donderdag 29 maart 2018

Allemaal beestjes

Het was weer hoog tijd voor een excursie, dus vandaag stapte ik de katamaran van Black Cat Cruises op. We gingen een tocht langs de kust van Akaroa maken.  Akaroa ligt in feite in de krater van een oude vulkaan. Het schiereiland is door enorme uitbarstingen ontstaan. Je ziet het overal terug in de kust.  Je ziet allemaal lagen van lavastromen, van elkaar onderscheiden door een dun laagje as. Juist op die aslaagjes, die zachter zijn, nestelen veel vogels. Wat we vooral zagen waren verschillende soorten aalscholvers (shags heten ze hier).



Natuurlijk waren hier ook dolfijnen te vinden, de kleinste soort die er is namelijk de Hector dolfijnen. Het is me niet gelukt om ze op de foto te krijgen. In de eerste plaats omdat er niet zoveel waren en omdat ze niet echt uit het water sprongen. Zodra je ze door je lens gevonden hebt ben je alweer te laat met afdrukken. Jullie zullen me op mijn woord moeten geloven. Ook heb ik vier exemplaren van de kleinste pinguins gezien, de Whiteflippered Blue Pinguin. Die komen alleen hier aan deze kust voor.
Natuurlijk zul je hier de zeehonden ook vinden. Zo schattig hoe de jonkies in poeltjes aan het spelen zijn!


Het was heel lekker weer, af en toe een beetje grijs, af en toe de zon erbij. Ik zat lekker te genieten op het dek. Voor de zekerheid had ik pilletjes tegen zeeziekte ingenomen en ik heb inderdaad nergens last van gehad. Dus toen we na twee uur weer aan land gingen had ik best zin in een lunch. Lekker op een terrasje van een broodje met brie genoten, samen met een long black ( zwarte koffie). Als toetje dan ook nog maar een ijsje genomen. 




Even langs de winkeltjes geslenterd. Natuurlijk de overbekende NZ souvenirs: alles met een kiwi er op of een van de andere native  birds, sieraden van Paua schelp (de opaal van de zee) of van jade (greenstone). Ik ben bezweken voor een sjaaltje met kiwi’s er op. De bewoners van de Banks Penninsula, waar Akaroa deel van uit maakt, waren met name Fransen en nog voor hen een grote Maori gemeenschap. Het stadje heeft dan ook een heel andere uitstraling als andere Nieuw-Zeelandse plaatsen, waar de Engelsen vooral hun stempel op hebben gedrukt. Akaroa is heel pitoresque zogezegd. 

‘s Middags heb de Summit  Road gereden, een prachtige tocht over de kam van de bergen. Af en toe doodeng. Nauwelijks vangrails of hekjes, waardoor je af en toe als je op een scherpe bocht af rijdt het gevoel krijgt dat je zomaar de diepte in kan duikelen. Daar staat dan weer tegenover dat je prachtig uitzicht over de dalen en baaien hebt. 



Wat een juweeltje, deze achtertuin van Christchurch. Ik vermoed dat heel wat CC-stedelingen hier een weekend doorbrengen. Dat blijkt in elk geval uit het gastenboek dat in mijn silo ligt. Diverse mensen uit Christchurch die hier een huwelijksdag vieren of voor een andere gelegenheid worden verrast met een verblijf in de silo. 

Het enige minpuntje aan deze dag was een afschuwelijk maaltijd in de plaatselijke pub hier. Ik had geen zin om weer zo ver van huis te eten dus dacht ik met een kipburger in Little River Hotel goed  af te zijn. Maar de kok daar heeft echt geen verstand van koken. De gepaneerde kipfilet was zwart gebakken en kurkdroog. Ook het broodje had veel te lang op de grill gelegen. Ik heb het voor elkaar gekregen om de helft op te eten, maar het ging me zo tegenstaan dat ik de rest heb laten liggen. 
Morgen toch maar weer naar Akaroa. Maar dan is het wel Goede Vrijdag, dus eerst even informeren wie er allemaal open zijn. 
Nog maar een dagje en NZ zit er alweer op!