On the road again... deze keer naar Arthur Town, in Central Otago.
Een rit van c. 300 km door heel gevarieerd landschap.
In de Catlins is het heuvelachtig en groen. Schaapjes op de groene velden, af een toe een stuk wetland met van die bossen grassen. Lekker ruig. Ik reed via de SH 92 naar Balclutha en sloeg daar op aanraden van Mary gelijk links af om vervolgens een stukje SH1 te pakken en dan een weg naar rechts te nemen die langs de Clutha River voert.
Dat klonk me goed in de oren. Ik moest er even naar zoeken want ik was er zomaar voorbij gereden. Maar toen ik dan op die Black Ridge Road zat was ik weer tevreden met mezelf. Het miezerde een beetje en het begon langzaamaan harder te regenen. Ruitenwissers aan (die ik nog wel eens verwar met de richtingaanwijzer, heel irritant) en gewoon lekker blijven genieten van het glooiende landschap. En toen werd de asfaltweg ineens een grindweg (hier ook wel dirtroad genoemd). Daar was ik minder blij mee, want je slipt er heel makkelijk op en bovendien was het nu ook nog eens nat. Helaas werd de weg pas na 20 km weer een geasfalteerde weg. Dat was dus niet zo ontspannen rijden en ook nog eens langzaam.
Nadeel van die binnenweggetjes: je komt nauwelijks door dorpjes en dus ook niet langs public toilets. Inmiddels had ik hoge nood, en is was dolblij toen ik eindelijk een bar tegenkwam. Het was echt zo’n pub voor locals. Het had een onuitspreekbare Schotse naam, hing vol met foto’s van vroegere kolonisten, trofeeën van de jacht en er hing een vreselijke bierlucht. Het was rond twaalven en buiten stond een vlag ‘Open’, maar ze hadden duidelijk nog niet op klanten gerekend. Uiteindelijk kwam er een jonge vrouw tevoorschijn die in alle haast nog even de geldkist moest pakken om te kunnen afrekenen. Niet echt een plek om even lekker bij te komen. Dus na een kopje koffie en het hoognodige bezoek aan het toilet ging ik weer verder.
De Clutha River die ik volg is breed en schitterend blauw. Vanaf Beaumont kwam ik weer op de SH8, een degelijke snelweg. Eerst slingerde het door bergachtig gebied en op een gegeven moment opende het landschap zich en reed ik ineens tussen allemaal boomgaarden en fruitteeltbedrijven. De heerlijkste vruchten stonden langs de weg uitgestald. Flipje uit Tiel zou zich hier prima thuis hebben gevoeld (voor de jongeren onder ons: dit was Flipje uit Tiel.) Ik heb me niet aan het fruit gewaagd want ik krijg bij elk ontbijt altijd al uitgebreid fruit, en soms ook om mee te nemen. Dus meer heb ik niet nodig. Maar het zag er heerlijk uit.
Na Roxburgh begon het landschap weer te veranderen. Ruige grasvlakten met grote rotsen die zo in het landschap gesmeten lijken te zijn. Typisch zo’n landschap waar Frodo met zijn Reisgenootschap van de ring tegen allemaal slechte machten moet vechten. Ik heb thuis een boek met filmlocaties, en het zou me niet verbazen als deze plek waar ik nu reed er in vermeld staat. Onguur en unheimisch!
Na Alexandra wordt het weer meer zoals in het Fjordland en rijd je heel lang langs Lake Dunstan die uiteindelijk in Cromwell eindigt. Daar heb ik nog een mooi plaatje geschoten.
De weg wordt vervolgd op de SH6 naar Wanaka. En dit zou de lievelingsplek van Martien Meiland zijn. Het ene na het andere wijnhuis heeft hier zijn wijngaarden. Al met al weer een hele mooie rit, die eindigde in Albert Town bij St.Maud Lodge. Een mooie woonboerderij met prachtig uitzicht op de bergen. Fantastisch! En vlak bij Lake Hawea, waar ik tijdens mijn eerste NZ reis zo van onder de indruk was. Ik verheug me al op de twee dagen die ik hier ga doorbrengen!




