook nog helemaal niet het gevoel dat ik al terug kan naar Nederland, omdat ik op het Zuidereiland nog zoveel heb moeten overslaan. Ik weet zeker dat reizen naar NZ opnieuw op het wensenlijstje komt te staan.

Vanochtend ben ik uiteindelijk rond 9 uur vertrokken. Eigenlijk een half uur later dan mijn bedoeling was want het kostte toch meer tijd dan ik gedacht had om de laatste spulletjes in te pakken.  Gauw nog wat restjes van de sla en het brood aan de paarden en de schapen gedoneerd en op weg naar Picton.

Wat ik heel vervelend vond was dat ik dit keer op de tijd moest letten bij het rijden. Ik vond het moeilijk inschatten hoeveel tijd ik nodig had naar Picton en je wil de boot natuurlijk niet missen.
Uiteindelijk via Highwas 6 en 1 gereden, met een klein binnendoortje bij de wijnvelden en ik kwam rond 12 uur aan in Picton. Nog gauw benzine in de auto en die vervolgens afleveren bij Europecar.  Er bleek geen parkeerplek van Europecar meer vrij te zijn, dus even opgebeld wat te doen. ' Zet 'm maar voor de deur, wij regelen het verder wel'. Dat was lekker makkelijk. Nauwelijks gesjouw met de bagage, want de incheckterminal voor de ferry, de Interislander, zit er direct naast. 
Daar de boarding pass opgehaald, bagage ingecheckt en ik had nog mooi een kwartiertje om een broodje en koffie te nuttigen. 

Op de boot een mooi plekje aan het raam gezocht voor de oversteek van 3 uur. Het voelt een beetje als het veer naar een Waddeneiland nemen. Alleen is er hier meer vertier aan boord. Je kunt naar de film, er zijn 2 counters om wat te eten te halen, er zit een soort VVV aan boord over de beide eilanden, je kunt aan boord al kaartjes kopen voor de trein op de plaats van bestemming. Heel handig. 
Terwijl ik me lekker had geĆÆnstalleerd hoorde ik ineens twee bekende stemmen: John en Esther uit het zuiden van het land, die ik bij Pete en in Greymouth ben tegengekomen.  Natuurlijk kwamen we aan de praat. Zij kwamen net uit Kaikoura. Ook zij hadden geen walvissentocht kunnen maken en gisteren was voor het eerst een mogelijkheid om de Dolphin Encounter te doen. Wat een spijt hebben ze daarvan gehad! De golven waren soms wel vier meter hoog. Er liggen tijdens zo'n encounter meerdere bootjes bij elkaar, en ze vertelden dat je soms door de hoge golven ineens de andere boot helemaal niet meer zag. John is alleen maar hondsberoerd geweest. Esther had wel met de dolfijnen gezwommen maar door de zware zeegang was het enorm vermoeiend in het water en hield ze het niet lang vol.
Na deze verhalen was ik uiteindelijk blij dat het voor mij niet was doorgegaan. Want onder zulke omstandigheden is het dus helemaal geen pretje.

En laten we nou tijdens de overtocht meerdere keren dolfijnen zien die in het boegwater meezwommen! Toch nog dolfijnen gezien dus. Helaas was het een grijze natte dag geworden. Dus lekker een boekje gelezen en een bakje patat gegeten. Ik had alvast mijn maaltje binnen dus hoef er vanavond niet op uit. Lekker makkelijk.


Om half vijf bereikten we de haven van Wellington en rond 5 uur waren we van boord. Eerst de sleutel van de nieuwe auto afgehaald. Dat duurt eventjes. Ondertussen liep de band met bagage zijn rondjes en tegen de tijd dat ik daar aankwam waren mijn koffers snel te vinden. Weinig mensen meer bij de band en weinig bagage op de band.
Op naar de nieuwe auto. Ook deze stond vlak voor de deur. Wederom een rode, dit keer een Ford Focus. Uiteraard heb ik 'm gecheckt op schades. Op de deur aan de bestuurderskant zat een diepe kras, dus die eerst op de foto gezet en gemeld.

Dan op weg naar het nieuwe B&B adres in Wellington: de Booklovers Home. Het is wel even wennen aan het drukke verkeer in Wellington. Ineens zijn er driebaans wegen en moet je goed weten waar je af moet slaan. Gelukkig lag mijn B&B dicht bij de haven en het centrum van de stad. Het is maar 10 minuten lopen naar Te Papa, het nationale museum over de Maori's. Staat absoluut op mijn programma voor morgen. Booklovers home is echt heel gezellig. Overal kastjes vol met boeken en een romantische kamer met prenten van de Pickwick Papers aan de muur. De gastvrouw gaf nog wat tips over de omgeving. Daarna heb ik lekker een douche genomen en nu zit ik dus al sinds half zeven in pyama aan mijn blog te schrijven. Er ligt nog een lekkere dikke koek voor me klaar met muesli er in en dergelijke, dus heel gezond en lekker goed vullend! Jammie!


zaterdag 21 maart 2015

Rustig aan

Na zo'n actieve dag als gisteren was het even tijd voor wat rust.
Wat betreft het eten gisteravond: een magnetronmaaltijd van Weight Watchers (Chicken Tikka Massala) ging er goed in en was zo klaar.

Rustig opgestaan om 9 uur en een wasje gedraaid. Terwijl ik lekker in het zonnetje voor mijn chalet zat hoorde ik allemaal sirenes. De ene na de andere hulpdienst rukte uit. Op de weg waar ik op uitkijk was een ongeluk gebeurd. Kennelijk was het heel serieus want na 2 uur stonden alle auto's op de bochten nog steeds stil en stonden de zwaailichten nog op dezelfde plek. Dat maakt je weer bewust van de risico's.
Eigenlijk had ik diezelfde weg willen rijden, het Abel Tasman Park verder in, op zoek naar een mooi strand. Dat ging dus niet door, want de hele weg was geblokkeerd. 
Na nog een klein beetje strijken (alleen mijn broeken hoor) en mezelf nog even lelijk branden aan het strijkijzer, ben ik op weg gegaan naar Kaiteriteri Beach. Dat is maar 10 minuten rijden, de andere kant op. Het is een echte badplaats waar het zomers erg druk kan zijn. Maar nu in de nazomer valt het wel mee. 
Een leuk strand. Ik kwam aan toen het hoogtij was en zag al wel dat er veel stroming in het water zat. Ik ben er zowaar nog even in gedoken (ijskoud!) en heb me verder vermaakt met zonnebaden, boek lezen, mensen kijken.

Wat gebeurt er toch veel op dat water: watertaxi's, cruiseboten, luxe visboten, zeiljachten, maar ook mensen die staand op een surfplank voorbij peddelen. Kano's voor 8 personen komen langs. Plotseling scheert er een waterskier voorbij. Je kan het niet zo gek verzinnen of het gebeurt daar.

Ondertussen scharrelen de meeuwen tussen de badgasten door. Vlak bij mij zit er eentje die duidelijk de baas is en de rest aldoor wegjaagt, door zijn veren flink op te zetten, op de ander af te stormen en afgrijselijke geluiden voort te brengen. Het is een vermakelijk gezicht.

Er zijn ook veel kinderen en ze genieten volop van het zand en de waterkant. Later op de dag is het tij zich aan het terugtrekken en ontstaat er een geul waar het water met grote snelheid doorheen stroomt richting zee. Een soort natuurlijke wildwaterbaan. Geweldig leuk natuurlijk voor die kleintjes. Voorzien van zwemvesten laten ze zich meevoeren tot het eind waar hun stoere papa's klaar staan om ze op te vangen. Wat een pret!
Een paar wat oudere jongens (jaartje of 10) deden hetzelfde, maar dan zonder zwemvest en zonder vader die ze opving. Dat ging bijna mis. Ze schoten zo de zee in en hadden de grootste moeite om terug te komen. Uiteindelijk had hun vader ze in de gaten en wist ze gelukkig uit hun lastige situatie te halen.


Al met al een rustig dagje dus. Nu nog even koken (pasta en salade) en dan mijn spullen opnieuw inpakken. Want morgen ga ik de oversteek naar het Noordereiland maken. Ik moet dan de auto achterlaten in Pickton, oversteken met het veer en dan in Wellington een nieuwe auto ophalen.
Dus moet alles wat ik in de loop van de weken los achter in de kofferbak heb gegooid weer ingepakt.

Het wordt weer een lange rit en ik moet op tijd vertrekken om het veer te halen. Ik twijfel tussen twee routes. Een loopt langs de kust en is een stuk korter, maar zit stikvol haarspeldbochten. Dus dat zou wel eens minder snel kunnen gaan dan ik denk. En aangezien ik op tijd moet zijn neem ik denk ik toch maar de langere, maar minder bochtige route. Als je zoals vandaag hier bij mij aan de overkant 2 uur vast komt te staan in een haarspeldbochtengebied kan je geen kant op. Dus in dit geval toch maar de safe route.

vrijdag 20 maart 2015

I like Frasier!

Kayakken en hiken, dat is het programma voor vandaag.
Na een vroeg ontbijt (deze keer voor het eerst zelf klaar gemaakt!) op weg naar Abel Tasman Park. Twintig minuten later stapte ik uit bij het verzamelpunt. Zoals altijd maakte ik een inschatting en dit keer was ik ronduit de oudste! Als dat maar goed gaat...

Eerst kregen we een instructie hoe je de kleding en waterbescherming aan moest trekken en hoe je je spullen waterdicht opbergt. Vervolgens een kleine instructie peddelen en dan naar het water. Ik zat met Fleur, een 18-jarig franstalig meisje uit Belgie in de kayak. Er waren nog twee jonge Duitse stelletjes en twee franstalige vriendinnen (uit Frankrijk en Tahiti) en dan nog onze gids, een echte Maori, genaamd Frasier.


Het was echt een grappige man, met veel kennis van de natuur. Voordat we wegvoeren sprak hij nog een Moarigebed uit om de boten te zegenen en we moesten onze boten nog een naam geven. Fleur koos die voor onze boot: flower. 
We hadden een groep die goed kon varen en Fleur en ik mochten vaak het voortouw nemen om ergens naar toe te varen. In eerste instantie volgde we de kustlijn en toen bleek dat we allemaal goed konden peddelen staken we een stuk van de Tasman  Baai over naar een eiland. Dat was hard aanpoten, want de wind kreeg goed vat op ons. Maar Fleur en ik waren een goed duo. We kregen veel complimenten over hoe gelijkmatig we roeiden, zowel door ervaren kayakkers die we ontmoeten als door Frasier. En dat voor zo'n ouwetje als ik (iedereen was onder de 25, dus ik was veruit de oudste)!
In de luwte van het eiland lagen we stil en hoorden we volop vogelgezang. Omdat er op het eiland nauwelijks vijanden zijn voor de vogels, gedijen ze er heel goed. Het was leuk om de verschillende soorten vogels te horen. Inmiddels kan ik de tui, tomtit, de bellbird en de sadelback al van elkaar onderscheiden.
We volgden de kust van het eiland en toen we een bocht omgingen zagen we allemaal zeeleeuwen liggen op de rotsen, waaronder ook vrouwtjes met jongen. Heel schattig. Fleur durfde het aan om haar camera uit de waterdichte verpakking te halen voor foto's. Zelf heb ik pas helemaal op het eind mijn camera durven pakken en toen viel de dop van mijn lens toch nog in het water. Gelukkig kon ik 'm nog net er uitvissen.


Na twee-en-een-half uur gingen we aan land in een baaitje. Daar kregen we een lekkere lunch en koffie/thee aangeboden. We namen er rustig de tijd voor. Daarna vertrokken we voor een wandeltocht langs de kust terug van drie-en-een-half uur. Zoals altijd begon de tocht met een steile klim. Hier hield ik de jonkies niet goed bij. Maar Max, een van de Duitse jongens, stond me boven op te wachten. Echt heel aardig. (Hij had me al tijdens de lunch toevertrouwd dat ik hem aan zijn moeder deed denken en dat hij ineens heimwee kreeg). We hebben samen het eerste uur opgelopen, want zijn vriendin was al verder gegaan met Fleur. Toen we ze eindelijk hadden teruggevonden gingen zij naar het strand dat daar beneden lag te lonken. Het leek mij ook heel aantrekkelijk, maar het idee dat ik dan straks weer omhoog moest klimmen deed me er van afzien.  Dus ik liep door. Het was een vrij vlak pad met veel doorkijkjes naar de zee. Na twee-en-een-half uur lopen vond ik het tijd voor een pauze en ging langs de kant van pad zitten om de tweede helft van mijn lunch op te eten. Terwijl ik daar zat raakte ik aan de praat met een man uit München. Met hem ben ik de het laatste uur van de wandeling opgetrokken. Wat is dat toch leuk, zo gemakkelijk als je contact maakt!


Toen we eindelijk het drooggevallen strand zagen wisten we dat we er bijna waren. Gelukkig maar, want inmiddels begon ik mijn knieƫn wel te voelen.

Al met al dus een heel geslaagde dag. Ik heb mezelf nog op een ijsje getrakteerd en toen terug naar het huisje, waar ik nu uitgeteld op de bank zit. Moe maar voldaan.
Nu het eten nog....

donderdag 19 maart 2015

Op weg naar mijn laatste verblijfplaats op het Zuidereiland

Vanochtend om kwart over 6 ging de wekker. Gauw uit het raam spieken naar de zee, maar het was nog te donker om te zien of er veel golven waren. Kwart voor 7 werd mijn ontbijtje gebracht en om 7 uur kreeg ik eindelijk iemand aan de lijn van Kaikoura Whale Watching. Helaas.....

Ik heb vervolgens tot half 9 naar ontbijt-tv liggen kijken. Er was nogal ophef over een barmeisje dat had geweigerd een alcoholisch drankje in te schenken voor een hoogzwangere vrouw. Een dikke discussie over of alcohol nou echt ongezond is voor de baby (niet bewezen volgens de commentatoren), of het niet voor een keertje mag (het was de trouwdag van de zwangere vrouw) en of het de taak van het barmeisje was om te weigeren (minderjarigen mag je immers ook weigeren en mensen die zwaar in de lorem zijn). Wat een gekeutel zeg!

Omdat ik weer een lange rit voor de boeg had van de oostkust naar het noordwesten van het Zuidereiland, ben ik op tijd vertrokken. Om 9 uur zat ik op de snelweg, met een lekker zonnetje erbij, maar helaas dus met een harde wind. De temperatuur lag rond de 12 graden.

Eerste naar Bentheim, zo'n 180 km. Was lekker om te  rijden, voornamelijk langs de onstuimige kust. Daarna richting Nelson, Richmond, Motueka. Nog eens zo'n 150 km. Eerst ging een deel door de dalen van Marlborough, waar grote wijngaarden zijn. Daarna weer wat door de bergen kronkelen waar het wat meer alpenachtig werd met dennenbomen en loofbomen en weiden. Toch blijf je aldoor dicht bij de kust.  Bij Nelson raakte de weg weer de kust. Nelson is in verhouding een grote stad, maar gelukkig staan de grote wegen goed aangegeven, dus geen centje pijn. Hier zag ik voor het eerst wat industrie en ook een soort bedrijventerrein. En zowaar een stukje tweebaans-snelweg! Niet te hard gaan, anders is het alweer voorbij! En ook niet te hard rijden omdat er vaak politie-auto's langs de weg staan om te controleren. Leve de cruise control, want anders had ik vast al een paar bonnen te pakken gehad.

Motueka (of eigelijk Riwaka), waar ik nu zit, schurkt tegen het Abel Tasman Park aan. Ook dit is een wat grotere plaats met meerdere winkels, eethuisjes, tankstations e.d. Ik was er rond 2 uur en heb een lekkere lunch gehad. Een lauwwarme salade met bietjes, kool, noten, honing en kip. Echt erg lekker!
Het dorpje ligt midden tussen de boomgaarden, met vooral appels. Het is hier natuurlijk volop fruitseizoen dus overal langs de weg kun je fruit kopen.

Dit keer zit ik niet in een B&B maar in een huisje, dat de chique naam chalet draagt, waarin ik zelf kan koken en mijn eigen ontbijtje kan klaarmaken. Dat moet dan wel gebeuren op 1 elektrisch kookplaatje of in de magnetron. Valt niet mee om hier een keukenprinses te zijn. Het huisje ziet er van buiten een beetje shabby uit, en is ook minimaal in zijn uitvoering. Maar in je eentje kun je er prima bivakkeren, met een mooi uitzicht op de boomgaarden.



Bovendien ben ik morgen de hele dag de deur uit, want dan ga ik kayakken (2 uur) en hiken (3 uur) langs de kust van het Abel Tasman Park, met tussendoor een lunch. Ik ben vanmiddag even de boel wezen verkennen (startpunt e.d.). Daarna nog even terug naar Motueka om een paar boodschapjes te doen en tot slot nog lekker in de zon gezeten. Hier is het namelijk 19 graden! Heerlijk dus. 

woensdag 18 maart 2015

I hate Pam!

Even mijn frustratie van me af schrijven. Vandaag zou de dolphin encounter zijn. Om 8 uur ontbeten om vervolgens te horen dat vandaag geen afvaarten plaatsvinden.
Pam zit ons nog steeds dwars hier. I Hate Her!!!!!!
Verkeken kans dus. Deze dagen hadden het hoogtepunt van de reis moeten zijn, maar helaas, niets is minder waar...



Al het andere dat je dan onderneemt is dan maar surrogaat. Ik besloot nog een keer de route over Highway 70 te rijden omdat ik dat zo mooi vond, op weg naar Kaikoura. Deze keer wel foto's gemaakt. 


Teruggekomen in het dorp een late lunch bij Dolphin Encounter genomen. Een soort nasiballen, maar dan met spinazie en doperwten er in. Lekkere mangochutney erbij. Dat smaakte prima. Alleen wel jammer dat er op een groot scherm een film draaide van een geslaagde dolphin encounter. Het zag er fantastisch uit. De mensen zwommen op volle zee midden tussen de dolfijnen, die met hen gingen spelen. Er zwommen zeker honderd dolfijnen met de boot mee. Ze maakten mooie hoge sprongen.
Langzaam begon het besef door te dringen dat het echt een gemiste kans was. Ondanks de lekkere maaltijd ging ik nogal verdrietig weg...
Om mezelf een beetje op te fleuren heb ik een t-shirt met walvissen in maori-motieven gekocht. En daarna vast wat boodschappen gedaan voor morgen. Want vanaf morgen heb ik een huisje met zelfvoorziening gehuurd nabij het Abel Tasman Park, dus dan moet ik zelf koken en mijn ontbijtje verzorgen.

Morgenochtend eerst nog een laatste kans op de whale watching, maar ik heb er een hard hoofd in...
De gastvrouw van mijn B&B vertelde dat het eigenlijk nooit gebeurde dat er drie dagen helemaal niet was uitgevaren. Deze dagen waren echt uitzonderlijk. Hopelijk is morgen de uitzondering voorbij.

dinsdag 17 maart 2015

Alternatiefje

Helaas dus vandaag geen Whale Watching! Het weer is veel te onstuimig. Om 10 uur heb ik me gemeld, en vervolgens door laten boeken naar vrijdagochtend 7.15 uur. De verwachting is voor dan veel gunstiger. Dan kan ik dat eerst nog doen en vervolgens de rest van de dag gebruiken om naar mijn volgende B&B te rijden.
Morgen staat het zwemmen met dolfijnen nog op de agenda (8.30 uur) maar ook daarvan is het nog de vraag of het doorgaat. Want we hebben hier echt last van een staartje van Pam. Mocht het 's morgens niet doorgaan, dan heb ik om half 12 hopelijk nog een kans.

De zee is schitterend. Het ziet er telkens weer anders uit. Vanochtend vroeg was het vooral grijs met wat grotere golven. In de loop van de dag werden de golven steeds groter en stoven ze op de kust af. Echt van die surfgolven, die van die tunnels maken! Een half uurtje geleden (rond half 4 in de middag) kwam de zon er even door en kreeg de zee de mooiste kleuren aquamarijn en donkerblauw. Je weet gewoon niet wat je ziet! Ondertussen blijven de golven wel binnenstormen. En nu is het inmiddels weer grijs.


Gelukkig kon je hier ook een mooie wandeling op de kliffen van het schiereiland maken, mijn alternatiefje voor vandaag. De bulderende storm zou je zowat van het klif af doen waaien, ware het niet dat de wind landinwaarts stond. Eerst (natuurlijk weer) een steile klim omhoog en daarna boven op de klif lopen. Beneden bevonden zich zeeleeuwenkolonies en pinguinkolonies. De laatste waren er natuurlijk weer niet, maar ik heb wel zeeleeuwen kunnen fotograferen. De grap was dat na afloop van de wandeling er doodgemoedereerd eentje vlak voor mijn geparkeerde auto lag te rusten!


De golven uit zee zijn zo onstuimig dat ze soms zelfs over de weg heen slaan en er een spoor van kelp (grote waterplant) en schelpen en stenen achterlaat.


Wat is het toch heerlijk om elke dag buiten in de natuur te zijn! Of het nu stormachtig is, regenachtig of zonnig, het voelt als een groot goed en je voelt je zo vrij! En alles is hier zo groots en overweldigend. Ik ben dol op ons eigen land wat natuur betreft. Maar dit land overtreft wel alles. Het is echt een land waar ik goed zou kunnen wonen!

maandag 16 maart 2015

No whale watching today!


Van West naar Oost

Gisteravond kwam ik zo moe (en vooral stijf) thuis dat ik geen puf meer had om nog ergens een maaltje te scoren. Kennelijk had gastvrouw Jan dat door en ze vroeg of ze iets van de pub voor me mee kon nemen. Ze ging daar met vrienden eten. Het zou wel rond half 9 / 9 uur zijn voor ze terug zou zijn. Ik was erg blij met het aanbod en zei: Graag. Waarop zij vroeg: wat wil je hebben? En ik antwoordde: een beefburger ofzo, of een chickenburger. 
Om half 10 kwam ze terug met beide! Dat was wel veel van het goede want de porties zijn hier groot.
De chickenburger heb ik opgegeten en de beefburger voor de helft.

Vanochtend kreeg ik nog tips mee voor onderweg. Onder andere dat in Reefton een geweldig bakker zat met heerlijk brood. En een half uurtje verder was een mooie picknickplek. Volgens Jan is de Lewis Pass ook heel mooi, dus de Arthur's Pass heb ik definitief links laten liggen. 


De bakker had inderdaad heerlijk brood, dus daar wat van ingeslagen en doorgereden naar de picknickplek. Helaas: de sandflies maakten het weer onmogelijk om even rustig te gaan zitten.
Dus maar weer in de auto gestapt en daar mijn brood opgegeten. Enkele van de onverlaten waren mee naar binnen gevlogen en daar heb ik onderweg nog flink last van gehad, want onder het rijden ben ik diverse malen in mijn benen gestoken. Elke keer als ik dacht dat ik ze allemaal wel geplet had bleek er toch nog een te zijn...

De rit begon door landbouwgebied. Veel koeien en schapen. Je reed door een grote vallei. Eenmaal bij de Lewis Pass rijd je tussen de bergen door. De vegetatie verandert duidelijk. Veel meer bekende bomen zoals populieren en berken, steeds minder palmen en beechtrees en uiteindelijk de ons welbekende esdoorns en coniferen. De bergen zijn helemaal geel van het droge gras. Hier heerst duidelijk een ander klimaat. Het wordt geleidelijk aan ook kouder. Ik vertrok met 19 graden en blauwe lucht en hoe verder ik kwam hoe kouder het werd, zo'n 12 graden. De lucht betrok en af en toe viel er een buitje. Jammer hoor! 
Na zo'n 3 kwart van de route over de Highway 7 kon ik kiezen om door te rijden naar de Highway 1 en vandaar naar het Noorden te rijden richting Kaikoura. Maar ik koos voor de optie om de Highway 70 te nemen die meer rechtstreeks naar Kaikoura loopt. En dat was een goede keus, want wat was het daar leuk rijden! Allemaal bochtjes naar boven en beneden op een smalle weg, met veel one lane bridges. Onderweg nog een bordje met Pas op: Schapen! Maar helaas, ze liepen niet op de weg maar stonden al in de wei. Het was echt een mooie tocht. Geen moment spijt van gehad, ook al schoot het natuurlijk voor geen meter op. Uiteindelijk heb ik er 5 uur over gedaan om van Greymouth naar Kaikoura te rijden.


Toen ik vandaag aankwam in Kaikoura ontdekte ik dat ik eigenlijk heel weinig foto's onderweg heb geschoten. Ik was zo geconcentreerd aan het rijden en er was ook nauwelijks ruimte om met de auto langs de weg te gaan staan. Wel jammer want het was echt wel een paar plaatjes waard geweest.

Aangekomen in Kaikoura was het weer nog steeds grijs en de zee behoorlijk omstuimig. Het blijkt nog een staartje te zijn van het weer op het Noordereiland: cycloon Pam. Het is dus nog de vraag of morgenochtend het walvisspotten doorgaat. Ik ben nog even naar het kantoor gegaan en ze gaven aan dat als het niet doorging ik kon omboeken naar een andere beschikbare tijd. We zullen dus moeten afwachten.

De B&B Lemon Tree ligt prachtig hoog op de kust. Ik kijk zo de Pacific Ocean op en zie vlak onder mij het centrum van het dorpje liggen. Vanavond ga ik daar bij een Thais restaurant eten, samen met Bernard en Astrid die ik eerder al ontmoette in de B&B in Bruce Bay. Zij zitten nu in het huisje naast mij. Gezellig!

zondag 15 maart 2015

Paparoa National Park

De Westkust van het Zuidereiland is de kust waar de Abel Tasmanzee op kapot slaat. Met grote kracht.  Het constante gebulder van de golven begeleid me op de route langs de kust. Die leidt soms langs het water, soms wat landinwaarts. Maar welke bocht je ook om gaat, het uitzicht is adembenemend.

Mijn eerste doel van vandaag was een wandeling van 2 uur langs de Pororari River. Een goed aangelegd pad voerde me langs de rivier die af en toe tussen de tropische begroeiing door een glimp van zichzelf gaf te zien. De vegetatie is hier duidelijk anders dan in het Fiordland. Minder mossen, meer palmen, andere boomsoorten. Geeft weer een heel andere indruk. De bomen langs de kust zijn allemaal scheefgewaaid. De kroon van het gebladerte is duidelijk schuin afgekant naar boven, richting het land.
De wandeling was goed te doen, het had voor een deel wel wat van de heuveltjesroute die we met Nordic Walking weleens doen richting het bosbad. Maar dan wel twee uur lang achter elkaar en met af en toe ook lange trappen. Het keerpunt was bij een hangbrug. Hoewel ik het doodeng vind ben ik er toch overheen gegaan voor de foto die een Nederlands koppel, dat daar ook net was aangekomen, van mij heeft genomen. Helaas van nogal ver weg, een groen vlekje op de brug ben ik,  maar het bewijs is geleverd: ook hier weer een angst overwonnen!
Op mijn gemak even een sandwich naar binnen gewerkt en toen weer terug. Al met al weer absoluut de moeite waard.



Vervolgens verder langs de kust van Paparoa National Park gereden en eindelijk een stukje strand gevonden waar je gewoon over heen kon wandelen (de rest van de kust is namelijk allemaal rotsachtig). Daar nog even lekker rondgeslenterd in de zon. Want het was weer een stralende dag, 23 graden maar liefst!

Een must do waren de Pancake Rocks met blowholes. De beste tijd om daar te zijn is bij hoogtij, omdat het water dan met zoveel kracht door de rotsen wordt gestuwd, dat het door gaten naar boven spuit. Maar daar was ik 2 uur te vroeg voor en inmiddels begon ik helemaal stijf te worden van al dat gewandel, dus heb ik niet gewacht maar ben gelijk gaan kijken. De rotsen lijken net stapels pannenkoeken. Ze bestaan uit lagen kalksteen en door erosie wordt het stapeleffect goed zichtbaar. Geen geweldige spuiters gezien, maar naa afloop wel (hoe kan het ook anders) pannenkoeken met walnoten, banaan en maple sirop gegeten.



En nu dus weer in mijn B&B om me voor te bereiden op de tocht van morgen. Ik ga het Zuidereiland dwars oversteken van westkust naar oostkust. Daar gaan we aan het walvissen- en dolfijnenavontuur beginnen. Maar eerst nog de rit er naar toe. Ik twijfelde of ik over de Arthur's Pass zou gaan, wat iedereen zo fantastisch vindt of over de Lewis Pass. Maar omdat ik inmiddels weet dat ik veel tijd nodig heb voor het rijden (vanwege de foto's en de rust die je regelmatig moet inbouwen om niet te vermoeid te raken) heb ik besloten over Lewis Pass te gaan. Dat scheelt zo'n 100 km en dan is het nog altijd zo'n 390 km naar Kaikoura. Ik hoop onderweg grote schaapskudden tegen te komen. Lijkt me leuk. Maar we zullen moeten afwachten. Met de pinguins lukte het niet zo, maar goed, schapen gaan de zee niet op....