woensdag 2 maart 2016

Stad van en voor avonturiers: Queenstown


De dag begon fris, zo rond de 7 graden om 8 uur, maar gedurende de dag liep het op tot een heerlijke
24 graden. Dat is even wat anders dan de 3 graden in Nederland toen ik vertrok!
Na een heerlijk ontbijt (een enorme omelet met groenten, yoghurt en muesli en ook nog  toast) vertrok ik naar het centrum van Queenstown, ongeveer 5 minuten lopen vanaf mijn B&B.
Queenstown ligt aan het prachtige Wakatipu meer. Om er wat meer over te weten te komen deed ik mee aan een free tour door een local. Gedurende ongeveer 2 uur leidde hij mij en nog 3 Amerikanen rond (Linda, Carol en Andrew). Een groot deel van de ' landelijke' geschiedenis was mij inmiddels al bekend, maar het leuke van zo'n tocht is dat je grappige weetjes te horen krijgt zoals volksverhalen over hoe het meer is ontstaan. (Het is een uitholling van een plek in het landschap waar een reus altijd in slaap viel.) 
De Maori's waren de eerste die zich rond de 12e eeuw hier in de regio vestigden, met name om op de enorme Moa's te jagen, loopvogels die wel 250 kg konden wegen. Om de vogels makkelijker te kunnen vangen zetten ze gewoon het bos in brand, dan kwamen ze snel genoeg te voorschijn. Helaas leidde dat tot het uitsterven van deze vogels en tot ontbossing van de bergen, waardoor de grond hier erg schraal werd. Omdat er weinig te eten was gingen de Moari's zelfs tot kannibalisme over en ontstonden er oorlogen tussen de stammen.
Rond 1847 kwamen de eerste Europese kolonisten aan nadat een landmeter een route had vrijgemaakt voor pioniers die op zoek waren naar land om hun schapen te laten grazen. Dat waren met name Schotten. In 1849 ontdekt een goudzoeker grote hoeveelheden goud in de Tuapeka River en dat is het startschot voor een enorme goldrush. Velen hebben hier hun fortuin gemaakt. Om de mensen van voorraden te voorzien en het goud naar Dunedin te vervoeren ging men per stoomboot over het meer. Zo'n boot uit 1912, de Earnslaw, vaart vandaag de dag nog steeds en daar kun je als toerist op mee varen. (Zie de foto).
De gids wist ons veel te vertellen en aan het eind van de rondleiding kregen we nog een lekker biertje te proeven.  Linda (die de buurvrouw van Carol was) had tijdens de hele tour lopen haken aan iets waarvan ik dacht dat het een pannenlap was, maar wat een doekje voor de afwas bleek te zijn. (Ze had een sweater met kangoeroezak aan waarin het bolletje katoen zat en al lopende haakte ze vrolijk
verder). Terwijl Andrew en ik het stoutbier opdronken was Linda het lapje aan het afhechten en vervolgens kreeg ik het van haar als kadootje aangeboden.  Kijk, dat zijn van die grappige kleine ontmoetingen tijdens je reis die je bijblijven.


Na een snelle lunch was het tijd om op zoek te gaan naar de bus waarmee ik naar de Shotover River gebracht zou worden om met een jet boat over de rivier te scheuren.  Queenstown staat bekend om de vele mogelijkheden om iets avontuurlijks te doen. Bungyjumpen, jetboats, op mountainbikes de bergen afscheuren, kayakken,  parasailen, raften, helicoptervluchten en ga zo maar door. Ook ik had mij dus laten verleiden in 1 van de vele I-Centre's in Town. De bustocht werd daar omschreven als een mooie 'scenic drive'.  De reisgids beschreef het als 'zondermeer spectaculair'. En inderdaad, de bergen van Otago zijn enorm indrukwekkend. Maar de weg naar de rivier toe (Skippers road) is een  gravelweg met tweerichtingsverkeer terwijl het net breed genoeg is voor 1 wagen. Dus soms moet je  achteruit terugrijden om een stukje te vinden waar je elkaar kunt passeren. Naast de bus dus een enorme gapende diepte. Doodeng. En dat ik me niet aanstel blijkt wel uit feit dat deze weg als derde wordt genoemd op een lijst van meest gevaarlijke wegen ter wereld!  (www.dangerousroads.org). Dat vertelde de chauffeur doodleuk terwijl hij een haakse bocht nam tussen twee rotsen door waardoor het leek alsof de weg ineens ophield en we de diepte in zouden storten!
In deze spannende omgeving zijn veel opnames gemaakt voor de Lord of the Ring. Met een beetje fantasie zie je de Orks over de hellingen rennen en zie je de poorten van Mount Doom.
Veel locals hebben als Orks gefigureerd. In de plaatselijke krant had gestaan: Wil je beroemd worden? Wil je acteren? Ben  je klein? Heb je een paard? Kom dan auditie doen.

De tocht met de jetboat was weer heel leuk. Je snapt niet dat zo'n boot over het water kan scheuren als dat maar 10 centimeter diep is. En dan ook nog rondjes van 360 graden om zijn eigen as kan maken. Met natuurlijk een grote waterfontein als gevolg, die je allemaal over je heen krijgt. Maar dat mag de pret niet drukken, zeker niet als het zo lekker warm is als vandaag.
Na nog weer een doodenge rit terug kwamen we rond vijven terug in Queenstown.
Gauw nog wat eten en toen weer naar huis om aan deze blog te gaan schrijven.
De foto hieronder is een foto van een foto, dus niet erg scherp, maar je kunt vast wel zien dat ik die gillende vrouw voorin ben!


Morgen op weg naar Stewart Island met weer een vliegtochtje in het vooruitzicht!

2 opmerkingen:

  1. Dus de rit heen en terug was eigenlijk het meest spannend! hahaha.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. nou Sjouk, je reis is al weer super spannend begonnen! Leuk hoor!!! Narda

    BeantwoordenVerwijderen