vrijdag 18 maart 2016

Wortels

Liggend op mijn bed had ik dit uitzicht:



Ik wilde graag wakker worden met als eerste het fantastische uitzicht, dus ben ik gaan slapen zonder de gordijnen dicht te doen. Heerlijk, die vrijheid! Eenmaal klaarwakker heb ik een ontbijtje klaar gemaakt en ben die op het trapje naar het strand gaan zitten opeten, uitkijkend over de Tasmanzee.

Het weer was wat minder zonnig, maar toch nog zo'n 26 graden in de loop van de dag. Ik was weer eens van alles van plan, maar laat me onderweg vaak afleiden door allerlei bordjes met teksten zoals  Scenic Lookout, Boulders, Historic Site enzovoorts. Het eerste wat ik in elk geval van plan was, was om de expositie van Heather te gaan bekijken. In een klein onooglijk plaatsje Rawena was een mooie galery. Die kom je in NZ trouwens veel tegen. Vaak met werk van pottenbakkers en glazen voorwerpen. Ook deze expositie vertegenwoordigde allerlei disciplines. Het werk van Heather was een serie van foto's die ze met Photoshop bewerkt tot een soort collage-achtige prints. Het was een samenhangend geheel. Uitgangspunt was het Maori-lied dat haar bet-bet-overgrootmoeder zong toen haar broer was omgekomen in een grote strijd. Fragmenten van deze teksten zijn terug te vinden op de foto's. Het was een heel persoonlijke verhaal over de roots van mijn gastvrouw en ik was erdoor geraakt. 
Toen ik weer verder op pad ging, met het idee dat ik nog naar de zandduinen aan de overkant van de baai zou rijden, bleef een van de prints maar in mijn gedachten. En na een middag rondrijden besloot ik dat ik die print wilde kopen. Zo gezegd zo gedaan. Gelukkig had ze er een thuis liggen die ik gelijk kon meekrijgen, want anders was het vrij lastig en kostbaar om het met de post te versturen. Nu kan ik het meenemen in een koker. Het is me erg dierbaar! Een hele mooie herinnering aan NZ.

Rond 6 uur zou de wandeling met Footprints Waipaoura door het Kauribos beginnen. Ik bleek met nog 1andere Nederlandse vrouw (Ria uit Schagen) deze wandeling te maken. Onze Moari gids, een heel lieve vrouw, nam ons mee op pad in de schemering. Om die tijd mogen er geen andere toeristen in het bos zijn, dus je staat eens niet tussen de hordes mensen. Op zich zou je de wandeling heel goed zelf kunnen doen, en honderden toeristen doen dat dan ook overdag. Maar om het met Maori te doen is toch een heel andere belevenis. Net als bij andere activiteiten vorig jaar werd ook hier eerst een gebed uitgesproken voor bescherming in het bos. Later begroetten we een van de enorme Kauri-bomen met een hongi: met de neus tegen de boom. Dat wil zeggen: ik wens je adem en leven toe.


Onderweg naar de oudste boom van het bos (The father of the forest genaamd: Te Matua Ngahere ) zong ze liedjes over de bomen en aangekomen bij de boom stelde ze ons aan de boom voor en heette ze ons welkom namens het bos.  Er wordt tijd genomen om te reflecteren op het leven en aan de voorouders te denken.  Die rust en bezinning vind ik heel mooi en ook het besef dat de natuur kostbaar is en ons respect verdient.  Deze boom was de oudste van het woud: 3500 jaar! Dit hebben ze met koolstofdatering bepaald met  behulp van  een stuk van de boom die er na een storm af  was  gevallen. De bomen zijn beschermd. Nog maar 2 procent van het oorspronkelijke Kauribos is overgebleven nadat de pioniers als een idioot aan het hakken waren gegaan. Nu proberen ze zoveel mogelijk zaailingen te beschermen en te planten. Maar zulke reuzen worden het pas na honderden jaren.
Later zijn we ook nog naar de allergrootste boom uit het bos gegaan. Maar toen was het al te donker om een foto te maken. Dus waarschijnlijk maak ik morgen nog een omweggetje om er als een echte toerist toch een foto van te maken.