zondag 29 maart 2015

Boomplantdag

Vandaag, 29 maart, stond mijn laatste vooraf geboekte excursie gepland.
Ik ga op pad met een Maori in het subtropisch regenwoud, waarbij hij van alles vertelt over de bomen en planten en wat de Moari daarmee doen.
Ik vertrok op tijd want het was een uur rijden naar de opstapplaats. De rit verliep heel voorspoedig waardoor ik al een half uur voor de afgesproken tijd op de ontmoetingsplaats was. Dat was een gewoon huisadres. Om de mensen daar niet op te zadelen met een veel te vroege gast reed ik nog even wat in de omgeving rond en zo'n 10 minuten voor de vertrektijd kwam ik opnieuw aan.
Ik reed de oprit op en zag toen op de deur een brief hangen waarop stond dat er een nieuwe opstapplaats was, zo'n 30 km verderop! Vaag herinnerde ik me ineens dat ik, toen ik 2 dagen in NZ was, een mailtje hierover had gehad van mijn reisagent. Stom, stom, stom, stom! Destijds dacht ik: o dat is pas helemaal aan het eind van mijn vakantie en had wel het mailtje bewaard, maar het niet aangetekend in mijn map met vouchers en routebeschrijvingen. Om het vervolgens dus helemaal te vergeten.

Ik baalde als een stekker: ik zou nooit in 10 minuten 30 km kunnen afleggen! Met de moed der wanhoop ging ik toch maar op weg, je weet maar nooit. Deze keer heb ik voor het eerst de snelheidslimiet overtreden! Maar uiteindelijk was ik om kwart over 9 op de nieuwe plek, terwijl om 9 uur de groep zou vertrekken. Dus mijn telefoon gepakt. Helaas kreeg ik een antwoordapparaat aan de lijn. Ik sprak een boodschap in dat het mij erg speet dat ik te laat was en dat ik eventueel graag morgen dan nog zou willen gaan.

Wat nu? De hele dag lag nog voor me. Omdat ik mijn telefoonnummer had ingesproken probeerde ik of mijn auto ook handsfree telefoon aan kon. Al draaiend aan knopjes hoorde ik ineens een auto naast me parkeren. Een ouder echtpaar stapte uit. Vrijwel gelijktijdig kwam een busje aanrijden van Te Ureweratreks! Niet alleen de startlocatie maar ook de vertrektijd was veranderd: half 10. Bleek ik dus ruim op tijd te zijn!
Wat een mazzel dat ik niet gelijk rechtsomkeert was gegaan!

We stapten over in het busje. Het echtpaar bleek Nederlands te zijn en uit Bussum te komen. Onze Moarigids was een jonge man genaamd Humi. Na een behoorlijk lange rit waren we eindelijk in het bos. Inmiddels was het weer omgeslagen van een grijze ochtend in een druipende ochtend. Nou ja, we gingen toch naar het regenwoud? We liepen een route, waarbij Humi ons het onderscheid bijbracht tussen de diverse native trees. Het verschil was vooral te zien aan de bast en hoe hoog een boom kan worden. Het zijn vrijwel allemaal bomen uit dezelfde familie van de coniferen. Maar die lijken niet allemaal op onze Hollandse coniferen. Elke soort werd weer voor andere dingen gebruikt. De een om mee te bouwen, de ander voor houtsnijwerk, een derde voor kano's. Een vierde had weinig gebruikswaarde voor wat betreft het hout, maar als je 'm uitholt kun je 'm gebruiken als een soort natuurlijke koelkast. De Maori's bewaarden daarin o.a. de vogels die zij vingen.
De verschillende soorten varens hebben ook allemaal een andere gebruikswaarde. De ene werkt heel goed waterafstotend als je die op je kleding bevestigde, de ander werkte als een antibacterieel middel als je de bladen kookt en weer een ander heeft wortels die verdovend werken, bijvoorbeeld bij kiespijn.
Verder vertelde Humi over de wijsheden die hij van zijn voorouders had geleerd. Echt heel interessant allemaal.

Na de wandeling in het bos vertrokken we naar een andere plek waar we bomen zouden gaan planten.   Ondertussen goot het ongelofelijk hard. Aangekomen bij de helling waarop wij bomen zouden planten moesten we heel stijl omhoog klauteren. Door alle regen besloeg mijn bril helemaal en stroomde het water in mijn ogen. Ik zag nauwelijks waar ik liep. Eindelijk waren we boven. Humi zei nog een soort Maori gebed op en we plantten in alle haast 6 boompjes. Humi noteerde de GPS coƶrdinaten en we gingen weer naar beneden. Al glibberend en glijdend zochten we onze weg naar beneden. Ik zag geen hand voor ogen en gleed op een gegeven moment uit en ging op mijn billen over de helling naar beneden. Dit was niet leuk meer!



Humi liet ons gauw in het busje stappen en bracht ons naar een camp waar we een lunch kregen aangeboden. Onder een tentdak. Humi maakte een vuur zodat we ons wat konden warmen, maar we waren tot op onze onderbroek nat, dus dat hielp niet veel. Als afsluiting van het geheel kregen we een soort oorkonde: E tipu, e toro, e tu (Groei, wordt langer, sta) was de wens in Maoritaal die was uitgesproken bij de boompjes. Dit staat vermeld op de oorkonde en een dankbetuiging voor het helpen herstellen van het regenwoud van Te Urewera en voor onze bijdrage aan het behoud van de natuurlijk omgeving: Kia ora mo o tautoko i te kaitiakitanga o te putaiao

2 opmerkingen:

  1. Wat een hilarische foto van jou op het paard! Maar wederom;chapeau!!! Je doet het dan toch maar weer!
    Wat is dat toch leuk he om al die mensen te ontmoeten en hun verhalen enz. Te horen. Bv van zo'n Japans stel.en hoe is het met je billen?! Ik zat nog te denken aan je wond van Zwitserland toen je die helling naar beneden gleed. En dan nog paardrijden! Au au au ...
    Als ik jou was zou ik alvast een presentatie maken die je kan tonen binnen een redelijke tijd , ha ha ha , want je raakt niet uitgepraat lijkt mij met al deze ervaringen!! Ik ben zo blij voor je dat je dit doet en er zo van geniet! Volgens mij kan je nog wel weer 5 weken eraan vast knopen! Geniet er nog even van!
    Liefs, Tineke

    BeantwoordenVerwijderen
  2. ik lijd ook met je (billen) mee! eerst paardrijden, en dan op je billen de helling af! Very wet, wet en nog eens wet al met al. Dus je hebt nu langzamerhand eelt op je gat..
    Maar ook mijn dank voor het helpen herstellen van het regenwoud, al zeg ik dat in een wat begrijpelijker taaltje! liefs, Narda

    BeantwoordenVerwijderen