Voorjaar 2015 maakte ik een reis door Nieuw-Zeeland. Door de Maori's ook wel Aotearoa genoemd, wat zoveel betekent als 'Het land van de lange witte wolk'. Maart 2016 maakte ik opnieuw een reis door Nieuw-Zeeland. Maart-April 2018 nog een klein stukje Nieuw-Zeeland en een eerste verkenning van Australië, namelijk de oostkust van Melbourne naar Sydney. Maart 2020 opnieuw naar het Zuidereiland maar helaas door corona de reis af moeten breken. Oktober 2022 daarom in de herkansing.
zondag 22 april 2018
woensdag 18 april 2018
Bondi Beach
Wie kent ze niet, de stoere lifeguards van Bondi Beach? Die moest ik natuurlijk even in het echt bekijken, nu ik toch in de buurt ben. Dus op naar Bondi Beach. Een van de mooie stranden van Sydney. De grootste in elk geval. Vandaag was het 22 graden en soms bewolkt, dus niet stampend druk, maar genoeg Chinezen aanwezig om te redden. (In de serie zie je vaak dat de Aziaten vaak zo de zee in gaan zonder enige zwemervaring en bovendien kunnen de waarschuwingsborden vaak niet lezen). Gelukkig bleven vandaag de meesten uit het water, hooguit pootje baden en vooral veel selfies met een stick maken.
Voordat ik wat op het strand heb gezeten heb ik eerst een deel van de coastal walk gedaan, van Bondi Beach, via Tamarama Beach naar Bronte Beach en weer terug. Bij elkaar zo’n uurtje lopen langs een prachtige kust. Het zandsteen heeft de mooiste vormen en de strandjes zijn ook heel mooi.
De zee was ook behoorlijk omstuimig, dus dat was vooral leuk voor de surfers. Jong en oud ging het water op en probeerde een golf te berijden. De een wat succesvoller dan de ander. Leuk om een tijdje naar te kijken.
Rond drie uur wilde ik nog een uitstapje naar een museum maken, maar ik maakte de vergissing om de bus te nemen, die compleet vastliep in het verkeer. Dus toen ik rond vier uur in de buurt van mijn hotel was besloot ik uit te stappen en naar het hotel te gaan. Vast beginnen met pakken. Want straks moet ik de deur nog uit voor een maaltijd en dan is het zo weer laat.
Nou dat waren mijn avonturen van deze reis. Morgen het vliegtuig weer in en de lange tocht naar huis maken. Voorlopig is dit dus mijn laatste blog.
Dank voor alle reacties en het meeleven met mijn avonturen. Ik hoop dat jullie er net zoveel plezier aan hebben beleefd als ik!
The Blue Mountains
Eindelijk weer even de natuur in: op naar de Blue Mountains. Vroeg opstaan want om 7 uur werd ik al afgehaald. Een grote four wheel drive Landrover stopte voor de deur en Paul, de gids van vandaag liet me instappen. Vervolgens nog langs twee andere hotels. Bij de ene pikten we een Duits echtpaar op die uit de buurt van Keulen kwamen. Zij waren net twee dagen in Australië en hadden nog wat last van een jetlag. Bij het volgende hotel stapten twee Amerikaanse dames in waarvan een behoorlijk stevig was en zeer moeizaam liep met een stok. Het verbaasde me dat zij aan deze trip meedeed, want bij de omschrijving van de trip stond dat je een redelijk goede conditie moest hebben.
Vandaar dat ik voor ik op reis ging nog zo mijn best had gedaan in de sportschool.
Eerst moesten we anderhalf uur rijden om Sydney en de suburbs te verlaten en toen gingen we de Blue Mountains in. Op een eerste stop hadden we mooi zicht op de bergen. Het zijn in feite canyons, uitgesleten uit het zandsteen en begroeid met bossen. Als je in de verte kijkt heeft het een blauwe gloed. Vandaar de naam. Het was een lekkere koele ochtend, rond de twintig graden en helder weer. Je kon heel ver kijken. We kregen een morning thee, wat inhoudt thee (of koffie) met allemaal lekkers erbij. Er was fruit en koek en kaas enz. En Timtams, een typisch Australische lekkernij. In feite een hol bros koekje met daaromheen chocolade. En wat de Australiërs dan het liefste doen is een hoekje afbijten en ook het hoekje er schuin tegenover. Vervolgens houd je het ene hoekje in de thee en zuig je aan het andere hoekje de thee door het koekje heen. Dan smelt het koekje zo’n beetje en smikkel je hem gauw op.
We vertrokken naar een ander uitkijkpunt waar je nog dichter bij de Drie Zusters kunt komen. Drie
beroemde zuilachtige rotsen. Je kunt er ook op een andere plek met een kabelbaan naar toe maar wij gingen dus lopen. Het waren heel wat treden naar beneden en later weer omhoog, dus de mevrouw
met stok ging niet mee. Hoewel vooral het weer naar boven lopen vrij pittig was, viel het mij nog wel mee.
In Leury gingen we lunchen. Ik heb een pie genomen met lamsvlees, knoflook en rozemarijn. Na een uurtje vertrokken we naar een andere canyon. Ondertussen veranderde het weer. Het werd een stuk kouder en de wind was gedraaid. Daardoor kwam de wind nu uit het zuidoosten en werd de rook van de bosbranden de canyons ingeblazen. Daarmee werden de uitzichten een stuk minder mooi. Maar we zijn toch nog wat paden afgeklauterd en weer omhoog.
Eigenlijk had ik van deze trip wat meer verwacht dan alleen naar wat uitkijkpunten rijden en een stukje lopen. Maar het het was in elk geval wel een mooi gebied . Overigens zag je ook in de Blue Mountains sporen van branden uit het verleden. De vegetatie hier kan aleen op zeer schrale grond gedijen. Regenwater dringt niet erg ver in de bodem door, dus het is erg droog. De zaden van de planten hier zitten in heel dikke hulzen. Alleen door een brand gaan deze zaaddozen open en door de as wordt de grond weer vruchtbaarder. Hier kunnen de zaden in gedijen en groeien ze vrij snel weer op. Soms zie je boomstammen die helemaal verkoold zijn en die zijn dan toch weer opnieuw uitgelopen. Wat zit de natuur weer wonderlijk in elkaar he?
Rond een uurtje of zes waren we weer terug in Sydney.
Nog een dagje resterend en dan zit ik weer in het vliegtuig. ik heb net alweer ingecheckt. Gek idee dat het alweer bijna voorbij is. Ik heb nog steeds het gevoel dat ik nog maar net ben begonnen!
Vandaar dat ik voor ik op reis ging nog zo mijn best had gedaan in de sportschool.
Eerst moesten we anderhalf uur rijden om Sydney en de suburbs te verlaten en toen gingen we de Blue Mountains in. Op een eerste stop hadden we mooi zicht op de bergen. Het zijn in feite canyons, uitgesleten uit het zandsteen en begroeid met bossen. Als je in de verte kijkt heeft het een blauwe gloed. Vandaar de naam. Het was een lekkere koele ochtend, rond de twintig graden en helder weer. Je kon heel ver kijken. We kregen een morning thee, wat inhoudt thee (of koffie) met allemaal lekkers erbij. Er was fruit en koek en kaas enz. En Timtams, een typisch Australische lekkernij. In feite een hol bros koekje met daaromheen chocolade. En wat de Australiërs dan het liefste doen is een hoekje afbijten en ook het hoekje er schuin tegenover. Vervolgens houd je het ene hoekje in de thee en zuig je aan het andere hoekje de thee door het koekje heen. Dan smelt het koekje zo’n beetje en smikkel je hem gauw op.
We vertrokken naar een ander uitkijkpunt waar je nog dichter bij de Drie Zusters kunt komen. Drie
beroemde zuilachtige rotsen. Je kunt er ook op een andere plek met een kabelbaan naar toe maar wij gingen dus lopen. Het waren heel wat treden naar beneden en later weer omhoog, dus de mevrouw
met stok ging niet mee. Hoewel vooral het weer naar boven lopen vrij pittig was, viel het mij nog wel mee.
In Leury gingen we lunchen. Ik heb een pie genomen met lamsvlees, knoflook en rozemarijn. Na een uurtje vertrokken we naar een andere canyon. Ondertussen veranderde het weer. Het werd een stuk kouder en de wind was gedraaid. Daardoor kwam de wind nu uit het zuidoosten en werd de rook van de bosbranden de canyons ingeblazen. Daarmee werden de uitzichten een stuk minder mooi. Maar we zijn toch nog wat paden afgeklauterd en weer omhoog.
Eigenlijk had ik van deze trip wat meer verwacht dan alleen naar wat uitkijkpunten rijden en een stukje lopen. Maar het het was in elk geval wel een mooi gebied . Overigens zag je ook in de Blue Mountains sporen van branden uit het verleden. De vegetatie hier kan aleen op zeer schrale grond gedijen. Regenwater dringt niet erg ver in de bodem door, dus het is erg droog. De zaden van de planten hier zitten in heel dikke hulzen. Alleen door een brand gaan deze zaaddozen open en door de as wordt de grond weer vruchtbaarder. Hier kunnen de zaden in gedijen en groeien ze vrij snel weer op. Soms zie je boomstammen die helemaal verkoold zijn en die zijn dan toch weer opnieuw uitgelopen. Wat zit de natuur weer wonderlijk in elkaar he?
Rond een uurtje of zes waren we weer terug in Sydney.
Nog een dagje resterend en dan zit ik weer in het vliegtuig. ik heb net alweer ingecheckt. Gek idee dat het alweer bijna voorbij is. Ik heb nog steeds het gevoel dat ik nog maar net ben begonnen!
maandag 16 april 2018
De benen uit mijn lijf gelopen
Tjonge, wat doen mijn voeten zeer!Ik ben de hele dag in de benen geweest.
Als eerste naar Taronga Zoo. Om daar te komen nam ik eerst de trein naar Circular Quai en dan de ferrie naar de overkant waar de Zoo ligt op een helling. Het is maar een korte overtocht van een kwartiertje maar je komt mooi langs the Opera House en de Harbour Bridge. Mooie plaatjes van de skyline kun je ook maken!
Je kunt met een kabelbaan naar de entree bovenaan de helling en dan door de dierentuin naar beneden zwerven langs alle beestjes. Ze waren wel aan het verbouwen waardoor een aantal dieren niet te zien was helaas. Maar ik ben vooral toch het stuk over Australische dieren gaan bekijken. Natuurlijk weer heel veel vogels op de kiek gezet. En ook veel nachtdieren gezien, maar die kun je niet fotograferen want je mag geen flits gebruiken in de donkere verblijven. Maar nu heb ik dan toch al die beestjes die me wakker hielden in Tanja Lagoon in het echt gezien. Ook heb ik het vogelbekdier gezien. Ik kende ‘m wel van tv maar hij was veel kleiner dan ik had verwacht. Toch ook weer een bijzonder zoogdier dat eieren legt.
Zoals vaak de afgelopen dagen was het weer stralend weer. 29 Graden dus tijd voor een ijsje. Rond een uurtje of drie had ik het wel gezien en stapte ik weer op de ferrie terug naar Circulair Quai. En vanaf daar kun je zo naar het Opera House lopen. Op die route veel winkeltjes en vooral veel eethuisjes/ bars. Op zo’n mooie dag waarop de kinderen bovendien twee weken vakantie hebben is het natuurlijk hartstikke druk. Maar erg gezellig en levendig.
Hoewel ik al behoorlijk moe was heb ik toch nog een rondleiding door het Opera House gedaan van een uur. We kregen veel uitleg over de ontwerper (een Deen, Jørn Utzon) die zijn ontwerp vooral baseerde op de plek waar het zou komen, namelijk op een schiereiland bij de haven. Zijn voorouders waren scheepsbouwers, dus met name de zeilen zie je in het ontwerp terug. Dat ontwerp was van 1953 en men had geen idee of het technisch ook haalbaar was, maar uiteindelijk hebben ze toch een goede constructie kunnen maken. In 1959 begon men aan de bouw en pas in 1973 was het af. Zoals zo vaak gebeurt met dit soort projecten was het ruim over tijd en over budget. De ontwerper was er zelfs tijdens het bouwproces voor ontslagen en zijn naam werd niet eens genoemd bij de opening in 1973! Maar inmiddels is er weer een renovatie gaande waarbij binnenshuis weer de nodige aanpassingen worden gedaan en in 2006 werd het opnieuw geopend en toen kreeg Utzon alsnog de eer die hem toe kwam.
Ik vond het een erg indrukwekkend gebouw en ook van binnenuit voel je verbinding met de haven. In de foyers zitten grote ramen die het effect van de stuurhut van een kapitein hebben. Een prachtig zicht op de haven!
(Dit plaatje is een beetje nep, want voor de rondleiding werden we gefotografeerd en later in verschillende foto’s van het Opera House gephotoshopt. Je mocht zelf binnen geen foto’s maken. Maar na de rondleiding lag er een boekje klaar, met foto’s daarin waarop je dus gephotoshopt bent. Uiteraard niet voor niets...) Na de rondleiding ben ik bij een van de eethuisjes neergestreken. Na een pizza en een rose kon ik er weer tegenaan. Rond zonsondergang zou er een lichtprojectie zijn op het Opera House, dus heb ik daar nog op gewacht. Het was heel mooi, een vertoning van Aboriginal kunst.
Dit zijn maar twee plaatjes uit de show, maar ik heb er minstens twintig foto’s van. Moe maar voldaan nam ik de trein terug en nam in het hotel nog een koffie om bij te komen. Nu op tijd naar bed, want morgen word ik om 7 uur afgehaald voor een dagexcursie naar de Blue Mountains.
Als eerste naar Taronga Zoo. Om daar te komen nam ik eerst de trein naar Circular Quai en dan de ferrie naar de overkant waar de Zoo ligt op een helling. Het is maar een korte overtocht van een kwartiertje maar je komt mooi langs the Opera House en de Harbour Bridge. Mooie plaatjes van de skyline kun je ook maken!
Je kunt met een kabelbaan naar de entree bovenaan de helling en dan door de dierentuin naar beneden zwerven langs alle beestjes. Ze waren wel aan het verbouwen waardoor een aantal dieren niet te zien was helaas. Maar ik ben vooral toch het stuk over Australische dieren gaan bekijken. Natuurlijk weer heel veel vogels op de kiek gezet. En ook veel nachtdieren gezien, maar die kun je niet fotograferen want je mag geen flits gebruiken in de donkere verblijven. Maar nu heb ik dan toch al die beestjes die me wakker hielden in Tanja Lagoon in het echt gezien. Ook heb ik het vogelbekdier gezien. Ik kende ‘m wel van tv maar hij was veel kleiner dan ik had verwacht. Toch ook weer een bijzonder zoogdier dat eieren legt.
Hoewel ik al behoorlijk moe was heb ik toch nog een rondleiding door het Opera House gedaan van een uur. We kregen veel uitleg over de ontwerper (een Deen, Jørn Utzon) die zijn ontwerp vooral baseerde op de plek waar het zou komen, namelijk op een schiereiland bij de haven. Zijn voorouders waren scheepsbouwers, dus met name de zeilen zie je in het ontwerp terug. Dat ontwerp was van 1953 en men had geen idee of het technisch ook haalbaar was, maar uiteindelijk hebben ze toch een goede constructie kunnen maken. In 1959 begon men aan de bouw en pas in 1973 was het af. Zoals zo vaak gebeurt met dit soort projecten was het ruim over tijd en over budget. De ontwerper was er zelfs tijdens het bouwproces voor ontslagen en zijn naam werd niet eens genoemd bij de opening in 1973! Maar inmiddels is er weer een renovatie gaande waarbij binnenshuis weer de nodige aanpassingen worden gedaan en in 2006 werd het opnieuw geopend en toen kreeg Utzon alsnog de eer die hem toe kwam.
Ik vond het een erg indrukwekkend gebouw en ook van binnenuit voel je verbinding met de haven. In de foyers zitten grote ramen die het effect van de stuurhut van een kapitein hebben. Een prachtig zicht op de haven!
(Dit plaatje is een beetje nep, want voor de rondleiding werden we gefotografeerd en later in verschillende foto’s van het Opera House gephotoshopt. Je mocht zelf binnen geen foto’s maken. Maar na de rondleiding lag er een boekje klaar, met foto’s daarin waarop je dus gephotoshopt bent. Uiteraard niet voor niets...) Na de rondleiding ben ik bij een van de eethuisjes neergestreken. Na een pizza en een rose kon ik er weer tegenaan. Rond zonsondergang zou er een lichtprojectie zijn op het Opera House, dus heb ik daar nog op gewacht. Het was heel mooi, een vertoning van Aboriginal kunst.
Dit zijn maar twee plaatjes uit de show, maar ik heb er minstens twintig foto’s van. Moe maar voldaan nam ik de trein terug en nam in het hotel nog een koffie om bij te komen. Nu op tijd naar bed, want morgen word ik om 7 uur afgehaald voor een dagexcursie naar de Blue Mountains.
zondag 15 april 2018
Hot & Swinging Sydney
bushfire-in-south-west-sydney. Als je deze link aanklikt zie je het nieuws van gisteren over bosbranden bij Sydney.
Toen ik gisteravond na mijn massage-avontuur nog even de tv aanzette belandde ik in Breaking News: Bosbranden bij Sydney waren niet meer ondere controle en in diverse wijken was het te laat om te evacueren. Ik schrok me rot: daar ga ik morgen heen! Mijn medegasten in de B&B wonen aan de rand van Sydney hadden ze mij verteld, met het zicht op het Nationale Park. En daar brandde het dus vlakbij. Omdat ze nog steeds niet terug waren en meestal al vroeg naar bed gingen, dacht ik dat ze misschien wel naar huis waren gegaan vanwege de branden. Maar uiteindelijk kwamen ze toch binnen. Ze hadden nog niet van de brand gehoord, maar toen ik erover vertelde waren ze niet erg geschrokken. Er is wel vaker bosbrand. Maar het is deze keer wel een heel grote brand en een bepaalde toegangsweg naar Sydney was afgesloten. Ik vroeg me dus af of ik de volgende dag wel naar Sydney kon gaan.
Toch maar gaan rijden. Het lastige is dat je niet precies weet hoe de wegen lopen en de wijken heten. Dus als op de snelweg borden aangeven ‘Avoid Heathcoatroad’ begin ik te twijfelen. Mijn route loopt wel langs die Heathcoatroad, maar hoe moet ik ‘m dan vermijden?
Maar uiteindelijk kon ik toch gewoon de route blijven volgen die mijn navigatiesysteem aangaf. Bij het naderden van Sydney zag je wel de rookwolken boven de stad hangen. Qua temperatuur was het niet meer zo heet, ongeveer 24 graden. Maar er stond wel een heel harde wind, wat het voor de brandweer moeilijk maakt om de brand onder controle te krijgen.
Mijn hotel ligt in de wijk Surry Hills, een beetje een shabby wijkje. (Later hoorde ik dat de shabby huisjes daar wel twee miljoen australian dollar kostten!)
Maar wel vlakbij het centraal station van waaruit je Sydney heel goed kunt bereizen. Zoals vaker begin ik met een kleine verkenningstocht rond het hotel, op zoek naar restaurants, pinautomaten en dergelijke.
En dit keer ook op zoek naar een postkantoor, want toen ik de autosleutels wilde inleveren zaten daar ook nog de sleutels van mijn kamer in Vincentia aan........ Ik had ze tijdens mijn verblijf daar aan elkaar gedaan zodat ik ze niet zou kwijtraken. Nou, dat was dus goed gelukt. Maar waar ik af en toe met mijn hoofd ben... Het mag een wonder heten dat ik elke keer toch op de juiste plek ben aangekomen!
Maar wel vlakbij het centraal station van waaruit je Sydney heel goed kunt bereizen. Zoals vaker begin ik met een kleine verkenningstocht rond het hotel, op zoek naar restaurants, pinautomaten en dergelijke.
En dit keer ook op zoek naar een postkantoor, want toen ik de autosleutels wilde inleveren zaten daar ook nog de sleutels van mijn kamer in Vincentia aan........ Ik had ze tijdens mijn verblijf daar aan elkaar gedaan zodat ik ze niet zou kwijtraken. Nou, dat was dus goed gelukt. Maar waar ik af en toe met mijn hoofd ben... Het mag een wonder heten dat ik elke keer toch op de juiste plek ben aangekomen!
Al wandelend door de wijk en net even daarbuiten kom ik in steeds gezelliger drukke straten terecht met veel eethuisjes. Ik loop nog voorbij een theater en pal daarnaast zit een Thais eethuis. Het was nog vroeg, 5 uur, maar het zag er al heel druk uit. Dus ik dacht: laat ik hier maar vast gaan eten, dan hebben we dat weer gehad. Ik heb er springrolls en heerlijke curry gegeten. En terwijl ik dat aan het nuttigen was, was ik aan het bedenken wat ik morgen in Sydney zal gaan doen. Ik denk toch eerst naar het Sydney Opera House en de Harbour. De eerste gastvrouw van mijn reis had daarvan gezegd: als je daar bent moet je er eigenlijk ook een voorstelling gaan bekijken. Dus ik pakte internet erbij om te kijken wat er geprogrammeerd stond, maar ik was er niet zo van gecharmeerd. La Bohème en een dansvoorstelling. Toen bedacht ik ineens dat ik net langs het Capitol Theatre was gelopen en dat daar Mama Mia de musical stond geprogrammeerd.
Ik kreeg er steeds meer zin in. De voorstelling zou om half zeven beginnen en het was inmiddels zes uur. Dus ik afrekenen en naar de buren lopen. ‘Zijn er nog kaartjes voor vanavond?’. En ja hoor, ik kon er nog wel bij. En zo zat ik geheel onverwacht ineens in het theater.
En wat heb ik een leuke avond gehad! De voorstelling swingde de pan uit en het publiek ook aan het einde tijdens de toegiften. Wat is dat toch heerlijke muziek van ABBA en wat een jeugdsentiment!
Helemaal blij kwam ik om half tien het theater weer uit.
Want ik ben dan wel meer een natuurmens, dit is wel een van de pluspunten van het stadsleven. Toen ik in Utrecht studeerde ging ik ook vaak op de bonnefooi naar het theater en heb daar de leukste
voorstellingen gezien. Dit was echt een avondje ouderwets genieten!
voorstellingen gezien. Dit was echt een avondje ouderwets genieten!
zaterdag 14 april 2018
The story of the lighthouse
Een prachtige dag met veel wind en 29 graden. Dat is goed uit te houden.
Na een laatste keer een wasje draaien ging ik naar het strand. Het bekende recept: boekje, dipje in de zee, appeltje, dutje.
Lillian, de gastvrouw vertelde me gisteren dat bij een bepaalde boatramp (plek waar je boten te water kunt laten) vaak grote stingrays (pijlstaartroggen) te zien zijn. Ze laten zich zelfs aaien. Dat wilde ik uiteraard wel eens zien. Aangekomen bij de plek staan er wat vissers te hengelen. Het water was nogal troebel, maar uiteindelijk zag ik toch een enorme rog voorbij glijden. Zeker twee meter breed! Maar te ver van de kant om te kunnen knuffelen. Toen vertelde de visser dat bij een andere boat ramp bij Murays Beach ook roggen komen en dat het water daar veel helderder is. Zo’n kwartiertje rijden naar een nationaal park. Dus ik daarheen. Het was net als de Hoge Veluwe een natuurgebied waar je entree voor moest betalen, maar dat had ik er wel voor over. Eenmaal aangekomen staat er zo’n harde wind dat er geen rog te bekennen is. Dat gaat weer lekker vandaag.
Dan maar van de gelegenheid gebruik maken als je toch in dit gebied bent en afslaan bij een bord ‘historical lighthouse’. Dat lijkt me wel wat, zo’n vuurtoren. Meestal geschikt voor mooie plaatjes en uitzichten. Ik moest er wel 10 km voor over een dirtroad rijden. Hobbel hobbel, grote stofwolken achter me aan. De auto ziet er inmiddels niet meer uit. Vol zand en stof en vogelpoep. Maar goed, daar mogen ze morgen in Sydney weer wat aan doen.
Vanaf de parkeerplaats liep een pad het duingebied in, maar gek genoeg zag ik geen vuurtoren uitsteken. Tot ik een bocht omging en het volgende zag:
Wat bleek nou: bij Cape St. George vergingen nogal wat schepen, dus werd er in 1857 besloten dat er een vuurtoren moest komen om op te kunnen navigeren. Een architect ging op zoek naar mogelijke plaatsen, maar deze werd niet gehinderd door enige maritieme kennis en stelde een paar plaatsen voor waar het het makkelijkst zou zijn om te bouwen. In 1860 werd de vuurtoren uiteindelijk gebouwd. Maar er bleef discussie over en 28 jaar later werd er alsnog een nieuwe vuurtoren gebouwd aan de andere kant van Jervis Bay.
De eerste toren, die van zandsteen was gebouwd, lichtte echter bij veel maanlicht zodanig op dat schepen zich alsnog vergisten en op de oude vuurtoren navigeerden waardoor er schepen vergingen.
Daarom is de oude toren uiteindelijk rond de eeuwwisseling (ik neem aan 1900) opgeblazen met explosieven. Zie hier dus het resultaat.
Nou, een disappointing lighthouse dus, maar wel weer een leuk verhaal!
Terwijl ik dit verhaal zit te schrijven blaast de wind om het huis. Het is gewoon stormachtig! Gauw mijn korte broek binnen halen die nog aan de lijn hangt, voordat die weggeblazen is.........
Gelukkig, hij lag nog in de tuin, maar was al wel van de lijn geblazen.
Vanavond ben ik helemaal alleen in huis. Het echtpaar dat de andere avonden mij de oren van het hoofd kletst is niet aanwezig. Gisteren ging zij wel even voor mij zappen op tv of er wat leuks voor mij op was (alsof ik dat zelf niet zou kunnen) en vervolgens bleef ze hangen in een Tellsell programma waarin allemaal sieraden werden aangeprezen....
Er staat ook een massagestoel in de kamer. Nu de ventilator niet staat aangesloten en er verder niemand is kan ik de verleiding niet weerstaan en ga ik de massagestoel uitproberen.
Ik laat me in de stoel zakken , doe mijn benen in de voetensteunen, leun achterover en bekijk de afstandsbediening eens goed. Er zitten allemaal fascinerende knopjes op: een keuze menu voor full/shoulder/waist. Een menu voor kneading /tapping/roller. Reuzespannend allemaal! Argeloos kies ik voor Full en Start en meteen worden mijn benen in een mangel genomen en de bloedtoevoer compleet afgekneld, Auw!!! Ik weet niet hoe snel ik op de knop 'stop foot' moet drukken!
Ondertussen begint er een deegroller over mijn rug van mijn schouders tot mijn onderrug te rollen. En als je denkt dat je het in de gaten hebt beginnen er ineens allemaal punten in mijn rug te prikken. Ik krijg er de slappe lach van en zit uiteindelijk stikkend van de lach te schudden en te shaken in de stoel. Maar relaxing is het absoluut niet! Eerder een middeleeuwse pijnbank. Ik zou onmiddellijk hebben toegegeven dat ik aan zwarte magie deed! Hoog tijd dus om uit de stoel te gaan. Het viel nog niet mee om alle functies uit te zetten en me vervolgens uit de stoel omhoog te hijsen. Nu zit ik gelukkig weer op de zachte bank, die weldadig aanvoelt aan mijn beurse rug! Lekker te kijken naar een programma naar eigen keuze, comedians Live at the Apollo.
Na een laatste keer een wasje draaien ging ik naar het strand. Het bekende recept: boekje, dipje in de zee, appeltje, dutje.
Lillian, de gastvrouw vertelde me gisteren dat bij een bepaalde boatramp (plek waar je boten te water kunt laten) vaak grote stingrays (pijlstaartroggen) te zien zijn. Ze laten zich zelfs aaien. Dat wilde ik uiteraard wel eens zien. Aangekomen bij de plek staan er wat vissers te hengelen. Het water was nogal troebel, maar uiteindelijk zag ik toch een enorme rog voorbij glijden. Zeker twee meter breed! Maar te ver van de kant om te kunnen knuffelen. Toen vertelde de visser dat bij een andere boat ramp bij Murays Beach ook roggen komen en dat het water daar veel helderder is. Zo’n kwartiertje rijden naar een nationaal park. Dus ik daarheen. Het was net als de Hoge Veluwe een natuurgebied waar je entree voor moest betalen, maar dat had ik er wel voor over. Eenmaal aangekomen staat er zo’n harde wind dat er geen rog te bekennen is. Dat gaat weer lekker vandaag.
Dan maar van de gelegenheid gebruik maken als je toch in dit gebied bent en afslaan bij een bord ‘historical lighthouse’. Dat lijkt me wel wat, zo’n vuurtoren. Meestal geschikt voor mooie plaatjes en uitzichten. Ik moest er wel 10 km voor over een dirtroad rijden. Hobbel hobbel, grote stofwolken achter me aan. De auto ziet er inmiddels niet meer uit. Vol zand en stof en vogelpoep. Maar goed, daar mogen ze morgen in Sydney weer wat aan doen.
Vanaf de parkeerplaats liep een pad het duingebied in, maar gek genoeg zag ik geen vuurtoren uitsteken. Tot ik een bocht omging en het volgende zag:
Dat was ‘m dan. Quite disappointing! Alsof je op een Griekse opgraving staat!
Ze hadden beter een bordje ‘ historical ruïne of a lighthouse’ op het bord kunnen zetten.
Wat bleek nou: bij Cape St. George vergingen nogal wat schepen, dus werd er in 1857 besloten dat er een vuurtoren moest komen om op te kunnen navigeren. Een architect ging op zoek naar mogelijke plaatsen, maar deze werd niet gehinderd door enige maritieme kennis en stelde een paar plaatsen voor waar het het makkelijkst zou zijn om te bouwen. In 1860 werd de vuurtoren uiteindelijk gebouwd. Maar er bleef discussie over en 28 jaar later werd er alsnog een nieuwe vuurtoren gebouwd aan de andere kant van Jervis Bay.
De eerste toren, die van zandsteen was gebouwd, lichtte echter bij veel maanlicht zodanig op dat schepen zich alsnog vergisten en op de oude vuurtoren navigeerden waardoor er schepen vergingen.
Daarom is de oude toren uiteindelijk rond de eeuwwisseling (ik neem aan 1900) opgeblazen met explosieven. Zie hier dus het resultaat.
Nou, een disappointing lighthouse dus, maar wel weer een leuk verhaal!
Terwijl ik dit verhaal zit te schrijven blaast de wind om het huis. Het is gewoon stormachtig! Gauw mijn korte broek binnen halen die nog aan de lijn hangt, voordat die weggeblazen is.........
Gelukkig, hij lag nog in de tuin, maar was al wel van de lijn geblazen.
Vanavond ben ik helemaal alleen in huis. Het echtpaar dat de andere avonden mij de oren van het hoofd kletst is niet aanwezig. Gisteren ging zij wel even voor mij zappen op tv of er wat leuks voor mij op was (alsof ik dat zelf niet zou kunnen) en vervolgens bleef ze hangen in een Tellsell programma waarin allemaal sieraden werden aangeprezen....
Er staat ook een massagestoel in de kamer. Nu de ventilator niet staat aangesloten en er verder niemand is kan ik de verleiding niet weerstaan en ga ik de massagestoel uitproberen.
Ondertussen begint er een deegroller over mijn rug van mijn schouders tot mijn onderrug te rollen. En als je denkt dat je het in de gaten hebt beginnen er ineens allemaal punten in mijn rug te prikken. Ik krijg er de slappe lach van en zit uiteindelijk stikkend van de lach te schudden en te shaken in de stoel. Maar relaxing is het absoluut niet! Eerder een middeleeuwse pijnbank. Ik zou onmiddellijk hebben toegegeven dat ik aan zwarte magie deed! Hoog tijd dus om uit de stoel te gaan. Het viel nog niet mee om alle functies uit te zetten en me vervolgens uit de stoel omhoog te hijsen. Nu zit ik gelukkig weer op de zachte bank, die weldadig aanvoelt aan mijn beurse rug! Lekker te kijken naar een programma naar eigen keuze, comedians Live at the Apollo.
vrijdag 13 april 2018
Natuurfotografie = geduldfotografie
Zoals ik al eerder opmerkte, ik ben meer een buitenmens dan een stadsmens. En dat heeft alles te maken met de natuur, waar ik erg van kan genieten. Ik zie altijd zoveel. Elk klein kevertje maakt me nieuwsgierig en ik wil er dan gelijk meer van weten. Daarom kan ik ook zo genieten van de gesprekken met mensen zoals David, die me weer iets nieuws weten te vertellen.
Voor mij is het altijd onbegrijpelijk dat er mensen zijn die al die dingen niet eens zien. Bijvoorbeeld bij mij in Vathorst zitten elke dag meerdere aalscholvers op de lantarenpalen om op te drogen. En er zijn dus echt mensen die dat helemaal niet zien, en als ze het al zien geen idee hebben waar ze naar kijken.
Elke dag als ik naar mijn werk rij over de A1 tel ik hoeveel verschillende vogels ik heb gezien. Beetje neurotisch misschien? Ach, elke gek zijn eigen gebrek.
Deze dag stond er een excursie op het programma: dolfijnen kijken. ‘s Ochtends al op tijd pilletjes tegen zeeziekte ingenomen,want wat dat betreft ken ik mezelf inmiddels. Het was weer een stralende dag. Om 10 uur was het al 29 graden en het werd uiteindelijk 31 graden. Niets zo lekker als dan op het water te zijn. We voeren met een catamaran, op zoek naar dolfijnen. Moet niet zo moeilijk zijn, dacht ik nog, want vanaf de kade had ik al twee gespot. Nou, vergeet het maar. Na een uur rondvaren nog steeds niets gezien. Het zag er ongeveer zo uit:
Voor mij is het altijd onbegrijpelijk dat er mensen zijn die al die dingen niet eens zien. Bijvoorbeeld bij mij in Vathorst zitten elke dag meerdere aalscholvers op de lantarenpalen om op te drogen. En er zijn dus echt mensen die dat helemaal niet zien, en als ze het al zien geen idee hebben waar ze naar kijken.
Elke dag als ik naar mijn werk rij over de A1 tel ik hoeveel verschillende vogels ik heb gezien. Beetje neurotisch misschien? Ach, elke gek zijn eigen gebrek.
Deze dag stond er een excursie op het programma: dolfijnen kijken. ‘s Ochtends al op tijd pilletjes tegen zeeziekte ingenomen,want wat dat betreft ken ik mezelf inmiddels. Het was weer een stralende dag. Om 10 uur was het al 29 graden en het werd uiteindelijk 31 graden. Niets zo lekker als dan op het water te zijn. We voeren met een catamaran, op zoek naar dolfijnen. Moet niet zo moeilijk zijn, dacht ik nog, want vanaf de kade had ik al twee gespot. Nou, vergeet het maar. Na een uur rondvaren nog steeds niets gezien. Het zag er ongeveer zo uit:
Van pure armoede voer de schipper maar even dicht langs de kust waar een paar aalscholvers zaten en vertelde daar wat over. Maar toen we in de buurt kwamen vlogen ze weg. Ondertussen begon het flink te waaien. Het jongetje naast me begon al groen aan te lopen. Dankzij mijn pilletjes had ik gelukkig nergens last van. Wel moest ik mijn hoedje vasthouden om te voorkomen dat die overboord vloog.
Uiteindelijk gaf de schipper aan dat we terug gingen. Een van de kinderen aan boord vond het niet eerlijk. Het was al met grote tegenzin aan boord gegaan ( ‘Kom op Dean, we weten dat je er geen zin in hebt, maar alle anderen wilden dit wel graag dus pas je maar aan. Of ga achterin de boot zitten en val ons er niet mee lastig!’). Al die tijd aan boord en geen dolfijn gezien!
Vlak voordat we de haven bereikten troffen we uiteindelijk toch nog 4 dolfijnen. Waarschijnlijk dezelfde die ik vanaf de kade ook al had gezien...
Natuurlijk was ook ik wel wat teleurgesteld, maar ik heb altijd nog de ervaringen van Kaikoura in
Nieuw Zeeland. En zo is het leven van een natuurfotograaf: Je moet veel geduld hebben, het nodige weten over het gedrag van de dieren en je moet weten waar ze zitten. Ik weet niet of jullie die serie Blue Planet II ook hebben gekeken, maar daar zat ook een aflevering in over hoeveel moeite het kost om bepaalde opnames te maken. Zo hebben ze ook een keer een maand moeten wachten op dolfijnen, die ze meesurfend op enorme golven wilden filmen. Mijn ambities zijn wat minder groot, maar ik vind het toch wel leuk om mooie plaatjes te kunnen schieten.
Een van de gasten in mijn B&B vertelde me gisteravond dat bij Burrill Lake altijd rond een uur of drie een enorme groep regenboogparkieten neerstrijkt, omdat ze weten dat er dan eten te halen valt. Dus ik 40 km rijden om dat te gaan fotograferen. Want die parkieten hoor je aldoor wel, maar ze zijn moeilijk te fotografen omdat ze hoog in de bomen zitten. En ook al zijn ze nog zo fel gekleurd, je kijkt altijd tegen het licht in, dus ze zijn moeilijk te spotten. Het is natuurlijk wel een beetje vals spelen, want dit is op zich niet natuurlijk gedrag, maar oké , dat had ik er voor over. Het lastige was dat ik niet precies wist waar dan bij Burrill Lake die plek was. Ik kwam een groot park tegen en verwachtte dat het daar dan wel zou zijn. Kwart voor drie was ik aanwezig, dus prima op tijd. Ik doe nog her en der navraag bij mensen in het park, maar die wisten van niets. Ik hoorde wel parkieten, en zag er af en toe ook een, maar die grote groep heb ik dus nooit ontdekt. Gelukkig heb ik er toch nog een op de foto weten te krijgen.
Daar heb ik dus wel een uur voor moeten wachten in het park. Mijn mueslireep bleek niet aantrekkelijk genoeg te zijn, dus ze kwamen niet naar me toe. Blij dat ik voor de camera met zoomlens heb gekozen!
donderdag 12 april 2018
Sleeplessly in Tanja
Zie hier mijn glamping-tent in Tanja Lagoon. Is het niet een romantisch plaatje?
Na een dag aan meerdere strandjes (Nelson Beach, Middle Beach), allemaal even mooi, werd ik gisteravond uitgenodigd bij de schoonouders van Loz die ook op het terrein wonen. David en Libby zijn beide tachtig jaar en met name David vindt het erg leuk om met mensen uit het buitenland te praten. Hij kwam mij ‘s morgens vragen of ik zin had om te komen eten (something simpel) en zullen we afspreken rond ‘ fivish’?
Dus ik weer op zoek naar een fles wijn om mee te nemen en rond vijven naar David en Libby.
Het was een warme dag, zo’n 28 graden en David had duidelijk last van het weer. Het bleek dat hij afgelopen maandag nog een hartaanval had gehad en was gedotterd.
Ondanks alles wilde hij de afspraak door laten gaan. Zijn vrouw Libby kwam er bij zitten. Zij heeft een verlamde arm en de ander arm heeft ze bij het lopen nodig om de wandelstok vast te houden. Een nogal gammel stelletje dus.
Het is altijd grappig om de gesprekken te observeren van mensen die al zo lang samen zijn . Hij bezorgd over haar ( ‘Libby, don’t do that. I will take care of it’ als zij de toastjes laat vallen), zij gewend aan zijn kuren (als zij iets vertelt onderbreekt hij haar en gaat het over totaal iets anders hebben. Ze wacht rustig af en als hij uitgesproken is pakt zij de draad gewoon weer op: ‘Anyway....’).
David verteld o.a. over de kangoeroes. Een jong wordt minuscuul klein geboren, ongeveer een cm of twee en kruipt dan over de vacht naar de buidel. De moeder ‘wijst’ hem de weg door een pad over haar vacht te likken. Eenmaal in de buidel gaat het jong op zoek naar een tepel. Er zijn er twee. Een is voor het nieuwe jong, de ander voor een ouder jong dat nog wel gezoogd wordt maar buiten de buidel leeft. Beide tepels geven verschillende soorten melk, aangepast aan het jong dat er van drinkt. Toch weer bijzonder he?
Hier op de foto een Joey, een jong waarvan de moeder is omgekomen. Deze wordt met de fles gevoed en moet uiteindelijk weer in het wild uitgezet worden.
Ik vertelde David van de beestjes die ik over mijn tent hoor rennen ‘s nachts. Waarschijnlijk zijn het sugargliders, een soort eekhoorntje dat glijvluchten kan maken omdat het een soort vliezen tussen zijn lijf en poten heeft. Het is ook een buideldier.
Met een gerust hart ging ik later weer naar mijn tent. Ik was sowieso niet echt bang voor de geluiden van deze beestjes omdat het duidelijk aan de buitenkant van de tent bleef. Dus toen ik deze nacht weer het licht had uitgedaan om te slapen hoorde ik weer het getrippel op het tentzeil en maakte me niet druk.
Tot slot nog een plaatje van een kookaburra. Gewoon voor de leuk...
Volgende ochtend niet al te vroeg opgestaan. Spullen ingepakt en vertrokken naar Vincentia, ongeveer 400 km rijden. Het werd uiteindelijk vandaag 34 graden, met een hoge luchtvochtigheid. Dus was het niet zo erg om een lang stuk te rijden in een auto met airconditioning. Gelukkig was het landschap wat meer variabel. Open weidelandschap en boswegen wisselden elkaar af, en regelmatig rijd je een kustplaatsje binnen. Morgen weer een dag. Vincentia is mijn laatste adres voor Sydney. De tijd vliegt om!
dinsdag 10 april 2018
Druk, druk, druk, met mezelf 😀
Nou, je kunt het maar druk hebben met jezelf! Zo balen dat mijn camera kwijt is. Ik ben de volgende ochtend nog langs het I Centre en de politie gegaan maar helaas, geen camera afgegeven.
Nog even terug naar mijn tweede dag in Mallocoota. Het was prachtig weer dus was ik lekker naar het strand gegaan. Betka Beach. Een mooi lang strand met rotskust. Ook in zee soms stukken rots met hele mooie structuren. Die had ik dus op de foto staan, maar die zullen we nooit meer terug zien.
In mijn B&B verblijven ook 2 families die samen vakantie houden met hun vier zoons (12 - 16 jaar) en oma. Heel levendig. We stonden samen te koken in de gezamenlijke keuken en schoven aan de enorme tafel met zijn allen aan. Heel gezellig. Met name met Sarah had ik leuk contact. Ze was lerares Engels en wist een hoop te vertellen over de omgeving. Zij groeide vlakbij op en Mallacoota is hun vaste vakantie-adres. Een beetje zoals voor mij Zoutelande was (ja, die uit dat liedje). Op de ochtend van mijn vertrek heb ik eerst nog om acht uur samen met Sarah gekayakt. We kwamen vlak bij de pelikanen. Ondertussen zag ik ook allemaal kwallen voorbij komen. Blij dat ik daar niet was wezen zwemmen!
Omdat ik niet van mijn telefoon en ipad afhankelijk wilde zijn voor foto’s besloot ik een nieuwe camera aan te schaffen. Maar waar kun je die krijgen? De plaatsjes waar ik doorheen kom zijn heel klein en hebben vaak maar een paar kleine winkeltjes: groceries, newsagent, bakery. De eerste wat grotere plaats was Eden. Daar nog gevraagd, maar nee. Geen camera’s. Dan maar een bak koffie met wat lekkers erbij en even op mijn telefoontje googelen of in de volgende grotere plaats (Bega) wel een camera te krijgen was. Ik vond zowaar een fotowinkel, dus op naar Bega. Er was echter geen fotowinkel te vinden. Maar ik had voor een witgoedwinkel geparkeerd en ging toch nog maar even vragen. Bleken zij camera’s te verkopen. Ik had keus uit twee modellen: Een compactcamera met optische zoom of een spiegelreflexcamera met een lens tot 55 mm. Dan toch maar een compactcamera, want ik wil kunnen inzoomen vanwege de beestenboel waar je niet altijd zo dichtbij kunt komen. Terwijl de mevrouw druk was ook een kopie van de bon uit het pinapparaat te krijgen, liet ik haar op mijn telefoon nog de site zien van de fotowinkel. Bleek dus als twee jaar niet meer te bestaan.
Al met al weer een hele bom duiten uitgegeven maar ik ging toch weer gelukkig de deur uit.
Toen nog een stuk rijden naar de volgende bestemming. In Thatra nog wat gedronken en de handleiding van de camera doorgenomen. Vervolgens in de grocerie ernaast wat te eten gekocht want mijn glamping-tent waar ik naar op weg ben staat nogal afgelegen.
Eenmaal aangekomen was ik zo blij dat ik een camera had aangeschaft. Het wemelt er van de kangoeroes! Ze staan gewoon bij je tent te grazen. Toppie!
Gastvrouw Loz vroeg ik met hun mee wilde eten. Dat vond ik heel leuk, dus schoof ik aan en aten we heerlijke gegrilde groenten uit eigen tuin. Zij en haar man hadden dit opgezet nadat zij zelf jarenlang veel in tenten hadden doorgebracht. Zij werkten met groepen in de natuur, leren op jezelf te vertrouwen e.d. Het tentgevoel wilden ze doorgeven, maar ze wisten ook dat veel mensen toch wel houden van het gemak van een badkamer, wc en keuken. Dus hebben ze deze glamping-tenten gemaakt. Je slaapt en leeft in de tent en op de vlonder, maar er zit wel een echte badkamer en keukentje aangebouwd en er is beperkt elektriciteit. De keuken heeft een koelkast en magnetron en verder is er een barbecue.
Later op de avond in het stikkedonker moest ik terug naar mijn tent lopen. Zoeken naar mijn telefoon voor de zaklamp, maar die zat niet in mijn tasje. Dan maar bij het licht van mijn Ipad screensaver op pad. Af en toe schrok ik me rot, sprong er een dikke kikker (vermoed ik) voor mijn voeten weg. Maar heelhuids aangekomen bij de tent besluit ik nog op zoek te gaan naar mijn telefoon. Nergens te vinden! Heel de nacht liggen denken waar die kon zijn gebleven, terwijl er van alles over mijn tentzeil heen trippelde.
Volgende ochtend alles nog een keer leeg gehaald en in de auto gezocht. Niets.
Ik heb het vermoeden dat ik ‘m op de counter in de camerawinkel heb laten liggen. Zeldzaam stom van mij om in twee dagen twee belangrijke dingen te verliezen!
Uiteindelijk heeft Loz voor mij naar de winkel gebeld en nee, geen telefoon gevonden. Toen naar de zaak gebeld waar ik boodschappen had gedaan. Nee, helaas ... Nog twee mogelijkheden: ik ben het verloren in te public toilet in Tanthra, of bij het koffietentje. En gelukkig: bij het koffietentje was een telefoon gevonden. Na mijn teleurstellende ervaring van eergisteren dacht ik: eerst zien of het de goede is en dan pas geloven. Op naar Tanthra dus. En HOERA, het was mijn telefoon.
En zo kun je het maar druk hebben met jezelf.
Omdat het een beetje een grijze dag was (wel zo’n 20 graden,maar bewolkt) ben ik nog even bij de oude werf wezen kijken. Het museum dat er in zit is helaas gesloten. Ik loop nog door een memorial park met infoborden over de geschiedenis van het plaatsje: hier legden de grote schepen aan en werd Sydney vanuit bevoorraad. Ook voor de Aborigines is dit een belangrijke plek waar men leefde van de zee en van bessen plukken.
Bij een andere iets grotere winkel wat groenten en vlees gehaald, want vanavond wil ik de barbecue uitproberen. Vervolgens nog wat rondgetoerd. Als afsluiting naar het strand vlakbij mijn verblijfplaats. Prachtig grote golven op de rotsen en ook nog kangoeroes op het strand.
‘s Avonds mijn eerste heuse Aussi-barbecue gedaan. Een stuk steak op het rooster, groenten op de grillplaat en smullen maar. Tevreden zit ik in het stikkedonker op mijn vlonder met een paar kaarsjes en het vuur van een gelbrander. Glaasje wijn erbij, luisteren naar de beestenboel. Af en toe geritsel in de bladeren en plof,plof,plof, een kangoeroe die voorbij komt zonder dat je ‘m ziet! Lekker een ebook erbij en de avond vloog om. Ik had graag wat foto’s toegevoegd, maar het bereik is hier zo slecht dat het backuppen van de foto’s naar Google foto’s eeuwig duurt. Hopelijk later weer, als er beter bereik is.
Nog even terug naar mijn tweede dag in Mallocoota. Het was prachtig weer dus was ik lekker naar het strand gegaan. Betka Beach. Een mooi lang strand met rotskust. Ook in zee soms stukken rots met hele mooie structuren. Die had ik dus op de foto staan, maar die zullen we nooit meer terug zien.
In mijn B&B verblijven ook 2 families die samen vakantie houden met hun vier zoons (12 - 16 jaar) en oma. Heel levendig. We stonden samen te koken in de gezamenlijke keuken en schoven aan de enorme tafel met zijn allen aan. Heel gezellig. Met name met Sarah had ik leuk contact. Ze was lerares Engels en wist een hoop te vertellen over de omgeving. Zij groeide vlakbij op en Mallacoota is hun vaste vakantie-adres. Een beetje zoals voor mij Zoutelande was (ja, die uit dat liedje). Op de ochtend van mijn vertrek heb ik eerst nog om acht uur samen met Sarah gekayakt. We kwamen vlak bij de pelikanen. Ondertussen zag ik ook allemaal kwallen voorbij komen. Blij dat ik daar niet was wezen zwemmen!
Omdat ik niet van mijn telefoon en ipad afhankelijk wilde zijn voor foto’s besloot ik een nieuwe camera aan te schaffen. Maar waar kun je die krijgen? De plaatsjes waar ik doorheen kom zijn heel klein en hebben vaak maar een paar kleine winkeltjes: groceries, newsagent, bakery. De eerste wat grotere plaats was Eden. Daar nog gevraagd, maar nee. Geen camera’s. Dan maar een bak koffie met wat lekkers erbij en even op mijn telefoontje googelen of in de volgende grotere plaats (Bega) wel een camera te krijgen was. Ik vond zowaar een fotowinkel, dus op naar Bega. Er was echter geen fotowinkel te vinden. Maar ik had voor een witgoedwinkel geparkeerd en ging toch nog maar even vragen. Bleken zij camera’s te verkopen. Ik had keus uit twee modellen: Een compactcamera met optische zoom of een spiegelreflexcamera met een lens tot 55 mm. Dan toch maar een compactcamera, want ik wil kunnen inzoomen vanwege de beestenboel waar je niet altijd zo dichtbij kunt komen. Terwijl de mevrouw druk was ook een kopie van de bon uit het pinapparaat te krijgen, liet ik haar op mijn telefoon nog de site zien van de fotowinkel. Bleek dus als twee jaar niet meer te bestaan.
Al met al weer een hele bom duiten uitgegeven maar ik ging toch weer gelukkig de deur uit.
Toen nog een stuk rijden naar de volgende bestemming. In Thatra nog wat gedronken en de handleiding van de camera doorgenomen. Vervolgens in de grocerie ernaast wat te eten gekocht want mijn glamping-tent waar ik naar op weg ben staat nogal afgelegen.
Eenmaal aangekomen was ik zo blij dat ik een camera had aangeschaft. Het wemelt er van de kangoeroes! Ze staan gewoon bij je tent te grazen. Toppie!
Gastvrouw Loz vroeg ik met hun mee wilde eten. Dat vond ik heel leuk, dus schoof ik aan en aten we heerlijke gegrilde groenten uit eigen tuin. Zij en haar man hadden dit opgezet nadat zij zelf jarenlang veel in tenten hadden doorgebracht. Zij werkten met groepen in de natuur, leren op jezelf te vertrouwen e.d. Het tentgevoel wilden ze doorgeven, maar ze wisten ook dat veel mensen toch wel houden van het gemak van een badkamer, wc en keuken. Dus hebben ze deze glamping-tenten gemaakt. Je slaapt en leeft in de tent en op de vlonder, maar er zit wel een echte badkamer en keukentje aangebouwd en er is beperkt elektriciteit. De keuken heeft een koelkast en magnetron en verder is er een barbecue.
Later op de avond in het stikkedonker moest ik terug naar mijn tent lopen. Zoeken naar mijn telefoon voor de zaklamp, maar die zat niet in mijn tasje. Dan maar bij het licht van mijn Ipad screensaver op pad. Af en toe schrok ik me rot, sprong er een dikke kikker (vermoed ik) voor mijn voeten weg. Maar heelhuids aangekomen bij de tent besluit ik nog op zoek te gaan naar mijn telefoon. Nergens te vinden! Heel de nacht liggen denken waar die kon zijn gebleven, terwijl er van alles over mijn tentzeil heen trippelde.
Volgende ochtend alles nog een keer leeg gehaald en in de auto gezocht. Niets.
Ik heb het vermoeden dat ik ‘m op de counter in de camerawinkel heb laten liggen. Zeldzaam stom van mij om in twee dagen twee belangrijke dingen te verliezen!
Uiteindelijk heeft Loz voor mij naar de winkel gebeld en nee, geen telefoon gevonden. Toen naar de zaak gebeld waar ik boodschappen had gedaan. Nee, helaas ... Nog twee mogelijkheden: ik ben het verloren in te public toilet in Tanthra, of bij het koffietentje. En gelukkig: bij het koffietentje was een telefoon gevonden. Na mijn teleurstellende ervaring van eergisteren dacht ik: eerst zien of het de goede is en dan pas geloven. Op naar Tanthra dus. En HOERA, het was mijn telefoon.
En zo kun je het maar druk hebben met jezelf.
Omdat het een beetje een grijze dag was (wel zo’n 20 graden,maar bewolkt) ben ik nog even bij de oude werf wezen kijken. Het museum dat er in zit is helaas gesloten. Ik loop nog door een memorial park met infoborden over de geschiedenis van het plaatsje: hier legden de grote schepen aan en werd Sydney vanuit bevoorraad. Ook voor de Aborigines is dit een belangrijke plek waar men leefde van de zee en van bessen plukken.
Bij een andere iets grotere winkel wat groenten en vlees gehaald, want vanavond wil ik de barbecue uitproberen. Vervolgens nog wat rondgetoerd. Als afsluiting naar het strand vlakbij mijn verblijfplaats. Prachtig grote golven op de rotsen en ook nog kangoeroes op het strand.
‘s Avonds mijn eerste heuse Aussi-barbecue gedaan. Een stuk steak op het rooster, groenten op de grillplaat en smullen maar. Tevreden zit ik in het stikkedonker op mijn vlonder met een paar kaarsjes en het vuur van een gelbrander. Glaasje wijn erbij, luisteren naar de beestenboel. Af en toe geritsel in de bladeren en plof,plof,plof, een kangoeroe die voorbij komt zonder dat je ‘m ziet! Lekker een ebook erbij en de avond vloog om. Ik had graag wat foto’s toegevoegd, maar het bereik is hier zo slecht dat het backuppen van de foto’s naar Google foto’s eeuwig duurt. Hopelijk later weer, als er beter bereik is.
zondag 8 april 2018
⚡️⚡️⚡️⚡️😤😤😤😤⚡️⚡️⚡️⚡️
Vandaag geen foto’s.
Wel gemaakt, maar wellicht voor eeuwig verloren...
Grmmmpfffff.
Een stralende dag, 25 graden.
Wandeling langs het strand.
Onderweg daar naartoe nog flying foxes op de foto gezet.
Mooie opnames op het strand, van rotsen en water.
Wandeling over een kustpad van 3 kwartier.
Mooi uitkijkpunt, dus ik wil de camera pakken.
Staat mijn rugzak open en is de CAMERA VERDWENEN.
Eigen schuld, tas niet goed afgesloten en camera er los bovenin gelegd...
3 kwartier terug gelopen. Alle uitzichtplatforms nogmaals bekeken.
Strand nogmaals helemaal afgelopen langs de waterkant ( opkomend tij....)
NIETS!!!
Shit shit shit, en nog veel meer.
Zo kwaad om mijn eigen slordigheid en zo verdrietig dat de camera kwijt is.
Naar het I Centre gegaan. Misschien komt iemand het inleveren.
Blijkt er een Nikon camera te zijn ingeleverd. Helemaal overgelukkig!
Wil de foto’s bekijken, waar ik hem het laatst had gebruikt.
Blijkt het niet mijn camera te zijn, een Nikkon 3100 i.p.v. 3400.
Weer in zak en as.
Contactgegevens achtergelaten, maar morgen vertrek ik hier alweer...
Ook bij de politiepost de vermissing gemeld.
En of de duvel er mee speelt: staat er een kangoeroe buiten voor het politiebureau.
Met mijn mobiel een foto gemaakt, maar die maakt heel slechte foto’s.
Balen, balen, balen...⚡️⚡️⚡️⚡️😤😤😤😤⚡️⚡️⚡️⚡️
Wel gemaakt, maar wellicht voor eeuwig verloren...
Grmmmpfffff.
Een stralende dag, 25 graden.
Wandeling langs het strand.
Onderweg daar naartoe nog flying foxes op de foto gezet.
Mooie opnames op het strand, van rotsen en water.
Wandeling over een kustpad van 3 kwartier.
Mooi uitkijkpunt, dus ik wil de camera pakken.
Staat mijn rugzak open en is de CAMERA VERDWENEN.
Eigen schuld, tas niet goed afgesloten en camera er los bovenin gelegd...
3 kwartier terug gelopen. Alle uitzichtplatforms nogmaals bekeken.
Strand nogmaals helemaal afgelopen langs de waterkant ( opkomend tij....)
NIETS!!!
Shit shit shit, en nog veel meer.
Zo kwaad om mijn eigen slordigheid en zo verdrietig dat de camera kwijt is.
Naar het I Centre gegaan. Misschien komt iemand het inleveren.
Blijkt er een Nikon camera te zijn ingeleverd. Helemaal overgelukkig!
Wil de foto’s bekijken, waar ik hem het laatst had gebruikt.
Blijkt het niet mijn camera te zijn, een Nikkon 3100 i.p.v. 3400.
Weer in zak en as.
Contactgegevens achtergelaten, maar morgen vertrek ik hier alweer...
Ook bij de politiepost de vermissing gemeld.
En of de duvel er mee speelt: staat er een kangoeroe buiten voor het politiebureau.
Met mijn mobiel een foto gemaakt, maar die maakt heel slechte foto’s.
zaterdag 7 april 2018
Weinig meegemaakt...
Op weg naar Mallacoota vandaag, zo’n 2,5 uur rijden als je de M1 volgt. Nogal saai dus.
Het was heerlijk weer dus ben ik voordat ik uit Lakes Entrance vertrok eerst nog anderhalf uur naar het strand gegaan. Lekker doezelen in de zon. Wat ziet de wereld er toch anders uit als de zon schijnt!
Toen toch maar op weg. eigenlijk loopt de M1 de hele tijd tussen de bomen. Een soort Hoge Veluwe dus, maar nergens met een onderbreking of een uitzicht. Er was 1 mogelijkheid om even af te wijken van de route. Die weg voerde door weidelandschap en later langs de kust door een soort duinlandschap. Uiteindelijk kom je dan toch weer op de M1 terecht en is het nog steeds 180 km rijden.
Wat ik hier echt mis van Nieuw Zeeland is de afwisseling en de onverwacht mooie uitzichten.
Uiteindelijk rond half vier aangekomen in Mallacoota, een klein dorpje met ongeveer drie winkels. Maar wel aan zee op een prachtige plek. Kijk hieronder maar eens naar het uitzicht vanuit mijn nieuwe onderkomen.
Nu eerst een maaltje in elkaar draaien. Ik heb wat wokgroenten gehaald en noodles, dus dat moet wel lukken vandaag.
Gisteren trouwens niet liggen bubbelen in het bad. Op de een of andere manier bleef het water maar lauw en liep ook aldoor weg. En om nu helemaal de handleiding door te gaan nemen ging me toch te ver. Jammer dan.
Op dit moment heb ik een prachtig uitzicht, maar een naar verhouding simpele kamer. Klein, oud meubilair e.d. Maar wel gezellig. En een hele grote gezamenlijke keuken, die ik nu dus ga uitproberen!
Het was heerlijk weer dus ben ik voordat ik uit Lakes Entrance vertrok eerst nog anderhalf uur naar het strand gegaan. Lekker doezelen in de zon. Wat ziet de wereld er toch anders uit als de zon schijnt!
Toen toch maar op weg. eigenlijk loopt de M1 de hele tijd tussen de bomen. Een soort Hoge Veluwe dus, maar nergens met een onderbreking of een uitzicht. Er was 1 mogelijkheid om even af te wijken van de route. Die weg voerde door weidelandschap en later langs de kust door een soort duinlandschap. Uiteindelijk kom je dan toch weer op de M1 terecht en is het nog steeds 180 km rijden.
Wat ik hier echt mis van Nieuw Zeeland is de afwisseling en de onverwacht mooie uitzichten.
Uiteindelijk rond half vier aangekomen in Mallacoota, een klein dorpje met ongeveer drie winkels. Maar wel aan zee op een prachtige plek. Kijk hieronder maar eens naar het uitzicht vanuit mijn nieuwe onderkomen.
(Ik zie nu pas de storende ronde hoeken. Kijken of ik morgen een betere foto kan maken).
Bij het I centre heb ik naar wat wandelmogelijkheden gevraagd. De natuur is hier prachtig. Zag vandaag ook een nieuw waarschuwingsbord, namelijk van overstekende liervogels. Die zou ik graag eens tegenkomen. Maar mijn gastheer Russel gaf al aan dat door het droge weer de kans klein is. Ze schijnen graag in nattige bodem te scharrelen.
Bij het I Centre wisten ze me wel te vertellen dat op de camping aan de overkant een koala was gesignaleerd. Dus gelijk maar even wezen kijken en dankzij oplettende campinggasten kon ik ‘m vinden. Zo leuk, hij zat lekker van het late zonnetje te genieten.
Gisteren trouwens niet liggen bubbelen in het bad. Op de een of andere manier bleef het water maar lauw en liep ook aldoor weg. En om nu helemaal de handleiding door te gaan nemen ging me toch te ver. Jammer dan.
Op dit moment heb ik een prachtig uitzicht, maar een naar verhouding simpele kamer. Klein, oud meubilair e.d. Maar wel gezellig. En een hele grote gezamenlijke keuken, die ik nu dus ga uitproberen!
vrijdag 6 april 2018
Een leuke rit
Deze keer weer op weg. Van Fish Creek naar Lakes Entrance. Dit adres is er op het laatste moment nog tussen geplaatst en het is een leuke tussenstop. Helaas maar voor 1 nacht, want morgen ga ik door naar Mallacoota. Ik vertrok vanuit het glooiende weidelandschap naar een kustplaats.
Dit was ongeveer het landschap bij Fish Creek. Ellen had me al getipt om niet de kortste weg te nemen (die over de M1, de snelweg) want dat zou erg vlak en saai zijn. Aangezien ik anders ook al binnen 3 uur op mijn locatie zou zijn maakte een omweg niet uit. Dus ging ik van de grote wegen af en volgde ik de toeristische route door het Tarra-Bulga National Park. Een prachtig oorspronkelijk semi-rainforest. Hele hoge bomen met een schors die als het ware afpelt en boomvarens. Heel smalle bochtige weggetjes die er doorheen slingeren. Het was echt weer een belevenis. Jammer dat je altijd zo slecht even kunt stoppen op zulke weggetjes om een foto te maken. Hieronder toch een poging.
Na deze mooie route moest ik uiteindelijk toch nog wel een stuk snelweg pakken. Onderweg in een dorpje even bij een picknickplek gestopt. Daar zaten de bomen vol met Little Corella papagaaien. Enorme druktemakers die je vaak in parken tegen zult komen.Ik had eerst de auto onder een boom geparkeerd. Maar toen ik uitstapte en alle vogelpoep op de weg zag besloot ik wijselijk de auto maar even te verplaatsen.
Inmiddels draaide de tijd door. Uiteindelijk kwam ik in Lakes Entrance aan. Een heel levendig havenstadje. Echt op vakantiegangers ingericht. Heel veel hotels/motels/campings of cottages zoals waar ik nu ook in zit. Het dorp heeft een lange boulevard en met een grote wandelbrug steek je de rivier over naar het strand. Er stonden allemaal mensen te vissen. Dat trok natuurlijk vogels aan zoals meeuwen, maar tot mijn verrassing ook pelikanen! Die had ik hier eigenlijk niet verwacht. Nooit geassocieerd met Australië. Toch weer leuk!
Gauw nog even wat boodschappen gedaan, want het is een selfcontained cottage, dus ik moet zelf voor mijn eten zorgen. Zometeen dus een ovenmaaltijd in de oven en daarna: heerlijk dobberen in mijn bubbelbad! Luxe he?!
Gauw nog even wat boodschappen gedaan, want het is een selfcontained cottage, dus ik moet zelf voor mijn eten zorgen. Zometeen dus een ovenmaaltijd in de oven en daarna: heerlijk dobberen in mijn bubbelbad! Luxe he?!
donderdag 5 april 2018
Gevonden!
Vanochtend uitgebreid gesproken met Ellen. Ze wist me een hoop te vertellen over de natuur hier. Ze is net als ik: gelijk iets opzoeken als je het precies wil weten. Inderdaad bleek de skink die ik gisteren zag de blue-tongue lizzard te zijn. Klik maar op het linkje bij de tekst van gisteren en je ziet ‘m. Ellen heeft heel veel flora- en faunagidsen in huis, dus ik kan mijn hart ophalen.
Wat ik gisteren ook had kunnen tegenkomen op de Wilsons Walk was de Mierenegel. Ook weer zo’n bijzonder buideldier, dat eieren legt en vervolgens de jongen in een buidel zoogt. Hij schijnt hier ook gewoon in de tuin te zitten trouwens... Maar je moet ze natuurlijk wel zien te vinden. Ellen had het over ‘soft footed animals’, dus dieren met zachte pootjes. Dat zijn de oorspronkelijke Australische dieren, die ook bij het landschap passen waar een bepaalde soort grond met een fijne structuur bij hoort. Later hebben de westerlingen allerlei ‘hard footed animals’ ingevoerd, zoals koeien en schapen. En dat blijkt uiteindelijk dus heel slecht te zijn voor het land, er onstaat veel erosie door, waardoor het land verschraalt.
We kwamen op dat onderwerp omdat we het over de Aboriginals hadden, die daar veel kennis over hebben. Overigens wist ze me te vertellen dat er enorm veel stammen zijn van Aboriginals, die onderling soms absoluut niets van elkaar willen weten. Ze liet me een kaart zien en ik was echt verrast door het enorme aantal.
Zo’n gesprek gaat alle kanten op. Ik vertelde haar van het Aboriginal Art Museum in Utrecht (dat helaas is opgeheven) en terwijl we plaatjes daarvan bekeken op internet vertelde ze me veel over de Aboriginals. De oorspronkelijk kunst was feitelijk een soort kaart waar je bijvoorbeeld op kon zien waar water te vinden was of een ontmoetingsplek. Ook in het museum werd niet alles toegelicht omdat er ook geheimen in zitten die alleen bekend zijn bij Aboriginals die geïnitieerd zijn. Maar daar zijn ze langzamerhand wat minder strikt in omdat veel jonge Aboriginals niet meer geïnitieerd worden. De ouderen realiseren zich dat daarmee de geheime kennis zal uitsterven en doen tegenwoordig wat concessies.
Tegen tienen ging ik toch maar eens op pad. Het was vannacht behoorlijk afgekoeld naar 7 graden. (Daardoor heb ik trouwens gisteravond wel naar een prachtige sterrenhemel kunnen kijken. De Melkweg en het Zuiderkruis waren goed te herkennen, en met mijn app Star Walk kon ik ook andere sterrenbeelden herkennen). Maar vanochtend dus grijs weer en behoorlijk koel. Ik besloot een tocht langs de kust te rijden en Ellen had me verteld dat ik op een bepaald stuk dirtroad richting een oude vuurtoren een goede kans had op het spotten van een koala. Telkens kom je van die waarschuwingsborden tegen van overstekend wild, de ene keer met een kangoeroe, de andere keer een wombat of een koala. Maar het is net als in Nederland: ik ben nog nooit langs de weg een hert tegengekomen . Hier dus ook geen levende have. Wel dode! Meerdere wombats, die veel groter waren dan ik dacht, namelijk formaat hangbuikzwijntje, en ook een dode, al gedeeltelijk vergane kangoeroe.
Ik was vastbesloten een koala te vinden. Dus je googled ’how to find a koala in the wild’ en je krijgt tips. Maar het belangrijkste is natuurlijk de eucalyptusbomen goed af te speuren. Ze zitten vaak hoog en in een vork van tak naar stam. En eindelijk....Ik heb er een gevonden! Hoog in de boom, dus inzoomen met de camera. Maar elke keer als ik afdrukte draaide hij zijn kop naar de andere kant. Hieronder dus het bewijs, maar helaas niet ‘in the face’!
Rond vier uur was ik weer in Fish Creek en heb ik nog een heerlijke salade gegeten, eindelijk wat groenten: sperziebonen, bietjes, mais, bloemkool, linzen, kikkererwten, aardappel, spinazie, gedroogde tomaatjes, pompoen. Heel verantwoord allemaal.
dus vanavond mag het wat ongezonder :-)
Wat ik gisteren ook had kunnen tegenkomen op de Wilsons Walk was de Mierenegel. Ook weer zo’n bijzonder buideldier, dat eieren legt en vervolgens de jongen in een buidel zoogt. Hij schijnt hier ook gewoon in de tuin te zitten trouwens... Maar je moet ze natuurlijk wel zien te vinden. Ellen had het over ‘soft footed animals’, dus dieren met zachte pootjes. Dat zijn de oorspronkelijke Australische dieren, die ook bij het landschap passen waar een bepaalde soort grond met een fijne structuur bij hoort. Later hebben de westerlingen allerlei ‘hard footed animals’ ingevoerd, zoals koeien en schapen. En dat blijkt uiteindelijk dus heel slecht te zijn voor het land, er onstaat veel erosie door, waardoor het land verschraalt.
We kwamen op dat onderwerp omdat we het over de Aboriginals hadden, die daar veel kennis over hebben. Overigens wist ze me te vertellen dat er enorm veel stammen zijn van Aboriginals, die onderling soms absoluut niets van elkaar willen weten. Ze liet me een kaart zien en ik was echt verrast door het enorme aantal.
Tegen tienen ging ik toch maar eens op pad. Het was vannacht behoorlijk afgekoeld naar 7 graden. (Daardoor heb ik trouwens gisteravond wel naar een prachtige sterrenhemel kunnen kijken. De Melkweg en het Zuiderkruis waren goed te herkennen, en met mijn app Star Walk kon ik ook andere sterrenbeelden herkennen). Maar vanochtend dus grijs weer en behoorlijk koel. Ik besloot een tocht langs de kust te rijden en Ellen had me verteld dat ik op een bepaald stuk dirtroad richting een oude vuurtoren een goede kans had op het spotten van een koala. Telkens kom je van die waarschuwingsborden tegen van overstekend wild, de ene keer met een kangoeroe, de andere keer een wombat of een koala. Maar het is net als in Nederland: ik ben nog nooit langs de weg een hert tegengekomen . Hier dus ook geen levende have. Wel dode! Meerdere wombats, die veel groter waren dan ik dacht, namelijk formaat hangbuikzwijntje, en ook een dode, al gedeeltelijk vergane kangoeroe.
Ik was vastbesloten een koala te vinden. Dus je googled ’how to find a koala in the wild’ en je krijgt tips. Maar het belangrijkste is natuurlijk de eucalyptusbomen goed af te speuren. Ze zitten vaak hoog en in een vork van tak naar stam. En eindelijk....Ik heb er een gevonden! Hoog in de boom, dus inzoomen met de camera. Maar elke keer als ik afdrukte draaide hij zijn kop naar de andere kant. Hieronder dus het bewijs, maar helaas niet ‘in the face’!
Mijn dag kon in elk geval niet meer stuk!
Uiteindelijk nog een toeristische route langs de kust gereden met hier en daar wat uitkijkpunten, maar ik was er niet zo van onder de indruk. Uiteindelijk wel een mooie stop bij een stuk kust waar men veel fossielen heeft gevonden. Daar een mooie foto kunnen maken.
woensdag 4 april 2018
Wilsons Promontory
Gistermiddag aangekomen in Fish Creek, een slaperig dorpje zo’n 25 km van Wilsons Promontory National Park.
Gastvrouw Ellen Fabel is van oorsprong Nederlands maar al na haar 5e opgegroeid in andere landen zoals Zwitserland en Duitsland en uiteindelijk dus Australië. Haar ouders wonen hier ook en daardoor spreekt ze nog goed Nederlands met nauwelijks een Engels accent. Maar grappig genoeg wel een Enschede’s accent! Zij en haar man Paul Greco hebben deze B&B al 20 jaar en ik ben hun een na laatste gast. Volgende week stoppen ze er mee.
Terwijl ik dit aan het typen ben hoor ik de kaketoes schreeuwen en vanochtend werd ik gewekt door een kookaburra, het zit hier vol vogels. Toen ik gisteren door de tuin liep zag ik ook een heel mooi vogeltje met een grote gebogen snavel. Het was een honingeter, om precies te zijn de Eastern Spinebill.
Na een lekker stevig ontbijt vertrok ik naar Wilsons Promontory National Park, het zuidelijkste puntje van het Australische vasteland. Hier zijn mooie stranden en veel dieren te zien. Maar dan moet je toch wel mazzel hebben.
Mijn eerste kangoeroe zag ik de weg overhuppelen toen ik nog maar net het park in was. Helaas op een nogal ongelukkige plek waardoor ik niet kon stoppen om hem te fotograferen. Maar ik had goede hoop want mijn eerste doel was de Prom Wildlife Walk, een wandelingetje van 3 kwartier waar je kangoeroes tegen zou kunnen komen. Helaas... geen kangoeroe meer gezien de hele dag. Maar tijdens deze wandeling wel een groep emoes gezien. Deze staan ook op mijn kaart met dangerous animals. ‘Highly agressive, they are unaffraid to steel food from picknickers and will readily attack any thread to their young’. Dus vooral maar een beetje afstand gehouden. Later zag ik nog een of ander reptiel voor mijn voeten het pad langzaam oversteken. Het was een soort skink, maar ik ben er nog niet
helemaal achter welke. Ik vermoed de Blotched-Blue-tongue-Lizard.
Terwijl ik dit aan het typen ben hoor ik de kaketoes schreeuwen en vanochtend werd ik gewekt door een kookaburra, het zit hier vol vogels. Toen ik gisteren door de tuin liep zag ik ook een heel mooi vogeltje met een grote gebogen snavel. Het was een honingeter, om precies te zijn de Eastern Spinebill.
Na een lekker stevig ontbijt vertrok ik naar Wilsons Promontory National Park, het zuidelijkste puntje van het Australische vasteland. Hier zijn mooie stranden en veel dieren te zien. Maar dan moet je toch wel mazzel hebben.
Mijn eerste kangoeroe zag ik de weg overhuppelen toen ik nog maar net het park in was. Helaas op een nogal ongelukkige plek waardoor ik niet kon stoppen om hem te fotograferen. Maar ik had goede hoop want mijn eerste doel was de Prom Wildlife Walk, een wandelingetje van 3 kwartier waar je kangoeroes tegen zou kunnen komen. Helaas... geen kangoeroe meer gezien de hele dag. Maar tijdens deze wandeling wel een groep emoes gezien. Deze staan ook op mijn kaart met dangerous animals. ‘Highly agressive, they are unaffraid to steel food from picknickers and will readily attack any thread to their young’. Dus vooral maar een beetje afstand gehouden. Later zag ik nog een of ander reptiel voor mijn voeten het pad langzaam oversteken. Het was een soort skink, maar ik ben er nog niet
helemaal achter welke. Ik vermoed de Blotched-Blue-tongue-Lizard.
De volgende stop in het park was Squeaky Beach. Een mooi wit strand dat zijn naam te danken heeft aan het zand dat piept als je er over loopt. Echt heel grappig, het schijnt te maken te hebben met de vorm van de zandkorrels.
Al met al een heerlijk strand. Lekker een stukje liggen lezen en daarna nog een andere wandeling gemaakt: Millers Landing Nature Walk. Maar daar was niet zoveel te beleven.
Het Australische landschap is echt heel anders dan NZ. Veel droger, andere vegetatie. O.a. de eucalyptusbomen. Nog geen koala gespot trouwens. Maar we hebben nog wat dagen te gaan. Dus morgen weer nieuwe avonturen. Nu eerst een maaltijd zien te scoren!
dinsdag 3 april 2018
Melbourne by bike
Gisteren, Tweede Paasdag, ben ik door Melbourne gefietst. Melbourne by bike is een rondrit door Melbourne met een gids die je allerlei leuke plekken laat zien om te bezoeken, om te eten, om wat te drinken. En ondertussen vertelt hij het nodige over de geschiedenis van de stad. Echt een heel geschikte activiteit om aan het begin van je bezoek aan de stad te doen, want je hebt werkelijk geen idee welke verborgen schatten je in deze stad kunt vinden.
De eerlijkheid gebiedt me om te zeggen dat ik niet zo’n stadsmens ben. Ik ben liever in de natuur en overzichtelijke dorpjes. Eergisteren voelde ik me echt verloren in de stad en al helemaal omdat er zoveel gesloten was vanwege Pasen vwb het eten en drinken. Ik vind het ook druk, lawaaiig en vies.
Maar de fietstocht gaf me toch echt een andere kijk op de stad. Peter, die onze gids was, nam ons mee
naar belangrijke historische plekken van de stad. Die hadden met name te doen met de goldrush en de immigratie waardoor de stad ontstond en nog steeds groeit. Dat begon allemaal rond 1835 en tot vandaag zijn er telkens nieuwe stromen van immigranten. Eerst de goudzoekers (waaronder met name Chinezen), toen de landbouwers. In de jaren twintig veel Europeanen (m.n Grieken en Italianen), na WOII ook veel andere Europeanen, en tegenwoordig veel Aziatische studenten die na hun studie uiteindelijk een verblijfsvergunning proberen te krijgen en hun familie dan laten overkomen. Melbourne heeft dan ook allemaal wijken zoals de Chinese wijk en de Italiaanse wijk. Heel herkenbaar, met name door alle eethuisjes!
naar belangrijke historische plekken van de stad. Die hadden met name te doen met de goldrush en de immigratie waardoor de stad ontstond en nog steeds groeit. Dat begon allemaal rond 1835 en tot vandaag zijn er telkens nieuwe stromen van immigranten. Eerst de goudzoekers (waaronder met name Chinezen), toen de landbouwers. In de jaren twintig veel Europeanen (m.n Grieken en Italianen), na WOII ook veel andere Europeanen, en tegenwoordig veel Aziatische studenten die na hun studie uiteindelijk een verblijfsvergunning proberen te krijgen en hun familie dan laten overkomen. Melbourne heeft dan ook allemaal wijken zoals de Chinese wijk en de Italiaanse wijk. Heel herkenbaar, met name door alle eethuisjes!
We begonnen onze tocht nabij de Docklands, net aan de rand van het Central Business District (CBD). Een volledig nieuwe wijk met enorme wolkenkrabbers met appartementen die allemaal opgekocht worden door Chinezen. Alleen verhuren ze het niet, dus er is veel leegstand en weinig reuring in dit stuk van de stad.
We reden langs de rivier de Yarra die aan de zuidkant van de stad loopt. Hier de Royal Botanical Gardens, mooie parken en een groot deel met sportfaciliteiten, waar o.a. de Austalian Open wordt gehouden. Ook langs de rivier een enorm casinocomplex, waar de helicopters af en aan vliegen. Zij brengen mensen van het vliegveld rechtstreeks naar het casino.
Maar het leukste van de tocht was toch wel het CBD zelf, waar we door allemaal kleine zijstraatje fietsten. Als je naar leuke cafe’s en eettentjes wil in Melbourne moet je niet in de grote straten zijn maar juist in die duistere steegjes. Daar zitten hele hippe koffietentjes en eettentjes. Aan de buitenkant zijn ze absoluut onherkenbaar. Je denkt dat je door een eng steegje rijdt, maar als je weet waar je moet zijn, dan klop je gewoon aan bij een stalen deur en wordt er open gedaan! Deze hippe tentjes vind je alleen via social media zoals Instagram. (Of als je met zo’n tour meedoen zoals ik vandaag). Peter bleef maar benadrukken dat het absoluut veilig is in deze stad en dat je gerust zo’n donker steegje in je eentje kunt binnengaan ‘s avonds laat.
Later hebben we net buiten het CBD in de Italiaanse wijk heerlijke tapas gegeten bij Naked for Satan (Hier was vroeger een illegale stokerij in een kelder waar het zo heet werd dat de brouwer in zijn blote bast aan het werk was, vandaar de naam). Ook hier weer heel verrassend een dakterras met uitzicht over een mooi stuk van Melbourne. Dat zie je dus absoluut niet vanaf de straat! En dat is upcoming in Melbourne, die dakterrassen.
Ook veel streetart in Melbourne. De gemeente faciliteert dat. Veel muren zijn voorzien van grafitti, al dan niet erg kunstzinnig. Als het te veel een rotzooi wordt maakt de gemeente de muren weer lichtblauw en geven ze een seintje dat ze die muur weer hebben ‘gecanvasd’ en dat men de muren weer van nieuwe art kan voorzien.
Het was op zich al een avontuur om te fietsen in de stad. Je hebt af en toe wel fietsstroken en afzonderlijke verkeerslichten voor fietsers. Er rijden ook trams dus daarvoor moet je goed uitkijken. Wat ook bijzonder is, is de ‘ hooked turn’. Dat wil zeggen dat als je rechtsaf wilt slaan je je eerst links over de kruising moet opstellen en als dan de lichten van de straat waar je in wil rijden groen zijn mag je pas echt afslaan (dus links voorsorteren om rechts af te slaan). Dat heeft er mee te maken dat je de rijbaan van de tram, die in het midden van de weg rijdt, moet vrijhouden. Heel leerzaam dus, vooral omdat ik uiteindelijk ook met de auto door Melbourne zal moeten rijden om de stad te verlaten.
Later hebben we net buiten het CBD in de Italiaanse wijk heerlijke tapas gegeten bij Naked for Satan (Hier was vroeger een illegale stokerij in een kelder waar het zo heet werd dat de brouwer in zijn blote bast aan het werk was, vandaar de naam). Ook hier weer heel verrassend een dakterras met uitzicht over een mooi stuk van Melbourne. Dat zie je dus absoluut niet vanaf de straat! En dat is upcoming in Melbourne, die dakterrassen.
Ook veel streetart in Melbourne. De gemeente faciliteert dat. Veel muren zijn voorzien van grafitti, al dan niet erg kunstzinnig. Als het te veel een rotzooi wordt maakt de gemeente de muren weer lichtblauw en geven ze een seintje dat ze die muur weer hebben ‘gecanvasd’ en dat men de muren weer van nieuwe art kan voorzien.
Het was op zich al een avontuur om te fietsen in de stad. Je hebt af en toe wel fietsstroken en afzonderlijke verkeerslichten voor fietsers. Er rijden ook trams dus daarvoor moet je goed uitkijken. Wat ook bijzonder is, is de ‘ hooked turn’. Dat wil zeggen dat als je rechtsaf wilt slaan je je eerst links over de kruising moet opstellen en als dan de lichten van de straat waar je in wil rijden groen zijn mag je pas echt afslaan (dus links voorsorteren om rechts af te slaan). Dat heeft er mee te maken dat je de rijbaan van de tram, die in het midden van de weg rijdt, moet vrijhouden. Heel leerzaam dus, vooral omdat ik uiteindelijk ook met de auto door Melbourne zal moeten rijden om de stad te verlaten.
Ik moet zeggen dat het qua conditie wel goed te doen was. Melbourne is vrij vlak, met af en toe een heuveltje of een vals plat. Niet erger als in Hilversum ! Dank dus weer aan de sportschool voor mijn goede conditie.
Uiteindelijk kwam ik wel doodmoe terug in mijn kamer rond een uur of vier. We hadden 23 km gefietst en ik had ook zo’n uur gelopen naar en van de startplek. Weinig fut dus om veel te schrijven, dus alleen over de stroomstoring geschreven.
Vandaag (dinsdag) vertrokken naar het platteland en aangekomen in mijn nieuwe onderkomen in Fish Creek nu deze blog geschreven.Morgen weer verder!
Uiteindelijk kwam ik wel doodmoe terug in mijn kamer rond een uur of vier. We hadden 23 km gefietst en ik had ook zo’n uur gelopen naar en van de startplek. Weinig fut dus om veel te schrijven, dus alleen over de stroomstoring geschreven.
Vandaag (dinsdag) vertrokken naar het platteland en aangekomen in mijn nieuwe onderkomen in Fish Creek nu deze blog geschreven.Morgen weer verder!
maandag 2 april 2018
En toen werd het donker.....
Ik zat gisteren rond half 9 lekker te lezen en er draaide nog een tweede wasje tot plotseling.... alle stroom wegviel. Daar zit je dan in je onderbroek op bed. Even wachten....even wachten.
Maar nee het licht ging niet aan. Even in de gang spieken: ook geen licht. Toen met de zaklantaarn op mijn telefoon op zoek naar kleren om naar beneden te gaan om te vragen wat er aan de hand is. Ik bedenk me nog net dat ik misschien geld en paspoort moet meenemen (stel dat er brand is) en leg nog een tochtslang tussen de deur zodat ik er nog in kan (het slot werkt ook op electriciteit) als ik dat zou willen.
Uiteraard werkt de lift ook niet, dus van de achtste verdieping met de brandtrap naar beneden. Dat deden er meer. Het gaf toch wel een eng gevoel. Een mevrouw die slecht ter been was hompelde met moeite naar beneden en iedereen liet haar aan haar lot over. Ik vroeg of ik kon helpen, maar ze gaf aan dat ze er wel zou komen. Ben toch maar in de buurt gebleven. Ineens schoten mij beelden door het hoofd van 9/11 documentaires. Hoe verder we naar beneden we kwamen hoe meer er ook een alarmbel was te horen. Die had ik op de 8e niet gehoord, waardoor ik me nog wel veilig waande. Maar als je er dan uiteindelijk toch een hoort denk je wel: wegwezen hier.
Eenmaal beneden aangekomen bleek er een grote stroomstoring te zijn in ons blok. Onze flat en nog twee andere zaten zonder stroom en ook de stoplichten op de kruising werkten niet meer. De politie was er al snel bij om verkeer te regelen en ondertussen klom een technische man in een lantaarnpaal en begon daar te knutselen. Inmiddels stonden er al aardig wat bewoners op straat en je raakt dan met iedereen aan de praat. Ik sprak een ouder koppel dat uit NZ kwam. De vrouw was nogal over haar toeren. Ze waren vanaf de 18e verdieping naar beneden gekomen en ze voelde zich niet goed. Later trok het wat bij. Ik ging verderop in de straat maar even een flesje water kopen en keek naar agenten die het verkeer regelden. Ineens was er weer licht en deden de verkeerslichten het weer. Wat de nodige verwarring gaf want de agenten stonden nog steeds het verkeer te regelen. Tot op dat moment was alles goed verlopen, maar nu ineens kwam er een auto hard aanrijden die groen licht had, maar de agenten gaven wat anders aan. Het ging nog maar net goed.
Tijd om weer naar binnen te gaan. Maar met dat ik dat deed viel de stroom opnieuw uit. Helaas....
Toen maar in de lobby op de grond gaan zitten waar nog een plekje was. Eerst was het stil. Iedereen zat op z’n mobieltje te appen of een spelletje te doen. Sommigen bleven niet wachten maar gingen de stad in (het was inmiddels half 10). Ik bleef zitten in de hoop dat het zo weer opgelost zou zijn, maar nee hoor. En toen begon ik spijt te krijgen van mijn flesje water, want ik moest heel nodig. Om 10uur kregen we de gelegenheid om onder escorte naar de eerste verdieping naar de wc te gaan. Dat was een opluchting. Ik vroeg nog aan de man die mee was of ik misschien via de brandtrap toch weer naar mijn kamer mocht, maar nee, ik moest weer mee naar beneden. Daar liep het inmiddels steeds voller van mensen die nietsvermoedend uit de stad kwamen.
Een man was ontzettend geagiteerd en wilde perse met de trap naar boven en wilde een refund. Onbegrijpelijk, zulke mensen met een kort lontje en weinig geduld. Gelijk zo hoog van de toren blazen, terwijl het hotel er verder ook niets aan kon doen. Inmiddels stonden er 3 wagens van het elctriciteitsbedrijf in straat en waren allemaal mannetjes druk heen en weer aan het lopen en communiceren.
Ondertussen begon de alarmbel wel heel irritant te worden. Ik had sowieso al last van mijn oren, die sinds het vliegen telkens dichtsloegen en dit hoge geluid begon gewoonweg zeer te doen.
En toen, om 10 voor 12, was er eindelijk weer stroom. Iedereen blij natuurlijk. Maar ze gingen eerst testen of de liften weer goed werkten, dus voorlopig nog niet naar boven. Uiteindelijk om half een mochten we eventueel ook met de trap naar boven. Acht verdiepingen is dan best een eindje klimmen, maar ik deed dat liever dan met de lift gaan en misschien vast komen te zitten. Mijn wasje werd intussen afgedraaid en om een uur kon ik dan eindelijk naar bed. Maar goed ook want de volgende dag stond een citytour by bike van eeen halve dag op het programma!
Maar nee het licht ging niet aan. Even in de gang spieken: ook geen licht. Toen met de zaklantaarn op mijn telefoon op zoek naar kleren om naar beneden te gaan om te vragen wat er aan de hand is. Ik bedenk me nog net dat ik misschien geld en paspoort moet meenemen (stel dat er brand is) en leg nog een tochtslang tussen de deur zodat ik er nog in kan (het slot werkt ook op electriciteit) als ik dat zou willen.
Uiteraard werkt de lift ook niet, dus van de achtste verdieping met de brandtrap naar beneden. Dat deden er meer. Het gaf toch wel een eng gevoel. Een mevrouw die slecht ter been was hompelde met moeite naar beneden en iedereen liet haar aan haar lot over. Ik vroeg of ik kon helpen, maar ze gaf aan dat ze er wel zou komen. Ben toch maar in de buurt gebleven. Ineens schoten mij beelden door het hoofd van 9/11 documentaires. Hoe verder we naar beneden we kwamen hoe meer er ook een alarmbel was te horen. Die had ik op de 8e niet gehoord, waardoor ik me nog wel veilig waande. Maar als je er dan uiteindelijk toch een hoort denk je wel: wegwezen hier.
Eenmaal beneden aangekomen bleek er een grote stroomstoring te zijn in ons blok. Onze flat en nog twee andere zaten zonder stroom en ook de stoplichten op de kruising werkten niet meer. De politie was er al snel bij om verkeer te regelen en ondertussen klom een technische man in een lantaarnpaal en begon daar te knutselen. Inmiddels stonden er al aardig wat bewoners op straat en je raakt dan met iedereen aan de praat. Ik sprak een ouder koppel dat uit NZ kwam. De vrouw was nogal over haar toeren. Ze waren vanaf de 18e verdieping naar beneden gekomen en ze voelde zich niet goed. Later trok het wat bij. Ik ging verderop in de straat maar even een flesje water kopen en keek naar agenten die het verkeer regelden. Ineens was er weer licht en deden de verkeerslichten het weer. Wat de nodige verwarring gaf want de agenten stonden nog steeds het verkeer te regelen. Tot op dat moment was alles goed verlopen, maar nu ineens kwam er een auto hard aanrijden die groen licht had, maar de agenten gaven wat anders aan. Het ging nog maar net goed.
Tijd om weer naar binnen te gaan. Maar met dat ik dat deed viel de stroom opnieuw uit. Helaas....
Toen maar in de lobby op de grond gaan zitten waar nog een plekje was. Eerst was het stil. Iedereen zat op z’n mobieltje te appen of een spelletje te doen. Sommigen bleven niet wachten maar gingen de stad in (het was inmiddels half 10). Ik bleef zitten in de hoop dat het zo weer opgelost zou zijn, maar nee hoor. En toen begon ik spijt te krijgen van mijn flesje water, want ik moest heel nodig. Om 10uur kregen we de gelegenheid om onder escorte naar de eerste verdieping naar de wc te gaan. Dat was een opluchting. Ik vroeg nog aan de man die mee was of ik misschien via de brandtrap toch weer naar mijn kamer mocht, maar nee, ik moest weer mee naar beneden. Daar liep het inmiddels steeds voller van mensen die nietsvermoedend uit de stad kwamen.
Een man was ontzettend geagiteerd en wilde perse met de trap naar boven en wilde een refund. Onbegrijpelijk, zulke mensen met een kort lontje en weinig geduld. Gelijk zo hoog van de toren blazen, terwijl het hotel er verder ook niets aan kon doen. Inmiddels stonden er 3 wagens van het elctriciteitsbedrijf in straat en waren allemaal mannetjes druk heen en weer aan het lopen en communiceren.
Ondertussen begon de alarmbel wel heel irritant te worden. Ik had sowieso al last van mijn oren, die sinds het vliegen telkens dichtsloegen en dit hoge geluid begon gewoonweg zeer te doen.
En toen, om 10 voor 12, was er eindelijk weer stroom. Iedereen blij natuurlijk. Maar ze gingen eerst testen of de liften weer goed werkten, dus voorlopig nog niet naar boven. Uiteindelijk om half een mochten we eventueel ook met de trap naar boven. Acht verdiepingen is dan best een eindje klimmen, maar ik deed dat liever dan met de lift gaan en misschien vast komen te zitten. Mijn wasje werd intussen afgedraaid en om een uur kon ik dan eindelijk naar bed. Maar goed ook want de volgende dag stond een citytour by bike van eeen halve dag op het programma!
zondag 1 april 2018
City life
Het werd hier dus niet zomertijd maar wintertijd, de klok ging achteruit! Dat maakte het tijdsverschil met NZ nog groter. Het was hier gisteren twee uur vroeger en nu dus drie uur vroeger dan in NZ. Weer even wennen met het slaapritme.
Op Eerste Paasdag aan een ontbijt komen viel nog niet mee. Genoeg eethuisjes, maar allemaal gesloten. Uiteindelijk ben ik in Melbourne Central, een groot winkelcentrum, terecht gekomen bij de Pancake Parlour. Als onbijt dus een blueberry pancake met roerei en gebakken bacon. Nog een koffie en jus d’orange erbij en de Sunday Times en mijn dag kon beginnen. Ik begin me inmiddels een beetje te oriënteren in de stad. Het is niet zo ingewikkeld, met al die vierkante blokken.
Terug in mijn appartement even een was gedraaid. Grappig genoeg is het zowel wasmachine als wasdroger. Had ik nog nooit gezien! Wel handig hoor. En alles aanwezig: waspoeder, strijkplank, strijkijzer. You name it.
Terwijl de was draait ben ik naar een grote markt gegaan: Queen Victoria Market. Deze grootste markt van Melbourne (groente, fruit, vlees, kleding, lederwaren en souvenirs) trekt 130.000 bezoekers per week. Vandaag was ik daar een van. De markt heeft een merkwaardige locatie.Van 1837 tot 1877 was het Melbourne General Cemetry! Eerst werden er een paar graven verplaatst ten behoeve van de markt, maar deze werd zo populair dat het steeds verder uitbreidde en 1917 stond het parlement toe dat de graven werden geruimd. Maar niet alle graven werden geruimd, een deel ervan ligt nog onder de parkeerplaats!
Terug in het appartement de was uit de machine gehaald en daarna op pad gegaan om naar de State Library te gaan. Want een echte bibliothecaris slaat zo ‘n kans natuurlijk niet over. Het is in 1854 voor John Reed ontworpen en heeft en achthoekige leeszaal. In 1913 werd daar nog een mooie koepel aan toegevoegd. Een indrukwekkend gebouw waar volop aan gerenoveerd wordt. In 2020 moet dat klaar zijn. Maar je kon er gewoon in. Er was een mooie tentoonstelling over de wereld van het boek:
More than 250 new items dating from 2050 BC to the present day are now on display. Thematic sections cover:
- Books and ideas – medieval manuscripts and early printed books, sacred texts from around the world and from different religious traditions, alongside books that changed the world, including key works of philosophy and science
- Books and imagination – famous works from the literary canon (such as Chaucer, Dante and Shakespeare), modernist classics, the works of the Beat generation, children’s books, Australian authors, graphic novels and comics, and pulp fiction
- Exploring the world – atlases and maps from European voyages of discovery from the 16th century onwards, with a special focus on Australia and the South Pacific region; illustrated travel accounts, including some of the earliest uses of photography; and richly illustrated works of natural history
- Art and nature – botanical art from the 16th century to today, drawing on works by key artists, botanists and physicians, such as Pierantonio Mattioli, John Gerard, Pierre Joseph Redouté, John Sibthorp, Ferdinand Bauer and Celia Rosser
- Artist and books – including fine press work from William Morris and contemporaries, fine bindings from the medieval period to today, Japanese woodblock printed books, graphic design and artist books.
Echt de moeite waard! En zeg nou zelf, tegen zo’n mooie leeszaal kan onze Hilversumse bieb natuurlijk niet op:
Abonneren op:
Posts (Atom)



