Het uiterste noorden van Nieuw Zeeland staat vandaag op mijn programma: Cape Reigna. (Dit is net niet het uiterste puntje, maar die is zo moeilijk bereikbaar dat ik dat maar laat zitten).
Na een stevig ontbijt (en soort wentelteefjes van stokbrood met daarop gebakken banaan en knapperige bacon en daaroverheen maple-siroop) vertrok ik op tijd, want de weersverwachting was niet zo goed na een uurtje of 12. Aangezien de rit naar Cape Reigna zo'n 2,5 uur zou duren moest ik dus wel rond 9 uur vertrekken.
Onderweg kun je echt merken dat je in een landschap bent dat door vulkanen is gevormd: bergachtig, veel dalen en stijgen, scherpe contouren aan de kammen. Geheel tegen mijn gewoonten in sloeg ik nu niet bij ieder belangwekkende richtingaanwijzer af maar bleef ik gericht op Cape Reigna. Mijn gastheer had me op de kaart aangewezen waar een mooi strandje was. Vol goede moed had ik zwemkleding, een handdoek en een boek in mijn tas gestopt om eens lekker languit op het strand van Rarawa Beach te gaan liggen. Maar onderweg betrok de lucht al en het werd al snel duidelijk dat het geen plaatje van een wit strand aan een blauwe zee en lucht zou worden:
Het stormde en je werd gewoonweg gezandstraald! (Maar het strand was wel mooi wit, ook in dit donkere weer!)
Nou ja, jammer dan, en toch een mooi plaatje. Vol goede moed op weg naar de volgende bestemming: de Duinen, die ik gisteren op een andere plek maar niet kon vinden. Hier kon je er echter niet omheen: Te Paki Giant Sand Dunes. Al 10 kilometer van tevoren worden aan de weg boards te huur aangeboden om de duinen mee af te glijden. Kan niet missen dus. Inmiddels was het ook wat zonniger geworden. Ik wilde mooie foto's zien te maken van die duinen, maar dan moet je wel eerst naar boven klimmen! Omhoogklauteren door het mulle zand. Een flinke aanslag op mijn knieën. Helemaal naar boven ben ik niet gegaan, want dat zag ik echt niet zitten. Maar de zandsurfers ploegden zich natuurlijk wel naar boven om liggend op hun board naar beneden te roetsjen.
Ik zelf had niet zo'n behoefte om zand te happen, dus na een aantal foto's vertrok ik weer om naar het noordelijke puntje te rijden. Je kunt dat over de SH 1 doen, zoals ik, maar echte durfals gaan over het strand (90 Miles Beach Road). Hiervoor heb je wel een 4 wheel-drive nodig de autoverhuurbedrijven verbieden het om met je gehuurde auto deze weg te nemen. Het loopt namelijk tussen allemaal drijfzand door.
Ondertussen was het zo'n uurtje of 1 geworden dus ik begon zin in een lunch te krijgen, maar ik reed door want ik wilde niet zo laat bij Cape Reinga aankomen. Dan zou ik daar wel gaan lunchen. Op zo'n toeristische plek is altijd wel een cafeetje...
Nou, niet dus. Cape Reinga (Te Rerenga Wairua) is een bijzondere plek voor de Moari's. Als je sterft gaat je geest hier naar toe en vertrekt dan vanaf deze plek naar je eeuwige thuis. Daarom wordt de bezoekers verzocht respect te tonen, door hier niet te eten of drinken. Vandaar dus...
In 1643 voer Abel Tasman al langs deze kust. Hij is er echter niet aan wal gegaan. Pas in 1769 heeft captain Cook als eerste westerling voet aan wal gezet in Nieuw Zeeland.
Een of andere idiote toerist stond langs de rand van de klif sprongen in de lucht te maken, zodat haar vriend een leuke foto kon maken. Naar mijn idee levensgevaarlijk want ook hier stond een stormachtige wind en je zou maar over het randje verdwijnen... Misschien wilde ze met de geesten mee...
Langs deze kust komen ook veel walvissen die bij een bepaalde baai graag langs de rotsen schuren om van hun parasieten af te komen. Ik heb nog goed getuurd, maar helaas, geen walvis gezien.
En nog een leuk weetje: Onze grutto's die in het voorjaar in de Arkemheenpolder nestelen, vertrekken
van hier (Spirit Bay) naar het Noordelijk halfrond. Dat is even wat anders als achterover in je luie vliegtuigstoel, en dat vind ik al vermoeiend genoeg!
Helemaal tevreden vertrok ik weer huiswaarts, nog 2,5 uur rijden. Om half 4 dan eindelijk in een klein plaatsje geluncht en toen door naar huis om dit verhaal neer te pennen en weer plannen voor morgen te maken.



