Gisteren op weg naar Raetihi zag ik een bord van een ‘ scenec route’ : The Forgotten World Highway. Dat maakt een mens nieuwsgierig.
Omdat mijn knie nog niet echt meewerkt aan wandelingen besloot ik een deel van die Highway te rijden. Niet in zijn geheel, want dan zou ik weer bijna terug zijn in New Plymouth. Maar een stukje ervan. Ik zou wel zien hoe ver ik kwam.
Voordat ik bij de weg aankwam reed ik eerst weer door dat wonderlijke stukje woest land met vooral veel flax planten en lage struiken. Van de flax worden de bladen gebruikt om te weven. De Maori’s maakten er manden en tasjes van. Maar ook ‘doodskisten’, in de vorm van grote manden.
De Forgotten World Highway bleek vanaf de kant waar ik hem reed vooral heuvelachtig en erg kronkelig. Overal op de steile groene hellingen lopen schapen met hun lammetjes, en zwarte koeien. Ik kwam ook nog een lamafarm tegen. In het wild lopen hier ook regelmatig geitjes rond en varkens. Je bent hier echt in het achterland. Erg afgelegen en een harde wereld om in te leven. Veel boeren hebben het hier ook niet volgehouden, las ik in de brochure.
Ik vond het een leuke route om te rijden omdat de uitzichten en de doorkijkjes erg mooi waren. Hier en daar was er een picknickplek, vaak bij historische plekken. Bijvoorbeeld op onderstaande plek, Herlihy’s Bluff.
De picknickplek staat direct na een stuk afkalvende hellingen van de bluffs (ik weet nog steeds niet precies wat dat betekent, ik denk iets van glooiend gebied). Je kunt hier goed in de hellingen zien dat het bestaat uit lagen grof zandsteen en fijn moddersteen. Dit ligt nu tot een hoogte van 1300 meter, maar miljoenen jaren geleden lag het onder zeeniveau. Hier ontstonden de verschillende lagen door landverschuivingen onder water. Het groffe zand bleef liggen en als het water weer tot rust kwam zette zich de modderlaag af. Hierin zijn nu veel fossielen te vinden. Toen het land hoger kwam te liggen ging het water door rivierbeddingen. Zo onstonden de bluffs.
Het land was voor de eerste bewoners slecht toegankelijk. Herlihy, een Ierse immigrant heeft zich sterk gemaakt om een weg door het gebied aan te leggen, de weg die we nu dus kennen al de Forgotten World Highway.
Het informatiebord ter plekke gaf nog veel meer informatie, bijvoorbeeld over afzettingen van explosies van Lake Taupo, in de vorm van puimsteen, en lagen van vulkanische modder van Mount Ruapehu.
Op een gegeven moment had je de mogelijkheid om af te buigen van deze highway, naar het plaatsje Ohura. Ik koos er met name voor om dat stukje te gaan rijden omdat volgens de kaart daar toiletten waren.
En dat was dan ook het enige dat daar was. Voor de rest leek het wel een spookstad met alleen maar leegstaande panden. Heel raar om doorheen te rijden. Mijn gastheer Ron vertelde later dat het een dorpje was dat vooral op de kolenmijnen draaide en dat sinds die gesloten waren er weinig van het plaatsje was overgebleven.
Vanaf dat punt besloot ik de route weer terug te gaan rijden in omgekeerde richting, want de tijd draaide inmiddels door.
Ik kon nog ergens een ander afslag nemen, naar Opatu.
Nieuwsgierig als ik ben koos ik daarvoor en uiteindelijk belandde ik op een grindweg die er eerst nog heel liefelijk uitzag maar uiteindelijk steeds smaller werd langs steeds steilere hellingen en met ook steeds meer landslides waar je je langs moest wurmen. Ik besloot daarom zodra er een beetje ruimte was om te keren om terug te rijden. Want ik moest er niet aan denken dat ik ergens vast zou lopen en dan achteruit over die smalle kronkelige weggetjes terug zou moeten rijden. Achteruitrijden is niet mijn sterkste kant….
Al met al een leuke en ook een beetje een spannende rit. Thuisgekomen werd ik verwelkomd met een lekker kop thee. Later op de avond ben ik nog een hamburger gaan eten in het plaatselijke eetcafe. Daarna lekker met de gaskachel hoog zitten schrijven aan deze blog.