dinsdag 27 maart 2018

Lopen binnen de lijntjes

Eerst maar eens lekker uitgeslapen vandaag. Vervolgens een serieus ontbijt gemaakt met roerei, muesli, yoghurt en fruit. Want het plan is om een flinke wandeling te gaan maken. Ik ben noordelijk van Westport ( zo’n 11 km van waar ik verblijf) de Charming Creek  Walkaway langs de Ngakawau River gaan lopen. Als je die helemaal loopt is die 3 uur lang (enkele reis). Ik heb de helft er van gelopen en weer terug uiteraard, dus 3 uur onderweg geweest.
Het was heel grijs weer, maar wel droog en zo’n 21 graden, dus prima loopweer.

Het is een route die een oude spoorweg volgt en door een kolenmijngebied loopt. Het spoor is daar nog een rest van en onderweg kom je ook nog langs resten van houtzagerijen. Lopen dus tussen de (spoor)lijntjes. Heel geleidelijke stijging, dus heel goed te doen.



Omdat je de rivier volgt kom je vanzelf allemaal watervallen tegen. Door de overvloedige regen de afgelopen dagen klaterde het water met veel geweld naar beneden. Soms voerde het pad door stikdonkere tunneltjes. Ik was vergeten mijn mobieltje mee te nemen, dus had ik geen zaklamp bij de hand. Focussen op het eind van de tunnel en op je gevoel je voeten neerzetten. Best spannend! Op een gegeven moment kwam ik een tunnel uit,  ging de bocht om en ja hoor: een hangbrug ! Als ik ergens een hekel aan heb is dat wel zo’n wiebelige brug. Toch maar mijn hoogtevrees overwonnen en de brug bibberend over gegaan.
Het was de moeite waard want verderop volgde een prachtige waterval.



Op de terugweg kwam ik nog een weka tegen die in de bosjes aan het scharrelen was. Langs de route lag ook nog veel oud materiaal van de mijnbouw, zoals kolentroleys en machine-onderdelen. 

Uiteindelijk bereikte ik moe maar voldaan de auto. En de weergoden waren mij goedgezind geweest. De hele wandeling geen spatje regen maar toen ik in de auto stapte begon het te regenen en niet zo’n klein beetje ook! 
Ik was inmiddels wel nieuwsgierig geworden naar de geschiedenis van dit gebied en besloot naar het Coletown Museum  in Westport te gaan. Want waar kun je beter voor de regen schuilen en toch je tijd nog leuk doorbrengen? Het was een leuke informatieve tentoonstelling waarin aandacht voor de kolenmijnen in de regio, het werk daar en de gevaren, de opkomst van de vakbonden, dagelijks leven in de mijnbouwdorpjes (Denniston en Millerton) en het vervoer van de kolen via de haven van Westport. Het was keihard werken onder gevaarlijke omstandigheden. En wonen in zo’n dorpje was ook heel eenvoudig. Vervoer van de kolen ging op verschillende manieren: met kolentrolleys over een spoor, (de trolleys werden met een kabel aangestuurd), later ook met water via sluizen, op lastige stukken ook door paarden.  In het museum hing zelfs een soort leren masker voor een paard, om in de mijnen niet teveel stof in te ademen.  Later kwamen er meer voorzieningen, zoals wegen en bruggen  zodat je niet meer via een kabelbaantje in een bakje over het water moest worden verplaatst. Het kon in de winter ijzig koud zijn op de hellingen. Schoolkinderen die in de winter naar de wc moesten, die 10 meter van het schoolgebouw af stond, werden soms door de blizzards weggeblazen op de ijzige weg. Kleintjes gingen dan altijd onder begeleiding van een ouderejaars naar de wc.




Het wapen van Nieuw-Zeeland heeft rechts onderin twee hamers staan die de mijnbouw en industrie verbeelden.  Mijnbouw levert een belangrijk aandeel in het BNP. Toch loopt de productie terug van ruim 4 miljoen ton in 2014 naar 2,8 miljoen ton in 2016. Ongeveer 44% wordt geëxporteerd. Met name het Buller District, waar Denniston en Millerton deel van uitmaken, heeft te maken met milieu problemen door de zure drainage uit de mijnen. Maar er worden dus nog steeds wel kolen gedolven. Tegenwoordig meer in dagbouw i.t.t. vroeger toen men onder grond ging. 

Voor wie het weten wil, meer info over het wapen van Nieuw-Zeeland vind je 
hier.