dinsdag 29 maart 2016

Kaart van mijn tweede reis door Nieuw Zeeland

Home ,sweet home


Op Goede Vrijdag was het dan toch echt zo ver: het vliegtuig naar huis stond weer klaar. 
Na een rustige reis naar Auckland was ik ruim op tijd aanwezig om de auto in te leveren, de bagage af te leveren en te wachten op het boarden. 
En net als vorige keer is het pas echt een feit dat je teruggaat zodra het vliegtuig is opgestegen. Langzaam zag ik Nieuw Zeeland onder me wegglijden. Toen we ter hoogte van Cape Reigna, het laatste stukje Nieuw Zeeland, waren zag ik de Lange Witte Wolk boven het land hangen. Een mooier afscheid kon er niet zijn. Ik heb er bovenstaande foto van gemaakt. Het is misschien wel wat slecht te zien dat de wolk boven land hangt daar, maar geloof me: daaronder ligt Cape Reigna.

Vorige keer had ik het gevoel dat ik absoluut nog terug moest, omdat ik niet alles had gezien. Deze keer heb ik het gevoel dat het goed was en dat ik nu wel alles heb kunnen zien in Nieuw Zeeland dat ik had willen bezoeken. Het blijft een land met een speciaal plekje in mijn hart, maar er naar toe emigreren (waar ik de vorige keer serieus over heb nagedacht) voelt niet meer zo urgent. Na alle gesprekken met de Kiwi's onderweg en met het achterlaten van vrienden en familie bij mijn vertrek, ben ik me echt goed gaan realiseren dat het wel heel ver weg is van de mensen die je lief zijn en waar je graag bij in de buurt wil zijn als er wat met ze aan de hand is.

En dan is de reis echt heel erg lang! Ook deze keer weer was het toch behoorlijk slopend om bijna continu achter elkaar 24 uur te vliegen. Gelukkig verliep alles heel voorspoedig en landde ik uiteindelijk met 1 uur vertraging op Schiphol. John stond me weer op te wachten met een mooie bos bloemen, wat te drinken en een heerlijke plak ontbijtkoek voor onderweg! Dat zijn dan van die dingen die ik erg kan waarderen!

Rond 8 's ochtends was ik weer thuis. Ik wilde niet gaan slapen en probeerde gelijk mee te draaien in het ritme van deze kant van de aardbol. Dus 's middags ben ik nog gaan lunchen in de Lage Vuursche met de Nordic Walking Club. Fijn om ook hen weer terug te zien! En leuk dat men zo had meegeleefd met mijn avonturen via deze blog! Net als overigens veel collega's, vrienden en familie! Dank voor alle reacties en ik hoop dat jullie ervan hebben genoten.

Inmiddels zijn we 3 dagen verder. Vandaag ben ik weer aan het werk gegaan, maar ik moet nog wel in het ritme terug zien te komen. Slapen lukt nog niet zo goed. Maar dat komt vast wel weer goed! 
Dat was het dan! Ik zal nog een kaartje maken met alle plekken waar ik dit keer ben geweest en die aan deze blog toevoegen. 
En dan weer een mooi fotoboek samenstellen!

donderdag 24 maart 2016

Er gaat een schapenwereld voor je open!

Na een ongelofelijk stormachtige nacht hadden we eerst een grote stroomstoring in de regio door omgevallen bomen op de electriciteitslijnen. Gelukkig was het in Leigh rond een uurtje of half 9 opgelost. Dus rond een uurtje of 10 vertrok ik naar SheepWorld. Daar aangekomen bleek de stroomvoorziening daar nog niet te werken.
En daarmee had ik gelijk een klein probleem, want ik had gisteren al mijn cash geld uitgegeven (ervan uitgaande dat ik vandaag in het vliegtuig op weg naar huis zou zitten). Ik had dus alleen mijn creditcard om mee te betalen en  uiteraard deed het pinapparaat het niet zonder stroom.
Maar toen vond de mevrouw van SheepWorld  toch nog een reliek uit het oude geldtijdperk in een van de laatjes van de toonbank: een ouderwets doordrukformuliertje waar je je pas onder legt en daar een schuif overheen haalt. Probleem weer opgelost!




Wel jammer dat door de stroomstoring ook niet een demonstratie van het scheren kon worden gegeven! Want dat gebeurt allemaal electrisch.
Niettemin had Jack, de scheerder, een boeiend verhaal. 
Eerst werden de 3 honden aan ons voorgesteld: 1 van een ras dat oorspronkelijk een bordercollie was. Alleen is deze kortharig (want in de zomer is het hier te heet voor een lange vacht). Deze hond werkt alleen maar met zijn ogen. Hij blaft niet, maar rent om de kudde heen en dwingt ze met zijn blik een bepaalde richting op. Als hij samen met de herder/scheerder met de kudde loopt zal hij altijd de tegenoverstelde kant nemen dan zijn baas, zodat de kudde tussen hen in zit. Als hij de kudde opjaagt zal hij een alleenlopend schaap niet achterna gaan, maar altijd de grote kudde en brengt die dan naar dat ene schaap toe. 
Omdat in NZ ook bossen zijn met dichte begroeiing gebruiken ze een tweede soort hond die familie is van de labrador. Deze honden worden gebruikt om de schapen uit de struiken te krijgen naar open terrein, waar de andere (de collie) het over kan nemen. De 'labradors' blaffen op commando om zo de schapen het bos uit te jagen. Het zijn enorm snelle en sterke beesten.
Deze honden trainen duurt ongeveer een half jaar. Elke hond leert zijn eigen commando's, zodat ze afzonderlijk van elkaar kunnen worden aangestuurd. Want soms wil je de ene hond naar links sturen en de ander naar rechts en dan moet het signaal voor links van de ene hond een ander signaal zijn als voor de andere hond. Anders gaan ze allebei naar links (Snappen jullie het nog? Wel even opletten hoor!). 
De labradors waren nog heel jong en een ervan heeft zoveel energie dat hij een beetje afgeremd moet worden voor de training. Dan doen ze een van de voorpoten in zijn halsriem zodat hij ma ar op 3 poten kan lopen. En zelfs dan gaat hij er nog met een rotvaart vandoor! Bij de volgende training wordt zijn andere poot in de halsriem gedaan zodat hij beide spierpartijen in de borst traint.



Over het scheren van de schapen wist  Jack ons ook heel veel te vertellen. Bijvoorbeeld over het wereldrecord schaapscheren: een heel schaap binnen 22 seconden! Maar dat is wel heel erg snel en dat is tijdens wedstrijden. Normaal gesproken doen ze er iets langer over, en ze maken dagen van 8 uur met aldoor shifts van 4 uur scheren, half uur pauze. Een onderzoek van een universiteit in NZ wees uit da qua energieverbruik schaapscheerders per dag ongeveer evenveel energie verbruiken als iemand die 4 marathons in 1x loopt. Ze verliezen ook 8 liter water per dag door het zweten!
Omdat hij niet echt kon scheren demonstreerde hij de bewegingen die ze maken en hoe het schaap wordt vastgehouden en verplaatst. Door met hun knie of arm op bepaalde drukpunten van het schaap te drukken ontspannen zij zich helemaal. Hij liet het zien met een poot. Als jij op een bepaald punt drukte zakte de poot langzaam naar beneden. 
Verder vertelde hij nog van alles over de apparatuur die ze gebruiken (heel kostbaar) en de kleding die ze  erbij dragen. Ze dragen een speciale broek die de lanoline (de huidolie van het schaap) filtert zodat ze niet de besmettelijke bacteriën e.d. die daarin zitten op hun huid krijgen. Want dat kan hele nare zweren geven. Ze dragen ook wollen mocassins, waardoor ze goed grip hebben op de houten vloer en het schaap geen last heeft van de harde neus van een schoen als ze op  de voet van de scheerder zitten. 
Scheerders uit NZ staan bekend om hun vakmanschap. De hele zomer werken ze in NZ en als daar het seizoen voorbij is reizen ze over de hele wereld om elders te scheren (bijv in Argentinie en Ierland en Noorwegen.) 

Na afloop van dit hele verhaal kon je nog lammetjes de fles geven en andere dieren op het terrein verwennen met brokken. 

Nou, dat was het wel weer voor vandaag. Zojuist is er een Kiwigezinnetje gearriveerd in de B&B en na een gezellig babbeltje vroeg de vrouw of ik. met hen mee ga eten vanavond. Lijkt met leuk!

woensdag 23 maart 2016

Kiwi gezien!

Het was er nog steeds niet van gekomen deze reis: nog steeds geen kiwi gezien. Hoewel ik in diverse gebieden ben geweest waar ze in het wild voorkomen was de kans erg klein dat ik ze tegen zou komen: het zijn nachtdieren en ze zijn schuw. Dus toen ik mijn rit naar Leigh aan het voorbereiden was zag ik op de kaart staan: The Kiwi House. Dit bevindt zich net buiten  Whangarei, een grotere plaats zo'n 70 km ten zuiden van Kerikeri. Het bevindt zich op een terrein waar ook nog een museum over Whangarei is, dus een ideale plek om naar toe te gaan op een erg herfstachtige dag. Ik had in Nederland kunnen zijn! Stormachtig en doorlopend regen. Zo'n vieze druilerige dag.

Het Kiwihuis had 2 bruine Northisland Kiwi's, een mannetje en een vrouwtje. Uiteraard in een afgesloten verblijf, waar ze het donker hebben gemaakt zodat de kiwi's actief zijn als de bezoekers langskomen. (Als wij slapen wordt het 'daglicht' bij hen aangezet). En helaas, omdat je niet mag flitsen en het stikkedonker is kan ik geen foto laten zien, maar gelukkig hebben we de New Zealand Birds Online nog voor een plaatje.  Klik maar op de link. Gelukkig was 1 van de twee kiwi's druk aan het scharrelen in het blad in zijn verblijf, op zoek naar insecten en wormen. Hij kwam vlak voor het raam, dus ik had er mooi zicht op. Vorig jaar in Rotarua heb ik ook 1 gezien in een verblijf, maar die liep zo achterin dat je hem nog nauwelijks kon bekijken. Deze keer dus wel. Ze hebben net als katten snorharen, waardoor ze kunnen inschatten of ze niet te groot zijn om ergens in te kruipen. Dan kunnen ze niet klem komen te zitten. Handig!

Waar ik wel foto's van kon maken was van de groene gekko, die hier ook voorkomt. In een apart terrarium zat een jonkie. Heel klein nog, en die keek me zo mooi aan:


Van kop tot staart was hij misschien 8 cm lang. Echt een schatje. Er waren nog een paar andere soorten, maar die waren niet zo fotogeniek.

In het museum heb ik me nog eens verdiept in de Moa (die enorme uitgestorven vogel, uit de zelfde familie overigens als de kiwi). Ook was er het een en ander te zien over de NZ-bataljons die in de Eerste Wereldoorlog in Europa kwamen vechten. Dat waren vooral Maori's!  Verder nog wat plaatjes en voorbeelden van vogels en vissen die in deze regio voorkomen.

Rond een uurtje of 2 vertrok ik weer op weg naar Leigh. Het bleef maar gieten en er waren enorm veel wegwerkzaamheden, dus dat schoot niet op. Op een gegeven moment was ik het rijden ineens helemaal zat, maar gelukkig, het zou  nog maar 10 km zijn. Bleek een groot deel daarvan gravelroad te zijn en net breed genoeg voor 1 auto met af en toe een uitwijkhaven voor tegenliggers. Dat is dus net waar je geen zin in hebt als je moe bent...
Maar ik ben uiteindelijk goed aangekomen, met in mijn achterhoofd het idee dat dit adres slechts een tussenstop van 1 nacht was op weg naar het vliegveld. Blijk ik hier 2 nachten te blijven! 
Je raakt echt alle besef van tijd kwijt als je zo lang op weg bent. Pas nog stond ik voor de dichte deur van een restaurant. Bleek die op maandag niet open te zijn en ik had geen idee dat het die dag maandag was.
Afijn,  ik heb dus nog een dagje 'extra'. Dat was leuk geweest als ik op het strand had kunnen liggen, maar de verwachtingen voor morgen zijn  zo mogelijk nog slechter. Ook nog onweer! Jammer hoor. (Overigens loopt de temperatuur wel op naar 24 graden, maar dat levert alleen een klamme warmte op). 
Nou ja, dat maakt de overgang naar het Nederlandse weer wat gemakkelijker en dan is het ook niet zo erg om hier te vertrekken. Je zou toch balen als je prachtig weer zou hebben op het moment van vertrek, nietwaar?

Ik had me dus niet echt verdiept in wat er in deze regio te doen is. Ja, snorkelen, maar dat zit er dus niet in. Een blik op de kaart leverde een nieuw idee op voor morgen: SheepWorld. En zeg nou zelf, als je in Nieuw Zeeland bent geweest moet je je toch zeker ook verdiepen in de schapen hier! Dus dat wordt morgen weer een leerzaam dagje!


dinsdag 22 maart 2016

Public toilet

Als ik ergens blij mee ben in NZ, dan is het wel met de openbare toiletten. In elk dorp zijn ze wel aanwezig, duidelijk aangegeven zodra je een plaats binnen rijdt. En altijd keurig schoon en de meeste keren ook van toiletpapier voorzien. Vooral op het Zuidereiland, met zo weinig plaatsen, vind je ze ook op picknick plekken. Een geweldige service voor de reiziger. 
Waarom nu zo'n lofzang op kamer 100? Omdat in Kawakawa wel een heel bijzonder exemplaar te vinden is. Die is namelijk ontworpen door de Oostenrijkse kunstenaar en architect Hundertwasser. Sinds 1970 heeft hij in NZ gewoond. Toen in 1998 de publieke toiletten van Kawakawa aan een opknapbeurt toe waren heeft Hundertwasser er een ontwerp voor gemaakt. Vele toeristen komen nu in dit kleine plaatsje om deze toiletten te fotograferen, net als ik.



Toen ik net in de bieb van Hilversum werkte heb ik eens een lezing over hem georganiseerd. Zijn stijl spreekt me erg aan vanwege de glooiende lijnen (hij hield niet van rechte lijnen, omdat ze niet natuurlijk zijn). Ook integreerde hij in zijn architectuur altijd bomen en planten die uit de daken en muren groeien. 

Na mijn bezoek aan de toiletten ging ik aan de overkant een zijstraatje in, want ik zag daar een museum. Het bleek een samenraapsel te zijn van allemaal dingen die mensen niet zelf meer wilden houden, maar die wel bewaard moesten worden. Je vindt er o.a. oude fototoestellen, een enorme drukzetmachine, een radiobaken, oude tennisserackets, vlaggen van plaatselijke plattelandsvrouwenverenigingen en natuurlijk wat oude gesealde krantenknipsels over Hundertwasser. Na een genoegelijk half uurtje in gesprek met de mevrouw van het museum vertrok ik weer.

Hundertwasser was ook voorvechter voor de rechten van de Maori's en dat is een mooi bruggetje naar    de volgende plek die ik vandaag bezocht: Waitangi. Hier is in 1840 het Verdrag van Waitangi getekend. Maori's en (vooral) Engelsen woonden al een aantal jaren gezamenlijk in NZ. De eerste Maori's kwamen hier rond 800 voor Chr.  in NZ aan, de eerste westerlingen in 1769 (kapitein Cook). Er ontstond steeds meer onenigheid over het bezit van land en het Verdrag moest regelen dat de rechten van de Moari's hierin werden gerespecteerd. Zo'n 250 stamhoofden hebben dit verdrag  met de Engelsen ondertekend. Helaas heeft het niet tot een eerlijke verdeling van de grond en de rijkdommen daarin geleid. Er ontstonden zelfs oorlogen en pas in 1995 is het verdrag eindelijk juridisch erkend en sindsdien wordt door de overheid compensatie gegeven aan de Moairi's.  
Het is een lang en ingewikkeld verhaal om te vertellen, maar wie in NZ komt moet zeker naar het gloednieuwe museum (in februari dit jaar geopend) in Waitangi gaan.


Op de foto het huis waar het verdrag is getekend. Die kun je bezichtigen op het grondgebied van het museum. Ook kun je er een enorme ceremoniële  oorlogskano zien en kun je het Maori gemeenschapshuis bezoeken. Daar wordt ook een voorstelling gegeven van een oorspronkelijke Maoribegroeting en liederen. 

Rond 5 uur vertrok ik weer naar Kerikeri om te gaan eten. 's Middags had ik in Puihia een bord spagetti besteld, maar die heb ik na 2 happen laten staan. Wat een smakeloze hap was dat zeg! En ik ben helemaal niet zo'n kritische eter, dus dat wil wel wat zeggen. Gelukkig was er in Kerikeri een lekker Mexicaans eethuisje waar ik met plezier een burrito naar binnen heb gewerkt.
En nu weer inpakken voor mijn laatste tussenstop op weg naar het vliegveld: Leigh.

maandag 21 maart 2016

In de benen

Na al die dagen autorijden is het weer eens hoog tijd om eens in de benen te komen. 
Dus vanmorgen besloot ik een wandeling over het schiereiland van Mahinepua te maken. Het zou volgens de bordjes ongeveer 2 uur duren. Maar het was voortdurend stijgen en dalen, dus heb ik er uiteindelijk 2,5 uur over gedaan.


Het was bewolkt maar toch weer zo'n 23 graden, dus beslist niet koud. Na een paar spetters regen hield ik het voor gezien. Echt zo jammer dat er geen blauwe luchten zijn...

Als je deze foto aanklikt en daarmee vergroot zie je misschien nog net bovenin de linker baai mijn witte auto in de verte staan. Helemaal bezweet keerde ik eerst maar even terug naar mijn B&B om me om te kleden en te bedenken wat ik vanmiddag eens zou gaan doen. Ondertussen klaarde het weer wat op, iets meer zon tussen de wolken door, dus zonde om binnen te zitten. Dus heb nog een wandeling langs de Kerikeri River gemaakt. Waar ik startte heb je eerst de Rainbow Falls. Echt een flinke waterval!
  

Daarna ben ik verder gelopen langs de rivier. Dit keer was het een heel makkelijke wandeling met weinig hoogteverschil. Onderweg hoorde ik heel veel vogels. Ik zag eindelijk ook eens de tui zitten. Je hoort hem zo vaak, maar ziet 'm zo moeilijk. Hij zat helaas te ver weg om hem goed op de foto te krijgen.  Er waren daar een heleboel. Echt een prachtig plekje.


Wat wel grappig is om te weten: Het stel dat Floortje Dessing hier in NZ bezocht heeft hier ook gelopen want het maakt onderdeel uit van de Te Ararowa Trail die zij liepen. Deze loopt van het uiterste Noorden van NZ naar het uiterste Zuiden. 
Nou veel meer valt er vandaag niet te melden. Nu weer op zoek naar een restaurantje. 
Morgen wil ik naar Paihia, Russell , Kawakawa en Waitangi 

zondag 20 maart 2016

Vanwaar de geesten vertrekken...

Het uiterste noorden van Nieuw Zeeland staat vandaag op mijn programma: Cape Reigna. (Dit is net niet het uiterste puntje, maar die is zo moeilijk bereikbaar dat ik dat maar laat zitten).

Na een stevig ontbijt (en soort wentelteefjes van stokbrood met daarop gebakken banaan en knapperige bacon en daaroverheen maple-siroop) vertrok ik op tijd, want de weersverwachting was niet zo goed na een uurtje of 12. Aangezien de rit naar Cape Reigna zo'n 2,5 uur zou duren moest ik dus wel rond 9 uur vertrekken.
Onderweg kun je echt merken dat je in een landschap bent dat door vulkanen is gevormd: bergachtig, veel dalen en stijgen, scherpe contouren aan de kammen. Geheel tegen mijn gewoonten in sloeg ik nu niet bij ieder belangwekkende richtingaanwijzer af maar bleef ik gericht op Cape Reigna. Mijn gastheer had me op de kaart aangewezen waar een mooi strandje was. Vol goede moed had ik zwemkleding, een handdoek en een boek in mijn tas gestopt om eens lekker languit op het strand van Rarawa Beach te gaan liggen. Maar onderweg betrok de lucht al en het werd al snel duidelijk dat het geen plaatje van een wit strand aan een blauwe zee en lucht zou worden:


Het stormde en je werd gewoonweg gezandstraald! (Maar het strand was wel mooi wit, ook in dit donkere weer!) 
Nou ja, jammer dan, en toch een mooi plaatje. Vol goede moed op weg naar de volgende bestemming: de Duinen, die ik gisteren op een andere plek maar niet kon vinden. Hier kon je er echter niet omheen: Te Paki Giant Sand Dunes. Al 10 kilometer van tevoren worden aan de weg boards te huur aangeboden om de duinen mee af te glijden. Kan niet missen dus. Inmiddels was het ook wat zonniger geworden. Ik wilde mooie foto's zien te maken van die duinen, maar dan moet je wel eerst naar boven klimmen! Omhoogklauteren door het mulle zand. Een flinke aanslag op mijn knieën. Helemaal naar boven ben ik niet gegaan, want dat zag ik echt niet zitten. Maar de zandsurfers ploegden zich natuurlijk wel naar boven om liggend op hun board naar beneden te roetsjen.


Ik zelf had niet zo'n behoefte om zand te happen, dus na een aantal foto's vertrok ik weer om naar het noordelijke puntje te rijden. Je kunt dat over de SH 1 doen, zoals ik, maar echte durfals gaan over het strand (90 Miles Beach Road). Hiervoor heb je wel een 4 wheel-drive nodig de autoverhuurbedrijven verbieden het om met je gehuurde auto deze weg te nemen. Het loopt namelijk tussen allemaal  drijfzand door.

Ondertussen was het zo'n uurtje of 1 geworden dus ik begon zin in een lunch te krijgen, maar ik reed door want ik wilde niet zo laat bij Cape Reinga  aankomen. Dan zou ik daar wel gaan lunchen. Op zo'n toeristische plek is altijd wel een cafeetje...
Nou, niet dus. Cape Reinga (Te Rerenga Wairua) is een bijzondere plek voor de Moari's. Als je sterft gaat je geest hier naar toe en vertrekt dan vanaf deze plek naar je eeuwige thuis. Daarom wordt de bezoekers verzocht respect te tonen, door hier niet te eten of drinken. Vandaar dus...
In 1643 voer Abel Tasman al langs deze kust. Hij is er echter niet aan wal gegaan. Pas in 1769 heeft captain Cook als eerste westerling voet aan wal gezet in Nieuw Zeeland. 



Een of andere idiote toerist stond langs de rand van de klif sprongen in de lucht te maken, zodat haar vriend een leuke foto kon maken. Naar mijn idee levensgevaarlijk want ook hier stond een stormachtige wind en je zou maar over het randje verdwijnen... Misschien wilde ze met de geesten mee...
Langs deze kust komen ook veel walvissen die bij een bepaalde baai graag langs de rotsen schuren om van hun parasieten af te komen. Ik heb nog goed getuurd, maar helaas, geen walvis gezien. 
En nog een leuk weetje: Onze grutto's die in het voorjaar in de Arkemheenpolder nestelen, vertrekken 
 van hier (Spirit Bay) naar het Noordelijk halfrond. Dat is even wat anders als achterover in je luie vliegtuigstoel, en dat vind ik al vermoeiend genoeg! 

Helemaal tevreden vertrok ik weer huiswaarts, nog 2,5 uur rijden. Om half 4 dan eindelijk in een klein plaatsje geluncht en toen door naar huis om dit verhaal neer te pennen en weer plannen voor morgen te maken.

zaterdag 19 maart 2016

De god van het bos, Tane Mahuta

En daar is 'ie dan: the god of the forest (Tane Mahuta). 
Het verhaal over deze god is dat Tane Mahuta, zoon van Ranginui vader van de lucht en Papatuanuku moeder aarde, zijn ouders die in elkaar verstrengeld lagen uit elkaar heeft getrokken om licht, ruimte en lucht te creëren zodat het leven kon bloeien. 
Het is een gigant met een omtrek van 13,8 meter , een hoogte van 51 meter en is zo'n 2000 jaar oud. (Deze bomen worden niet perse hoog, zodra ze boven de onderbegroeiing uitkomen gaan ze gooien ze alle zijwaardse takken af die lager zitten en alleen bovenin hebben ze dan takken met blad om het licht op te vangen).
Als je deze boom ziet en je kent de scenes uit The fellowship of the ring waarin Pepijn in een boom klimt die leeft (Ent) kun je je iets voorstellen bij hoe indrukwekkend deze bomen zijn. Ik denk dat Peter Jackson deze bomen in zijn achterhoofd heeft gehad toen hij de scenes met de Enten uitwerkte!



Na dit bezoek ben ik weer teruggereden naar waar ik vandaan kwam, heb wederom het pontje genomen, maar nu de andere kant op, want ik wilde nog steeds zien uit te komen bij die zandduin aan de andere kant van de baai. Maar helaas, ik heb het niet kunnen vinden.
Vanochtend nog wel een mooie foto vanuit mijn B&B ervan gemaakt. 


Toen ben ik richting mijn nieuwe B&B in Kerikeri gereden. Ik heb daar 3 dagen om de Bay of Islands te verkennen. Helaas gaat de tocht met de Moari hoofdman Hone niet door, kreeg ik vanmorgen via de mail te lezen. Maar ik denk dat er genoeg te zien valt. Alleen jammer dat het geen zonnig weer is. Het is niet koud (zo'n 23 graden) maar bewolkt en af en toe regenachtig. We zullen zien hoe het gaat worden. Morgen wil ik naar het uiterste noorden rijden naar Cape Reigna, ongeveer 2,5 uur rijden (enkele reis). Dus dat wordt echt een dagtocht. Daarna nog 2 hele dagen voor de rest van de kust. 

Nog even een plaatje van onderweg:






vrijdag 18 maart 2016

Wortels

Liggend op mijn bed had ik dit uitzicht:



Ik wilde graag wakker worden met als eerste het fantastische uitzicht, dus ben ik gaan slapen zonder de gordijnen dicht te doen. Heerlijk, die vrijheid! Eenmaal klaarwakker heb ik een ontbijtje klaar gemaakt en ben die op het trapje naar het strand gaan zitten opeten, uitkijkend over de Tasmanzee.

Het weer was wat minder zonnig, maar toch nog zo'n 26 graden in de loop van de dag. Ik was weer eens van alles van plan, maar laat me onderweg vaak afleiden door allerlei bordjes met teksten zoals  Scenic Lookout, Boulders, Historic Site enzovoorts. Het eerste wat ik in elk geval van plan was, was om de expositie van Heather te gaan bekijken. In een klein onooglijk plaatsje Rawena was een mooie galery. Die kom je in NZ trouwens veel tegen. Vaak met werk van pottenbakkers en glazen voorwerpen. Ook deze expositie vertegenwoordigde allerlei disciplines. Het werk van Heather was een serie van foto's die ze met Photoshop bewerkt tot een soort collage-achtige prints. Het was een samenhangend geheel. Uitgangspunt was het Maori-lied dat haar bet-bet-overgrootmoeder zong toen haar broer was omgekomen in een grote strijd. Fragmenten van deze teksten zijn terug te vinden op de foto's. Het was een heel persoonlijke verhaal over de roots van mijn gastvrouw en ik was erdoor geraakt. 
Toen ik weer verder op pad ging, met het idee dat ik nog naar de zandduinen aan de overkant van de baai zou rijden, bleef een van de prints maar in mijn gedachten. En na een middag rondrijden besloot ik dat ik die print wilde kopen. Zo gezegd zo gedaan. Gelukkig had ze er een thuis liggen die ik gelijk kon meekrijgen, want anders was het vrij lastig en kostbaar om het met de post te versturen. Nu kan ik het meenemen in een koker. Het is me erg dierbaar! Een hele mooie herinnering aan NZ.

Rond 6 uur zou de wandeling met Footprints Waipaoura door het Kauribos beginnen. Ik bleek met nog 1andere Nederlandse vrouw (Ria uit Schagen) deze wandeling te maken. Onze Moari gids, een heel lieve vrouw, nam ons mee op pad in de schemering. Om die tijd mogen er geen andere toeristen in het bos zijn, dus je staat eens niet tussen de hordes mensen. Op zich zou je de wandeling heel goed zelf kunnen doen, en honderden toeristen doen dat dan ook overdag. Maar om het met Maori te doen is toch een heel andere belevenis. Net als bij andere activiteiten vorig jaar werd ook hier eerst een gebed uitgesproken voor bescherming in het bos. Later begroetten we een van de enorme Kauri-bomen met een hongi: met de neus tegen de boom. Dat wil zeggen: ik wens je adem en leven toe.


Onderweg naar de oudste boom van het bos (The father of the forest genaamd: Te Matua Ngahere ) zong ze liedjes over de bomen en aangekomen bij de boom stelde ze ons aan de boom voor en heette ze ons welkom namens het bos.  Er wordt tijd genomen om te reflecteren op het leven en aan de voorouders te denken.  Die rust en bezinning vind ik heel mooi en ook het besef dat de natuur kostbaar is en ons respect verdient.  Deze boom was de oudste van het woud: 3500 jaar! Dit hebben ze met koolstofdatering bepaald met  behulp van  een stuk van de boom die er na een storm af  was  gevallen. De bomen zijn beschermd. Nog maar 2 procent van het oorspronkelijke Kauribos is overgebleven nadat de pioniers als een idioot aan het hakken waren gegaan. Nu proberen ze zoveel mogelijk zaailingen te beschermen en te planten. Maar zulke reuzen worden het pas na honderden jaren.
Later zijn we ook nog naar de allergrootste boom uit het bos gegaan. Maar toen was het al te donker om een foto te maken. Dus waarschijnlijk maak ik morgen nog een omweggetje om er als een echte toerist toch een foto van te maken.

donderdag 17 maart 2016

Paradijsje



Na een vroeg ontbijt vertrok ik uit Auckland. Van de stad heb ik weinig gezien, behalve de grote doorgaande wegen en met name Dominion Road waar de vele eethuisjes zaten. Het werd uiteindelijk een Chicken Madras bij een klein Indiaas eethuisje. Lekker met raita en naanbrood. 
De reis verliep op zich goed, maar het lijkt wel of ze in het hele land met roadworks bezig zijn, zodat je aldoor terug naar 50 km/uur moet en soms zelf 30 km. Dat schiet natuurlijk niet echt op.
Het landschap hier is heel anders dan het Zuidereiland. Veel groener. Het gras in de bermen heeft bijna een onwaarschijnlijke, haast fluoriserende, kleur groen. Het zal wel te maken hebben met het licht van de najaarszon. Het landschap is sterk glooiend.




Halverwege de rit kwam ik het Kauri museum tegen. Dus even een tussenstop gemaakt want morgen ga ik op een tripje met een Maori naar de Kauri-bossen. Daar staan deze enorme reuzen, waarvan de oudste die er nog staat 2000 jaar oud is! Morgen zal ik er een plaatje van schieten.
In het museum was van alles te zien over hoe men hier als pioniers deze bomen met bossen tegelijk omzaagde. Het leverde namelijk enorme grote planken op van geweldige kwaliteit, die o.a. werden gebruikt voor de scheepsbouw, bruggenbouw, maar ook voor meubilair e.d. Deze enorme bomen werden geveld en met soms wel 20 ossen naar de waterkant vervoerd. Via het water werd de boom naar de zagerij vervoerd. Daarvoor bouwde men dammen in de rivier en als er genoeg bomen klaar lagen werd als het ware de stop eruit getrokken zodat de stammen met het water mee naar beneden werden afgevoerd.
Ik dacht altijd dat het hardhout was maar dat is dus helemaal niet zo. Het was juist heel gemakkelijk door te zagen omdat het zo'n goede structuur heeft zonder knoesten van takken e.d. (De takken beginnen pas ongeveer op 27 meter hoogte). 
De collectie van het museum bestaat uit vrijwel allemaal giften. Dat kan variëren van grote planken van de bomen, meubels van dit hout, een enorme collectie van gomstenen (Nieuw Zeelands Amber), werktuigen, inboedels van huizen en ga zo maar door. Er staat echt voor miljoenen. Alleen al de gomstenen zijn een paar miljoen waard. 

Na een uurtje ben ik weer verder gereden. Toen kwam ik in het Waipoua Kauri Forest terecht. Dat was 24 km (!) achter elkaar scherpe bochtjes rijden. Echt heel vermoeiend want je moet enorm opletten. De wegen zijn smal en de bochten heel krap. Maar na afloop kreeg je dan een mooi uitzicht op zee!
En daar ben ik dan nu beland. Op dit moment gaat de zon zo langzamerhand onder. Het was een warme dat (27 graden). Mijn B&B in Omapere is echt prachtig! Het is een ruime studio, van alle gemakken voorzien en uitkijkend op de baai. Wat een paradijsje. Natuurlijk heb ik even langs de waterkant gelopen en wat foto's gemaakt.



In de studio zelf hangen ook prachtige foto's, gemaakt door mijn gastvrouw Heather Randerson. Zij was zelf niet aanwezig om mij te ontvangen omdat ze naar de opening van haar expositie was. Ik denk dat ik daar morgen ga kijken, want het zijn echt mooie landschapsfoto's. Toen ik op haar naam googlede ontdekte ik dat ze ook een bekendheid is van tv. Ze speelde Christine in de Nieuw Zeelandse soap Close to Home. Ben benieuwd.

woensdag 16 maart 2016

Vaarwel Zuidereiland, Hallo Auckland!

Vandaag de grote overgang van Zuid naar Noord.
Op een regenachtige morgen ging ik op weg naar Blenheim om daar het vliegtuig naar het Noordereiland te pakken. Een voorspoedige reis naar een klein vliegveld. Slechts 1 grote hal vanwaaruit je vertrekt (met wel 3 gates, maar dat zijn feitelijk 3 deuren naar buiten waar je over het vliegveld loopt naar het vliegtuig. Er staat een klein vliegtuig klaar die mij in zo' uurtje naar Auckland zal vliegen. Net genoeg voor een kopje thee met een koekje en je gaat alweer landen!


En in Auckland was het maar liefst 26 graden.Wat een verschil!
Eerst maar mijn auto ophalen: een nog grotere dan de vorige: een Toyota Highlander! Deze keer wit. Weer even wennen aan hoe groot deze is. Toch zitten er wat minder toeters en bellen aan dan de vorige. Dat scheelt een hoop knopjes uitzetten.
Met mijn vooruitziende blik had ik al op vliegveld Blenheim wat onderzoek gedaan via Google Maps hoe ik bij mijn B&B midden in Auckland moest komen. Ik had het op papier uitgeschreven: De nummers van de straten enz. En dat bleek goed te werken want de hoofdwegen worden aangegeven met die nummers. Ik kwam dus vrij gemakkelijk aan op mijn adres, ondanks dat het spitsuur was (half 5). Nou morgen weer de stad uit zien te komen, zonder op de tolweg te belanden. Want die wil ik vermijden. Dat betekent wel omrijden, maar we hebben alle tijd van de wereld.


(Als je de foto goed bekijkt zie je dat ik weer naast precies zo'n zelfde auto sta geparkeerd. Hoe is het mogelijk! Dus hopelijk pak ik morgen de goeie, zonder kwaaie Chinees).

Zo, ik ga maar eens op zoek naar een restaurantje. Gisteren heerlijk pasta gegeten bij Passionate in Kaikoura. Die wist ik nog van de vorige keer, dat ik daar zo lekker had gegeten. En nu dus ook weer.
Als ik de map met restaurantsuggesties hier bekijk zijn er veel Indiase en Thaise restaurants in de buurt. Dus laten we maar onze neus de weg laten wijzen...

dinsdag 15 maart 2016

Yes, yes, yes!!!


Yes: het ging door, het was heel rustig weer en yes: er was een wetsuit waar ik in paste. (Weer uit de men's department, dus niet zo mooi gestroomlijnd als de damespakken, maar dat mocht de pret niet drukken!) Tijdens het zwemmen had ik ook nog een cap over mijn hoofd en uiteraard mijn snorkel voor mijn snufferd. 
Het was allemaal heel goed georganiseerd. Rond half 9 moesten we ons melden, vervolgens gingen in kleine groepjes naar de wetsuitruimte. Daar vertelden ze welke onderdelen je allemaal zou krijgen en waar je op moest letten. Aangezien ik mijn eigen snorkel had kreeg ik nog het pak, de jas, de cap en de flippers. Als zo'n groepje klaar was met omkleden (keurige dames- en herenkleedkamers aanwezig) kregen we een filmpje te zien over de organisatie en de nodige tips over hoe om te gaan met de dolfijnen. Uitgangspunt is dat wij te gast zijn in hun territorium, dus zij moeten naar ons komen, raak ze niet aan , en er is geen garantie dat ze naar je toe komen.  Vervolgens gingen we allemaal in de bus naar de werf waar de boten lagen. In totaal 3 stuks voor zo'n 75 bezoekers. Niet iedereen gaat zwemmen, sommige gaan alleen mee als toeschouwer. Na ongeveer een half uur varen waren we op een plek waar veel Dusky dolfijnen zwommen. We kregen nog een korte instructie over het snorkelen, over de gebaren voor HELP ME en ALLES OK, en moesten vervolgens wachten op het geluid van de hoorn. Dan mochten we het water in. 

Er was verteld dat je de dolfijnen voor je kon interesseren door naar beneden te duiken, of met ze mee te bewegen als ze om je heen cirkelen. Ook geluiden maken (bijvoorbeeld een liedje) trekt ze aan. En als het ze niet aantrekt hebben de toeschouwers in elk geval ook iets om over te lachen.



Er waren wel een paar honderd dolfijnen! Eerst de stap het water in maken, vervolgens weer even wennen aan dat enge gevoel dat je geen adem krijgt... Ik moest mezelf toch weer even overwinnen. Maar dankzij de lessen van Mirjam (thanks!) ging het al gauw goed en zwom ik richting de dolfijnen.    En dan is het echt een ongelofelijk avontuur! Ineens schieten er een paar onder je langs, dan zit er een vlak naast je die eens om je heen cirkelt. Het mee ronddraaien werkte inderdaad want  dan bleef zo'n dolfijn nog even met je spelen en je verkennen. Soms zwom er een hele grote groepje om je heen, naast en onder je, waaronder moeders met jongen. 
Als de hoorn weer klonk moest je terugzwemmen  naar  de boot en aan boord gaan. Dan gingen we verplaatsen omdat de dolfijnen verdergegaan waren.
In totaal zijn we 4 keer met de boot verplaatst en weer gaan zwemmen. Het water was fris, maar de wetsuit hield je goed warm. En aan boord zat je in de zon. Echt een superdag! Na de laatste keer zwemmen was er nog gelegenheid om te fotograferen. Er kwamen steeds meer dolfijnen en ze maakten mooie sprongen uit het water.

Op de terugweg zagen ook nog een bultrug (walvis). Maar hij kwam nauwelijks boven het wateroppervlak en inmiddels was ik een beetje zeeziek geworden, dus ik heb er geen foto van gemaakt. Na nog een half uurtje varen waren we weer aan wal, werden teruggebracht met de bus in konden nog douchen op de startlocatie. Alles prima verzorgd dus!
Ik was van plan om daar ook te lunchen, maar vanwege de misselijkheid heb ik er maar even mee gewacht en ben ik terug gaan naar de B&B om nog even een wasje te doen. Nadat die klaar was ben ik alsnog  gaan lunchen en nog naar een locatie gegaan waar jonge zeehonden waren.

Tot slot nog een filmpje van Kaikoura Dolphin Encounter voor een beeld van hoe het was:
(overigens met veel Chinezen in het filmpje, maar die heb ik vandaag nou eindelijk eens NIET gezien!)

 




maandag 14 maart 2016

De spanning wordt opgebouwd...

Gisteravond gelukkig een veel gezelliger avond gehad als de vorige. Deze keer was ik de enige gast die ook diner had geboekt. (Er was nog een jong stel dat ergens anders at). Dus vroeg gastvrouw Christine of ik er bezwaar tegen had om samen met haar en haar man te eten. Kijk, dat was een stuk leuker. En ook veel meer ontspannen. Hoewel ik deze keer mijn mooiste truitje had aangetrokken (dank Marieke!) was er dit keer geen opsmuk, ook niet van de gastvrouw zelf. In een gezellige sfeer aten we een lekker 3-gangen menu (wederom een kipsalade op een bedje van tomaatjes, als hoofdgerecht heerlijke stukjes lam, ruim voorzien van groenten en toe pruimenijs en stoofpeer). We hebben het over van alles gehad, zoals familie, wonen in NZ  ver van familie vandaan (zij is Engels, hij is Zwitsers), werkgelegenheid in Nieuw Zeeland enz. 
Toen ik vanochtend vertrok had Robert zelfs een paar mini-mini-muffins voor me gebakken en mooi ingepakt! (Zelfs Christine was verrast door dit gebaar van haar man!)


Ik vertrok deze keer richting Kaikoura! Zou het deze keer dan toch doorgaan: zwemmen met de dolfijnen? Vandaag is het prachtig weer, zo'n 22 graden onderweg en dichter bij de kust zo'n 18 graden. Ik zit nu in het zonnetje te schrijven aan deze blog. Morgen wordt het weer minder zonnig, mogelijk zelfs regen. Maar ik kan me niet voorstellen dat het niet doorgaat. Toch blijft het spannend! 
Gaat het door, zijn de dolfijnen er, zou ik in de wetsuit passen, gaat het snorkelen goed...

Over de rit van vandaag heb ik eigenlijk niet zoveel te vertellen. Ik heb rustig mijn tijd genomen, een korte stop aan de kust en kwam laat in de middag aan. Wel grappig: mijn B&B Bendamore ligt 2 huizen verder dan de Lemon Tree Lodge waar ik vorig jaar zat. Dus de kortste weg naar het dorp weet ik al en waar de eettentjes zitten. Vanavond maar niet al te zwaar tafelen, want ik ga morgen weer varen...







zondag 13 maart 2016

Out of place...

Nou, dat diner dat was me wat....
Mijn gastvrouw had aangegeven dat we om 7 in de loungeruimte zouden verzamelen voor het diner.
Nietsvermoedend stap ik de ruimte binnen, zitten daar de andere 4 gasten waarover ze me al had verteld. Helemaal dressed up! Een vrouw had een goudkleurige lange jurk aan. De stof leek wel op van dat bubbeltjesplastic en zat als een soort tuinslang om haar lichaam. De andere dame was wat minder uitbundig gekleed, maar wel heel verzorgd en met de nodige sieraden en glimmende schoentjes. De heren keurig in glad gestreken blouses, (gelukkig geen colbertje er op), en glanzend gepoetste schoenen.
Ook de gastvrouw had een mooie jurk aangetrokken.
En daar zat ik dan: outdoorbroek en simpel t-shirt, plastic oorbellen, nog net niet mijn wandelschoenen aan maar wel een paar Teva-sandalen...... Het liefst rende ik terug naar mijn kamer om wat anders aan te trekken, maar ik had eigenlijk niet veel beters bij me...  Ik voelde me totaal niet op mijn plek. De heren waren van die kostschooljongens en de dames converseerden over wat ze allemaal wel niet aan wetenschappelijk nieuws hadden gelezen....

Na een glas wijn werden we uitgenodigd om aan tafel te gaan. Bij alle andere B&B's schoven we dan samen aan tafel, maar hier was het als in een restaurant: het groepje van 4 dat met elkaar reisde aan een tafel en ik alleen aan een andere tafel.  Dit is nog erger als alleen in een gewoon restaurant eten met veel andere gasten! Zit je daar in je eentje terwijl de andere 4 gezellig aan het kletsen zijn ( nou ja, over plastische chirurgie en andere doktersbezoeken). Je voelt je echt teveel, en probeert te doen alsof je niet meeluistert. Maar dat is natuurlijk onvermijdelijk.
Inmiddels kwam de eerste gang op tafel: stukjes heel dun gesneden kipfilet op een bedje van venkel. (ongeveer 3 hapjes). Daarna volgde een gang met net zo dun gesneden venison (hertenvlees) wederom op een bedje, ditmaal van rode kool en daarnaast 5 blokjes biet van 1 bij 1 cm. ....
Na dit gerecht kwam de gastvrouw aan mijn tafel en zei dat , hoewel het niet gebruikelijk was, ik best mijn iPad er bij mocht pakken. Kennelijk voelde ze ook wel aan dat het heel ongezellig voor mij was. Maar ik zei dat ik de kok niet wilde beledigen en al mijn aandacht bij het eten wilde hebben. (Wat een nonsens he?).
Het hoofdgerecht was een stuk steak op heel dunne schijfjes aardappel en heerlijk jus. Daarbij cichorei, courgette met knoflook, boontjes met gegrilde paprika, een stukje spinazietaart en een gevuld minipaprikaatje met couscous. Alles in miniporties, maar wel heel lekker.
Toe nog rode bessen ijs en kruisbessenmousse. En toen was de kwelling voorbij...

Na afloop werd iedereen weer in de lounge verwacht om nog wat te converseren. Gelukkig werd het toen eindelijk wat gezelliger. Ik vertelde waar ik was geweest, kreeg tips waar ik nog naar toe zou moeten gaan en er ontstond nog een discussie over hoe misdadigers gestraft worden. Je ziet, het kan alle kanten op gaan...


Nou, genoeg over gisteren.  Vandaag ben ik eerst naar een soort open Monumentendag gegaan waarover wat in de krant had gestaan. Volgens de gastvrouw was het een unieke kans om eens een homestead (hoeve) van binnen te zien. Na eerst de verkeerde kant te zijn opgereden kwam ik uiteindelijk bij de eerste van de 3 die ik zou gaan bekijken Gunyah, een hoeve uit 1912, gebouwd voor de zoon van de premier. Het is gebouwd in de Arts & Crafts stijl. De huidige (Italiaanse) eigenaresse gaf een rondleiding en vertelde dat de aardbeving van 5 jaar geleden grote schade had aangericht, maar dat alles nu was hersteld. De rondleiding duurde zo lang dat het inmiddels al half twee was en ik wilde ook nog een stuk van Arthur's Pass rijden, want dat schijnt zo mooi te zijn. Dus de andere homesteads maar gelaten voor wat het was en op pad naar het Westen. De bergen weer in. Maar op een of  andere manier had ik het niet zo naar mijn zin vandaag. Dus na een uurtje weer omgekeerd en langs een binnenweg (gravel) terug gereden. Wel weer met mooie uitzichten!



Bijna weer terug bij mijn B&B ben ik nog even doorgereden naar de Rakaia River Gorge. In die enorme rivierbedding nog een foto gemaakt van een steenmannetje in het water. En toen terug om dit verhaal te schrijven. Tot morgen!


zaterdag 12 maart 2016

Op zoek naar nowhere.

Een reisdag naar Windwistle (uurtje van Chistchurch af).

Voordat ik uit Lake Tekapo vertrok ging ik eerst nog langs de Church of the Good Shepherd, een heel klein kerkje dat aan de rand van het meer staat. Volgens Jennifer was het het meest gefotografeerde kerkje ter wereld. Ik kan eigenlijk niet begrijpen waarom want het is een simpel, klein stenen kerkje, zonder poespas en een zeer sobere inrichting. Alleen staat de preekstoel wel voor een raam dat uitkijkt over het meer. Natuurlijk had ik voor ' Chinezentijd' moeten gaan, want ook hier weer een buslading Chinezen die het hele kerkje bezetten met hun aanwezigheid. In plaats van het kerkje te fotograferen heb ik maar eens een foto van wat Chinezen genomen. 

 

In gedachten liep ik terug naar de auto, klikte op mijn automatische deuropener, zag geen lichtje knipperen, maar de deur was wel open. Onbewust realiseerde ik me misschien dat het niet helemaal klopte, maar ik kroop achter het stuur en schrok me kapot! Bleek er een boze Chinees op de achterbank te liggen, die me begon uit te schelden. In een fractie van een seconde zag ik allemaal onbekende dingen in de auto liggen en ik realiseerde me dat ik in de verkeerde auto was gestapt! Ik me natuurlijk duizendmaal verontschuldigen (excluse me, solly, got the wlong car!) en ik kon er niets aan doen, maar ik stapte gierend van de lach uit de auto. Bleek mijn auto er naast te staan, precies dezelfde. Gauw ingestapt en weggereden, voordat de boze Chinees zijn auto uit zou komen....

Het is aan een kant ook wel grappig om die Chinezen te observeren. Ze hebben echt een soort dresscode voor hoe je in Nieuw Zeeland op reis hoort te gaan. De jongeren dragen de mooiste outdoorkleding of juist hele hippe geklede jassen met een mooi jurkje en natuurlijk een bijbehorende muts/hoed en zonnebril.

De ouderen gaan vaak in wollen truien gekleed met een soort vissersvestje er overheen en een hoedje op. Standaard bij deze uitrusting hoort de selfiestick. Ze gaan op de meest gevaarlijke plekken staan of over enge randen hangen om de selfie van hun leven te maken.   

De rit naar Windwhistle zou maar een uurtje of 2 duren, dus ik had alle gelegenheid om een omweggetje te maken. Jennifer had met een weggetje gewezen op de kaart naar Erehwon (een filmlocatie uit Lord of the Rings). Voor de oplettende lezer: Erehwon >  nowherE. Dus op zoek naar nergens. Het was een prachtige rit door een ruig en open landschap richting de Zuidelijke Alpen.


Wat een fantastisch licht op al dat wuivende gras. De bergen lijken wel met goudstof te zijn bepoederd, zo mooi kleurt het gras in de zon. Helaas krijg ik die sfeer niet goed op de foto, maar geloof me, het is haast te mooi om waar te zijn.



Uiteindelijk toch maar teruggereden om de weg naar Windwhistle te vervolgen. Daar verblijf ik op een golfterrein, tussen hole 3 en hole 5 om precies te zijn. De gastheer Robert Koller is een prijswinnende kok, en de gasten worden voorzien van een diner van zijn hand. Dus ik ben benieuwd! Wordt vervolgd!

vrijdag 11 maart 2016

On top of the world

Misschien een beetje overdreven titel, maar als je boven op Mount John staat bij het observatorium, dan voelt het wel alsof je helemaal boven bent. Gisteravond gingen we met een busje naar boven. Van tevoren hadden we dikke jassen meegekregen want boven was het koud en er waaide een wind met een snelheid van 50 km per uur. Ook kregen we een soort zaklantaarntje met rood licht mee, want bij het observatorium mag absoluut geen wit licht gebruikt worden. Dat zou je zicht in het donker namelijk bemoeilijken. Het duurt dan een kwartier voor je ogen weer aan het donker zijn gewend. Dus ook geen flitser gebruiken uiteraard. Ik had mijn fototoestel wel mee, maar durfde de gok niet te nemen dat ik de flitser niet goed uit had gezet. Er is nog wel een foto van de groep gemaakt door Earth and Sky, die later op Flickr zal staan.
(En hier is 'ie dan. Ik ben de vierde van links:)



Ik heb het Zuiderkruis gezien, waarop de zeelui navigeren als ze op het zuidelijk halfrond zijn. Gewoon met het blote oog. Grappig weetje: de Moari's navigeerden niet op de sterren maar juist op de donkere plekken in de Milkyway. De gidsen wezen ons allerlei sterrenbeelden aan met een laserpen. Dat maakte het wel wat makkelijker. Ik kan nu ook Orion herkennen.
Later mochten we in een koepel door een grote telescoop kijken naar  de wolken van Magellan. Dit zijn twee dwerg sterrenstelsels. Daarin is een soort wolk (Tarantula Nebula) waar nieuwe sterren worden geboren. Het is ongelofelijk om te beseffen dat je vele lichtjaren ver aan het terugkijken bent en dat je een kijkje heb in andere sterrenstelsels als die waarin je zelf leeft! Al met al was het een leerzaam bezoek dat je weer je nietigheid in deze ruimte doet beseffen. Rond middernacht waren we weer terug in het dorp. Omdat het observatorium zo mooi hoog ligt ben ik vandaag overdag nog een keer terug gegaan om de omgeving van  zo hoog eens goed te bekijken.


(ik heb voor het eerst de Panorama-optie van de IPad gebruikt)



Eerder vanochtend ben ik naar Mount Cook gereden. Ook weer zo'n prachtige rit! Het was eerst erg fris (9 graden) en tot een uur of 1 bleef het koel (zo'n 13 graden). Wat een verschil met gisteren! Maar wel weer heel helder weer. 



Eenmaal aangekomen bij deze berg heb ik een korte wandeling gemaakt, die niet al te zwaar was. Heerlijk, zo in die grootse natuur!


Zo, en nu op naar MacKenzie's restaurant om te gaan steengrillen!  

donderdag 10 maart 2016

On the road again

Een lange rit vandaag (nou ja, 350 km) naar Lake Tekapo. Dat ligt zo'n beetje midden in het Zuidereiland. Ik vertrok met stromende regen, maar na een km of 60 begon het op te klaren.
Mijn eerste doel was vandaag het strand met de Moeraki Boulders, enorme ronde stenen op het strand. Geen idee hoe ze echt zijn ontstaan, maar in de verhalen zijn het calebassen waarin water werd vervoerd en kleine aardappelen. Deze waren aangespoeld nadat een grote kano Araiteuru van de goden was te pletter gelopen op de kust. In elk geval is het een mooi plaatje, maar het is bijna onmogelijk om ze zonder andere toeristen op de foto te krijgen. Uiteraard was er net weer een busladingen Chinezen aangekomen en die hebben werkelijk geen enkel ontzag voor dit soort plekken.  Ze klimmen gewoon op de bolders om met de armen wijd gefotografeerd te worden. Het vergt enig geduld en je kunt ook niet de mooiste hoek kiezen, maar het is dan uiteindelijk toch gelukt: een foto zonder toerist.



Ondertussen was het een aangename 22 graden en hoe verder ik reed hoe warmer het werd. Van de kust ging het weer landinwaarts, richting de bergen. Ik moet zeggen dat ik dit toch wel een heel mooi stuk van Nieuw Zeeland vind: grote open ruimtes tussen de bergen, meestal mee meanderend met een rivier en grote meren. En de kleur van het water is niet te beschrijven, zo prachtig blauw! Er stond een keiharde wind. Toen ik in een dorpje wilde uitstappen kreeg ik mijn deur niet eens open omdat de wind er pal op stond. Auto dus een beetje anders geparkeerd en ik kon er weer uit.
Van lieverlee komt Mount Cook steeds dichterbij. Echt een mooie top. Misschien ga ik er morgen heen. Ik heb nog geen vaste plannen. 
Rond een uur of 5 was ik in Lake Tekapo alwaar me een mooie B&B wachtte. Inmiddels was het 26 graden! Ik werd hartelijk welkom geheten door Stephanie, die me vertelde dat ik in plaats van de kleine kamer een mooie grote kamer had gekregen. Het was me niet helemaal duidelijk waarom, maar mij hoor je niet mopperen. 
Er was nog een Engelse gast, David, waarmee ik even heb gekletst en een Nederlands stel die ik nog niet heb gezien. Morgen ben ik de enige gast.
Eerst op zoek gegaan naar een hapje te eten. Een eenvoudige spagetti Bolognese ging er prima in. En nu even schrijven aan deze blog. Om 9 uur vanavond ga ik naar de bergen met Earth & Sky tours  om naar de sterren te kijken. Het is nu nog een klaarheldere lucht, dus hopelijk rond de tijd dat het donker wordt ook nog.


woensdag 9 maart 2016

Dagje Dunedin

Vanochtend eerst rustig ontbeten en een wasje gedaan (je kunt je onderbroeken niet blijven omkeren tenslotte...). En daarna de blog over gisteren geschreven. Want toen was ik zo laat thuis, dat ik er geen zin meer in had. Vandaag weer vol frisse moed verder. De zon scheen al en het is een prachtige dag geworden.

Na al die beestenboel van afgelopen dagen was het tijd voor een uitstapje naar een stad: Dunedin.
De 5e stad van Nieuw Zeeland met 123.000 inwoners. Maar in lang vervlogen tijden was het de grootste stad van Nieuw Zeeland (zo rond 1860 60.000 inwoners). Binnen de Schotse Presbyteriaanse kerk was een groep die terug wilde naar 'vroomheid, rechtschapenheid en vlijt'. En dat hoopten ze in Nieuw Zeeland te kunnen stichten in een nieuwe stad. De plattegrond voor de stad hadden ze alvast gemaakt, naar model van Edingburgh. Maar dat bleek in de praktijk niet helemaal te kloppen dus werd het wat aangepast en veranderde men ook de naam Edingburg in de Gealic versie daarvan: Dunedin.
De stad speelde later een grote rol bij de handel en bevoorrading van de gouddelvers in het achterland van Otago en was heel voorspoedig. Toen dit later terugliep ging het ook wat minder met de stad, maar ze hebben zich opnieuw uitgevonden door een vooraanstaande universiteitsstad te worden waarop ze heel trots zijn. Tijdens een tour door stad kwamen we ook door het deel van de universiteit en de studentenstad. Hieronder een plaatje van een van de universiteitsgebouwen, vlak bij de botanische tuinen.

Wie goed oplet ziet dat de boom links een beuk is. Voor ons niets bijzonders maar voor de kiwi's die meededen aan de excursie was het een heel bijzondere boom, vooral de zilvergrijze gladde bast. Die stond hier natuurlijk vanwege de botanische tuin. 

In de stad zelf heb ik een route gelopen met muurschilderingen (Streetart). Erg leuk, soms een beetje speuren want ze zijn niet altijd direct zichtbaar. Soms moet je een steegje in kijken. Het deed me denken aan de striproute die ik met mijn zussen in Brussel heb gelopen.
Van 1 artiest vond ik de schilderingen vooral erg mooi. Hieronder een plaatje:


En ook het volgende vond ik erg leuk:


En toen vond ik het wel weer genoeg, dat gehaaste stadsleven. Lekker weer een ritje langs de kust terug naar Portobello. Nu nog een plekje zoeken om te eten...

dinsdag 8 maart 2016

Beestenboel

De hele nacht stormde en regende het aan een stuk door. Windkracht 6 beukte tegen het huis en de kust. Ik begon me een beetje zorgen te maken over de boottocht van morgen. Ooit ben ik op de boot van mijn zus en zwager de hele dag zeeziek geweest, en dan kun je echt niet genieten van al het moois om je heen! Mijn eerste vraag de volgende ochtend aan Jenny, de gastvrouw, was waar ik pilletjes tegen zeeziekte kon krijgen. Dat bleek een dorp verderop te zijn, zo'n kwartiertje rijden langs de bochtige kust. Dus na een goed ontbijt ging ik op weg. Het waaide nog steeds hard, maar inmiddels was het wel droog en begon zelfs de zon er voorzichtig door te komen. De pilletjes hadden de mooie naam Sea-Legs. ' Graag een uurtje voor de reis innemen, dan heb je geen centje pijn' , aldus de pharmacist. 
Tot 2 uur had ik de tijd aan mezelf dus reed ik naar Allans Beach. Nietsvermoedend stapte ik het strand op en daar lag meteen al een enorme zeeleeuw te doezelen! Wauw!  Verder heerlijk langs het water gelopen waar de golven met donderend geluid op het strand rolden. Niets is zo ontspannend als het geluid van de zee, vind ik. En het kijken naar de golven. Een uurtje later reed ik terug richting dorp via een binnenweggetje. Ook hier weer allemaal nauwe gravelroads, en deze keer kwam ik in de bocht een grote vrachtwagen met trailer vol met schapen tegen in een bocht. Achteruit terugrijden dus naar een wat ruimer plekje. Voor mijn gevoel moest ik heel ver terug, maar de chauffeur gebaarde mij op een gegeven moment dat hij er wel langs kon. In mijn beleving was dat onmogelijk, maar het lukte   toch. 
Terug in Portobello ging ik lunchen. Ik nam maar iets lichts, want je kon nooit weten of ik zeeziek zou worden... Gelijk even het pilletje ingenomen en maar hopen dat ik sea-Legs had tegen de tijd dat ik op de boot zou stappen.
Ik werd opgepikt door een busje van Monarch Wildlife Cruises. De chauffeur reed me eerst een stukje rond over het schiereiland. Toevallig langs dezelfde weg naar Alans Beach die ik vanochtend had genomen, maar dat mocht de pret niet drukken want hij vertelde ondertussen van alles over het landschap (ontstaan door vulkaanuitbarstingen) en wees me op vogels die in de weilanden en langs de kust te zien waren. Hij had jarenlang natuurdocumentaires gemaakt voor o.a. Discovery en National Geographic, dus hij wist er veel van en gaf af een toe tips over hoe je een mooi plaatje kon maken. Na dat ritje werd ik afgezet bij een boot van Monarch waarmee we een tocht van een uur rond de kop van het schiereiland, Taoiaroa Head, gingen maken. Door de gunstige winderige omstandigheden was het ideaal weer om de Royall Albatross te zien vliegen die daar nestelen. Rond deze tijd van het jaar zijn de jongen een week of 6 oud en laten de ouders de kuikens achter om voedsel te gaan vergaren. 
De spanwijdte van de vleugels is 3 meter! Het zijn echt enorme vogels en ze laten zich prachtig door de wind meevoeren. Hun vleugels bestaan uit drie segementen die ze ' op slot' kunnen zetten tijdens het vliegen zodat het ze weinig energie kost om mee te glijden op de wind. Ik heb er heel veel foto's  van gemaakt maar op 1 ervan staat hij echt breeduit (nadeel: je kunt hem met niets vergelijken, dus je ziet niet hoe enorm groot hij is):



Het zoeken naar een partner, nestelen en grootbrengen van een kuiken kost een heel jaar. Daarna gaan de vogels weer voor een jaar naar zee om bij te komen. Als ze weer terugkomen zoeken ze hun partner weer op een beginnen van voren af aan.

Ondertussen zagen we Hectordolfijnen die onze boot volgden. Ze speelden met een groep rond en voor de boot uit. Zo leuk! Onderaan de klif lagen ook nog heel veel zeehonden op de rotsen. Vooral ook veel jongen. De ouders zijn op zee voedsel te vergaren en laten de jongen achter op de rotsen. Daar zijn vaak kleine waterpoeltjes waar ze in leren zwemmen.



Ik bleek ondertussen sea-legs te hebben ontwikkeld, dus inderdaad geen laat van zeeziekte! En er is zoveel moois dat je afleid, dat je bijna vergeet dat je zeeziek zou kunnen worden.
Na de boottocht werd ik opgepikt door een busje van Elmtours. Die bracht ons eerst naar het albatroscentrum alwaar ik al mijn kennis over dat albatros heb opgedaan. Vervolgens konden we vanuit een schuilhut op de klif de nesten zien van de albatrossen en ook van een bijzonder soort aalscholvers. Vervolgens een lange tocht over gravelwegen naar een afgelegen stuk kust dat eigendom van Elmtours is. Na een steile wandeling naar beneden vonden we op het strand een heleboel zeeleeuwen (allemaal mannetjes) die na een dagje rust aan het ontwaken waren. Ze waren heel actief en speelden met elkaar (dwz. bijten en duwen). Als je ziet hoe groot ze zijn en wat voor scherpe tanden ze hebben dan blijf je echt wel bij ze uit de buurt, hoe aaibaar ze ook lijken als ze op het strand liggen te suffen. Ze vallen zelfs haaien en reuzenoctopussen aan en schudden die dood . Ons was verteld altijd als groep bij elkaar te blijven en nooit te gaan rennen als ze op je af komend, want dan denken ze dat je met ze mee wil spelen in een nogal gewelddadig spelletje ' who ownes this beach'.

De zeeleeuwen liggen altijd op het zand, want ze zijn te zwaar om de rotsen op te klauteren. Het risico is te groot  dat ze hun flipper zouden breken. En dus liggen de furseals op de rotsen, want daar zijn ze veilig voor de zeeleeuwen.


Wat verder op het land waren ook nog een drietal geeloogpinguins. Deze zijn heel zelfzaam, en alleen. in Nieuw Zeeland te vinden. Op dit moment van het jaar zijn ze aan het ruien. De jongen zijn inmiddels zelfstandig en nu hebben ze tijd voor nieuwe veren. Eerst gaan ze nog uitgebreid hun buikje vol eten, want zodra ze aan het ruien zijn kunnen ze niet zwemmen en dus ook niet eten. Het ruien duurt ongeveer 2 weken. Op dat moment zijn ze dus ook heel makkelijk te fotograferen:


We klommen weer het steile pad naar  boven en vervolgens ging de groep weer aan de andere kant Nian de klif naar beneden om nog naar zeehonden te kijken. Dat heb ik maar even aan mij voorbij laten gaan want ik had ze al vanuit de boot gezien en had niet zo'n behoefte aan nog een steile klim terug. Overigens hebben mijn knieën zich goed gehouden, maar mijn conditie laat wel wat te wensen over!
Rond kwart over 9 was ik eindelijk weer terug in mijn B&B en de geweldige Jenny had Chili con carne voor me gemaakt omdat alle restaurants  (alle twee  om precies te zijn) rond deze tijd al dicht zijn. Dat was smullen na een prachtige dag vol mooie indrukken.