Je weet al waar veel dingen zich bevinden, dus je hoeft bijvoorbeeld niet te zoeken naar een leuk eetstekje. En je kan je verheugen op al het moois dat je de vorige keren gezien hebt.
Dit is nu de derde keer dat ik nabij Queenstown ben en ik blijf onder de indruk van het landschap.
Na een beetje een grijze start van de dag klaarde het later op en was het heerlijk zonnig.
Ik had besloten deze keer naar Glenorchy te rijden, zo’n 50 kilometer van Arrowtown. Het was een mooie rit langs Lake Wakatipu. Aan dit langgerekte meer ligt Queenstown en dan kun je nog een heel stuk naar het noorden rijden.
De bergen zijn indrukwekkend. Hoog, glooiend, soms scherp. En het ruime dal ertussen is enorm groot met dus dat grote meer er in. Ook nu was het water weer heel blauw door de mineralen. Het is moeilijk om te beschrijven wat zulke schoonheid met me doet. Ik voel echt mijn hart opengaan en ik adem elk stukje natuur met volle teugen in. Wat is het toch met dit land, dat ik er zo in op kan gaan?
Onderweg wordt langs de kant regelmatig een wandelroute aangekondigd. Dus je hoeft je niet af te vragen wat je zou kunnen gaan doen. De routes liggen voor het oprapen, zowel lange als korte. Bij Bobs Cove liep ik een route die vooral langs het water lag. Telkens weer van die fijne doorkijkjes naar het blauwe water en de bergen. Liefst wil je de hele dag fotograferen, maar dan kom je niet ver. Dus ik heb me ingehouden met de camera.
Je ziet dat de herfst in aantocht is. Veel bomen worden gesierd door bessen in diverse kleuren. Voer voor vogels , onder andere. Dus fladdert er heel wat rond in het bos. De watervlugge fantails vliegen snel van tak naar tak en als ze neerstrijken waaieren ze hun lange staart uit. Een tomtit volgt mij op de voet en scharrelt op de grond. Maar het leukste vind ik de bellbird. Die heeft zo’n herkenbare zang. Soms een raspend geluid, dan weer heldere losse tonen. Het melodietje doet me een beetje denken aan de film De Hongerspelen, waar een vogel ( de mockingjay) het symbool was voor het verzet. Zijn liedje was de herkenningsmelodie voor gelijkgestemde opstandige burgers.
De bellbird is prachtig olijfgroen, en redelijk groot. Zeg maar zo groot als een merel. Je hoort ze voortdurend, maar je ziet ze heel moeilijk tussen het groen. Vandaag had ik er eindelijk een in het zicht, maar terwijl ik voorzichtig mijn camera pakte verdween hij alweer tussen de bladeren. Zo jammer! Overigens is de bellbird vooral een honingeter, en niet zozeer een besseneter.
(Heb het plaatje verwijderd, want mogelijk zaten er rechten op)
Het zonnetje werd steeds warmer dus besloot ik om in Queenstown het strandje op te zoeken en lekker even languit te gaan in de zon. Wat een weldaad! Lekker zo’n nazomerse dag, terwijl we in Nederland nog in het natte voorjaar zitten. Queenstown staat bekend om zijn outdooractiviteiten. En ook aan het strandje heb je een keur aan mogelijkheden om het water op te gaan: kano’s, een heuse stoomboot, een soort fietsen met enorme wielen, paddel boards, je kan het zo gek niet verzinnen.
Je kunt je zelfs met een rotvaart door het water laten rondvaren met een bootje dat er als een haai uitziet en die ook onder water kan duiken en dan steil omhoog uit het water kan springen. Alles voor de thrill: bungeejumpen, parasailen, jet boat, raften. Ga maar door!
Rond 5 uur reed ik weer terug naar Arrowtown, waar ik in de late zon nog een pilsje heb gedronken op een terras. Vanavond gewoon een boterhammetje, want als lunch heb ik in Glenorchy al een grote maaltijdsalade gegeten. En dan morgen door naar het volgende adres.


