maandag 30 maart 2015

Lady Knox gewekt en de fazant van Pa teruggevonden

Op tijd opgestaan want vandaag moet ik naar Lady Knox om haar wakker te zien worden.
Ze woont in Wai-o-Tapu, zo'n 20 minuten rijden en ze wil steevast om 10.15 uur gewekt worden. Waar gaat het hier over? Over een geiser. Elke ochtend spuit ze en daar wil ik natuurlijk bij zijn, net als de vele andere toeristen. Om de druk in de geiser op de bouwen wordt er een poeder in gestrooid, waardoor ze precies kunnen bepalen hoe laat ze spuit. Het verhaal dat erbij werd verteld: In deze vulkanische regio stond een gevangenis. De gevangenen werden te werk gesteld, ze moesten bomen planten. Zo ontdekten ze een warme bron, waar ze hun was in deden. De zeep die ze daarbij gebruikten deed de geiser ontwaken... Of het een broodje aap is weet ik niet, maar het is weer een mooi verhaal.


De geiser ligt een een thermaal gebied waar je (wederom) over uitgezette paden en vlonders doorheen kunt wandelen. Je weet gewoon niet wat je ziet. Prachtige kleuren in het stomende water en afgezet aan de randen: rood door het ijzer, geel door het sulfiet en wit door het magnesium. Overal natuurlijk rookpluimen en dampen die een naar luchtje hebben. Je adem inhouden lukt niet, want het gebied is zo groot dat je het einde niet zou halen. Ik heb er de hele ochtend doorgebracht om er mooie plaatjes te schieten.


Na een broodje gezond reed ik terug richting Rotorua. Daar bevind zich aan de rand een 'living Maori village': Whakarewarewa. Dit dorpje ligt op thermale grond. Daardoor zien de houten huizen er soms nogal armoedig uit, want de verf bladdert af door de chemische stoffen in de lucht. In het dorp wordt gekookt in het hete water. Ook gaat men er in badderen. De modder die er in zit schijnt goed tegen reuma te zijn. 
We kregen een show te zien van Moari liederen waarin de bewegingen en attributen voor allerlei dingen uit de natuur staan. Het ziet er heel eenvoudig, maar wel mooi uit. De vrouwen dragen rokjes van stroken van een bepaald soort riet en soms een kleed. De mannen zijn vooral bloot op een geweven rok na en zijn vooral voorzien van mooie tatoos. De mannen dansten en zongen ook de haka, een oorlogslied dat bedoeld is om te imponeren en zichzelf op te zwepen voor de strijd. Daarbij steken ze ook hun tong uit en zetten grote ogen op. Heel intimiderend. Bij rugby wedstrijden , de nationale sport hier, wordt de haka nog steeds uitgevoerd.


Als laatste activiteit vandaag ging ik naar Te Puia. Ook hier kun je naar geisers en thermale gronden kijken, maar het ging mij dit keer om de arts en craftsschool waar de Maori leren houtsnijden en weven. Ze maken de prachtigste dingen. Je kan wel blijven fotograferen.


En bij de weefvrouwen kwam ik de fazant van Pa tegen: geplukt. De prachtige veren worden meegeweven in een kleed, dat als een soort mantel dient. Uiteraard gebeurde dat vroeger meer met kiwiveren. Maar de mevrouw die het hier aan het leren was werkte dus met fazantenveren.


En, oh ja: ik heb hier eindelijk een echte levende kiwi gezien! (In gevangenschap dan welliswaar, maar toch!) Ze zijn nog groter dan ik gedacht had. Het verschil met gewone vogels naast dat ze geen vleugels hebben om te vliegen, is o.a dat hun veren niet van die pennen hebben maar meer een soort haarplukjes en dat hun botten heel massief zijn (een gewone vogel heeft holle botten om licht genoeg te zijn om te kunnen vliegen). Bovendien kunnen ze ruiken en hebben ze grote oren. Weer wat geleerd!